Het Perinthos-incident

Filippos II (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Het Perinthos-incident is niet heel bekend, maar het is een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de oude geschiedenis. In de vierde eeuw v.Chr. beheersten Sparta, Athene en Thebe het Griekse politieke leven, maar Sparta was in 371 door Thebe kreupel gebeukt, Athene was na een dreigende Perzische interventie in 355 zijn imperium kwijtgeraakt en Thebe bloedde dood in de Derde Heilige Oorlog (356-346). De Perzische koning Artaxerxes III Ochos zag het gedonder in het noordwesten met genoegen aan. Het bood hem de gelegenheid zich te richten op het zuidwesten, waar hij in 343 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Egypte, dat zich rond 404 aan de Perzische macht had onttrokken.

Filippos

Een ander profiteur was koning Filippos, die in 360 aan de macht was gekomen in Macedonië, het koninkrijk dat voordien een van de tonelen was geweest waar Sparta, Athene en Thebe hun conflicten uitvochten. De nieuwe koning trok het initiatief al snel naar zich toe, breidde zijn koninkrijk uit met enkele goudmijnen en bouwde een op Perzische en Griekse leest geschoeid staatsapparaat.

Er ontstond een dienstadel die als ruiterij deelnam aan Filippos’ jaarlijkse veldtochten. Ze waren zwaarder bepantserd dan in Griekenland gebruikelijk was en Filippos zette ze, zoals in de Perzische legers, in bij frontale aanvallen. Daarnaast was er een falanx, die niet was voorzien van speren maar van zes meter lange lansen. Uiteraard kende het Macedonische leger ook diverse soorten lichtbewapenden. Die waren beter getraind dan alle Griekse legers van die tijd.

Belegeringstorens

Filippos was vooral trots op zijn ingenieurs. De bronnen maken bijvoorbeeld melding van de constructie van belegeringstorens, een type wapen dat de Assyriërs voor het eerst hadden gebouwd en ook bekend was in Fenicië en Karthago. De Grieken hadden ze op Cyprus en Sicilië leren kennen en benutten ze om er katapulten in te plaatsen. Filippos zette ze op die manier in bij de belegering van Perinthos in 341/340, een havenstad aan de Zee van Marmara. De Griekse auteur Diodoros beschrijft ze:

Hij bouwde belegeringstorens van vijfendertig meter hoog, die ver uitstaken boven de torens van Perinthos. Vanuit die hogere positie leverde hij een uitputtingsslag tegen de belegerden. Door de muren te beuken met de stormrammen en ze met tunnels te ondermijnen haalde hij ze voor een groot stuk neer. De Perinthiërs verdedigden zich echter met alle macht en bouwden meteen een andere muur. Ongelofelijke gevechten vonden plaats bij en op de muur, want beide partijen streden met grote onverzettelijkeid. De koning beschikte over een groot aantal katapulten van allerlei soorten en daarmee maaide hij degenen weg die streden op de borstweringen. (Diodoros, Wereldgeschiedenis 16.74.3-5; vertaling Simone Mooij)

Perinthos belegerd

In eerdere jaren had Filippos zijn koninkrijk in alle richtingen uitgebreid. Een deel van zijn agressie kan worden verklaard uit de noodzaak de hoge adel, waarvan hij de macht had gebroken, met een aanhoudende stroom geschenken (en dus buit) aan zich te blijven binden. De koning moest dus oorlog blijven voeren. Vroeg of laat zou het moment aanbreken waarop hij Perzische vitale belangen zou aantasten.

Dat moment was de belegering van Perinthos. Vanuit deze stad konden de Macedoniërs niet alleen de graantoevoer van Athene afsnijden – een chantagemiddel dat de Perzische koning liever zelf behield – maar ook de Perzische scheepvaart tussen de steden in de Egeïsche en Zwarte Zee controleren. Diodoros beschrijft het Perinthos-incident.

Veel bewoners van de stad werden gedood of gewond, en de levensmiddelen begonnen op te raken. De inname van de stad stond voor de deur. Het Lot liet degenen die in gevaar verkeerden echter niet in de steek en bracht ze onverwachte hulp. Het nieuws van Filippos’ machtsuitbreiding was namelijk in Azië doorgedrongen, en de grote koning bezag dat met argwaan. Daarom had hij aan de gouverneurs van de kustprovincies geschreven dat ze de Perinthiërs zoveel mogelijk te hulp moesten komen. Dus stuurden dezen, na onderling overleg, een leger huurlingen, een royale som geld, voldoende levensmiddelen, projectielen en wat er verder maar nodig is voor een oorlog. (Diodoros, Wereldgeschiedenis 16.75.1-2; vertaling Simone Mooij).

Hier bleef het niet bij: Perzische legers staken over naar Europa en dwongen de belegeraars terug te keren. De oorlog tussen Macedonië en Perzië, die beroemd is om de veldtocht van Alexander de Grote, was begonnen.

Naspel

Met het Perinthos-incident had Artaxerxes III Ochos echter een van Filippos’ vitale belangen geschonden. Wilde deze de aristocraten aan zich blijven binden, dan moest hij buit verwerven. Filippos ging dus op zoek naar een snel, makkelijk, spectaculair en lucratief succes, lokte een oorlog uit met de uitgeputte Griekse stadstaten en versloeg in 338 bij Chaironeia een Thebaans-Atheens leger. Filippos was al op weg naar Sparta om ook op de Peloponnesos zijn macht te demonstreren, toen hij vernam dat in Perzië koning Artaxerxes III Ochos was overleden en opgevolgd door zijn zoon Arses, die de troonnaam aannam van zijn vader: Artaxerxes IV.

[Wordt vervolgd]

7 gedachtes over “Het Perinthos-incident

  1. “een falanx, die niet was voorzien van speren maar van zes meter lange lansen”

    Is er ooit zo’n lans terug gevonden? Hoe dik en hoe zwaar was die dan?

    Ik kan me moeilijk voorstellen dat je een stok van 6 meter met een verzwaarde punt in evenwicht kunt houden, laat staan kunt richten, als je ‘m aan het ene eind vasthoudt en vervolgens horizontaal houdt.

    1. Zo’n wapen – sarissa – wordt normaal een piek genoemd. Een lans is een cavaleriewapen. En ze kwamen aan het eind van de Middeleeuwen weer helemaal in de mode, tot in de 18e eeuw. Toen werden ze op de schouder gelegd met een arm achterlangs om hem te richten.

        1. Rudmer Koopal

          Een piek was exclusief voor de cavalerie bedoeld na de Middeleeuwen. De sarissa is voor cavalerie en vooral voor infanterie (hoplieten) bedoeld, Noem het gewoon dus Sarissa en geen lans.

      1. Willem van Bentum

        De Friezen gebruikten zulke lange speren, kletsie genoemd, al ca 1200. Ze werden tegelijk gebruikt om over sloten te springen.

Reacties zijn gesloten.