De tweede lijn, en waarom die belangrijk is

Niet per se een christen

Stel u het volgende voor. Een kosmoloog stelt de waarde van de kosmologische constante vast. Groot nieuws! De journalist die erover schrijft, begint dan vermoedelijk te vertellen waarom dit wetenschappelijk een probleem is en dat er diverse benaderingen zijn. Vervolgens legt hij uit wat de ontdekking is en wellicht geeft hij aan welke ideeën andere onderzoekers hebben. Misschien dat de journalist de volgorde van deze delen – probleem, benaderingen, oplossing, verdere gedachten – aanpast, maar dit is het ongeveer.

Wat de journalist niet doet is schrijven dat het Scheppingsverhaal, dat tot in de negentiende eeuw voor veel mensen het antwoord vormde op alle kosmologische vragen, achterhaald is en vervolgens niet vertellen wat nu feitelijk is ontdekt. Religieuze beeldvorming speelt in de wetenschap geen rol. Dat is echter wel waartoe Bart Funnekotter is gedwongen als hij (in dit artikel in het Handelsblad) schrijft over het proefschrift van de Leidse classica Renske Janssen. Wat we uit Funnekotters stuk vernemen is dat de christenen in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling niet zijn vervolgd op de wijze zoals we zouden opmaken uit christelijke teksten. Eerst worden we dus aangesproken via verouderde religieuze beeldvorming, daarna vernemen we dat die niet klopt, maar wat Janssen nu feitelijk toevoegt aan wat al bekend was, blijft enigszins onduidelijk.

Het probleem

Zoals aangegeven: Funekotter en Janssen kunnen er weinig aan doen. Het probleem is institutioneel. De infrastructuur ontbreekt om oudheidkundig onderzoek uit te leggen. Er is, om iets elementairs te noemen, geen website die de hermeneutische methode uitlegt. Als een geïnteresseerde mij vragen stelt over het eigenlijke werk van classici, moet ik zo iemand doorverwijzen naar de theologen. Niet alleen heeft de voorlichting over de oude wereld geen tweede lijn, in Janssens geval komt erbij dat Romeins Recht, dat een rol speelt in haar proefschrift, niet echt goed is ontsloten. Ook archeologen, die toch professionals zijn, grijpen regelmatig mis.

De oudheidkundige disciplines negeren bovendien de plaats waar mensen informatie zoeken: het internet. Zeker classici en oudhistorici verkiezen nog het boek als medium voor informatieoverdracht. Ze maken dus hun boodschap ondergeschikt aan het verdienmodel van de boekhandel, die liever tienduizend slechte boeken verkoopt dan duizend goede. Dat is legitiem maar blokkeert de verspreiding van adequate inzichten. Bad information drives out good. Je zou verwachten dat wetenschappers, die vanuit de eerste geldstroom worden gefinancierd om inzichten over te dragen, minimaal zoeken naar wegen om dit probleem te omzeilen.

Daarnaast zijn er tijdschriften als Hermeneus en Archeologie Magazine. Ik vind ze sympathiek, maar het is vaak eerstelijnsinformatie. En een eerste lijn zonder tweede lijn is vaak contraproductief.

Musea doen overigens hun stinkende best. De expositie over Saqqara, momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, toont dat tweedelijnsvoorlichting wel mogelijk is. De lezing waarover mijn vorige stukje ging, is een ander voorbeeld dat het gewoon goed kan.

Minachting voor de oudheidkunde

Wij oudheidkundigen doen het echter niet. Zodat Funekotter, die ik hoog aansla, een Janssen niet adequaat kan presenteren. Omdat de romeinsrechtelijke aspecten niet inhoudelijker aan de orde kunnen komen, kan het stuk weinig meer bieden dan wat geïnteresseerden al weten. Juist die cruciale doelgroep haakt teleurgesteld af.

En niet alleen zij. De erfgoedsector is al afgehaakt. Ze vindt het althans niet nodig classici en historici te raadplegen over de limes, terwijl archeologen zijn gemarginaliseerd. Ik heb nog ergens een vergaderstuk liggen waarin staat dat de informatie niet naar de wetenschap mag leiden. Stel je toch voor dat je, als overheidsinstelling, mensen de betrouwbaarste inzichten zou geven.

De minachting voor de oudheidkundige disciplines blijkt ook uit het feit dat toen de Commissie Van Oostrom de canon opstelde, ze het niet nodig vond classici, archeologen of oudhistorici te raadplegen. Ik probeer momenteel te achterhalen welke oudheidkundigen zijn geconsulteerd door de Commissie Kennedy. Dat ik alleen een ontwijkend antwoord heb gekregen, lijkt te tonen dat ook historici geen belang meer stellen in wat classici, oudhistorici en archeologen te melden hebben. Wie geen tweede lijn heeft, toont niet waarom ’ie een wetenschap is en zal niet als wetenschap worden beschouwd. QED.

Wat wel kan

Hoe het ook kan? Kijk eens op de website van het NIKHEF, bijvoorbeeld de pagina over astrodeeltjesfysica. Compleet overzicht van het onderzoek dat men doet, met links naar achtergrondinformatie (“lees meer over”).

Wat wij moeten doen? De voornaamste switch moet zijn dat we stoppen de voorlichting te baseren op de academische bloedgroepen (classici, Mediterrane archeologen, gewone archeologen, oudhistorici…), want het publiek erkent of herkent die niet. Er zou al een wereld zijn gewonnen als er één digitaal platform kwam waar het publiek vindt wat het zoekt. Biedt daar ook de tweede lijn. Geloof me, als je een tweede lijn biedt, kunnen journalisten makkelijker de informatie vinden om een stuk te schrijven dat niet een achterhaald kerkelijk geschiedbeeld als vertrekpunt neemt, maar dat aan het publiek toont wat onderzoekers doen, wat hun methode is en waarom een wetenschappelijke opleiding zin heeft.

En overigens feliciteer ik Janssen met haar promotie. Ik ga haar proefschrift zeker lezen en zal erover bloggen. Afgaand op de samenvatting staan daarin namelijk best leuke dingen.

31 gedachtes over “De tweede lijn, en waarom die belangrijk is

  1. Dank voor het compliment aan de musea. Ik vermoed dat wetenschapsjournalisten eens moeten kijken naar wat musea over doelgroepen kunnen vertellen. Zeker nu ook bij kranten de nadruk verschuift naar het internet, is een gelaagder aanbod mogelijk, waarmee kranten hun relevantie kunnen tonen.

    1. Dat denk ik ook, maar ik aarzel wel.

      Ik heb vooral de pijnlijke herinnering dat onderzoeksschool Oikos mij een prijs opdrong die ik niet kon weigeren (ik ben voor mijn informatie afhankelijk van de universiteiten) en dat ik, toen ik probeerde nog iets van de situatie te redden, van een classica hoorde dat Oikos geen beleidsstuk had voor wetenschapscommunicatie, terwijl een historicus me vertelde dat het beleidsstuk zoek was. Er is geen beleid, men wil het niet maken en mensen die iets te vertellen hebben, kunnen dat niet voldoende over het voetlicht krijgen, zodat iedereen een lage dunk ontwikkelt van de oudheidkunde.

      Die conclusie is, op basis van hoe het vak in het nieuws komt, terecht. Op basis van de muziek die er nog is, is die conclusie onterecht. Dat doet pijn.

  2. Martin

    Die canon is een politiek project, het gaat erom wie er wel in genoemd wordt en wie niet. Dus Aletta Jacobs moest erin, en Anton de Kom, etc. Daarbij is de oudheidkunde niet relevant, althans niet op het nivo van de canon. En astrofysica is sexy, klinkt naar quantummechanica en gravitatie etc., dat maakt indruk.

    1. Ik zou het zelf anders formuleren: er is een verstrengeling aan het ontstaan van geschiedenis en moraliteit. Daar zit inderdaad een politiek aspect in (denk aan een Nationaal Historisch Museum ter versterking van de nationale identiteit) maar ik geloof dat het dieper zit dan dat.

      1. Martin

        Ja, moraliteit. Vrouwen en zwarten moeten ook genoemd worden in de geschiedenisboeken. Waarom? Wij zijn ook belangrijk! Vroeger ging geschiedenis over staatsvorming, militaire conflicten, etc, geschiedenis van en door de “witte mannen”, dus, net zoals dat bij de wiskunde het geval is. Critical race & gender theory, nou ja, theorie? Communistische propaganda volgens mij. Kennedy zei dat de polarisatie in de VS nog tien keer zo erg is als hier, die weet waar hij het over heeft. Alleen, als er over bepaalde groepen nu niet zoveel belangwekkends valt te melden?

        1. Frans

          Over iedere groep is wel iets belangrijks te melden. Je zou een heel boek kunnen schrijven over de rol van vrouwen in de middeleeuwen. Is ook onlangs gebeurd, ik ben helaas de titel vergeten. Ze waren in ieder geval meer dan huisvrouwen. Dat mag ook wel eens vermeld worden, zolang we maar niet doorslaan naar het andere uiterste en de rol van vrouwen gaan overdrijven.

          1. Martin

            Er zijn ook vrouwen aan de top geweest; Maria Theresia, in het Habsburgse Rijk, Tsarina’s, Elizabeth in Engeland, Mary of Scotland, Angela Merkel, etc, en daar zaten vrouwen met haar op hun tanden tussen. Maar die worden dan ook in de geschiedenis boeken vermeld. Je moet wel een beetje relevant zijn geweest.

            1. Rob Krabbendam

              Dus als ik het goed begrijp moeten vrouwen mannenrollen hebben vervuld en zich als mannen hebben gedragen op een plekje te krijgen in de geschiedenisboeken?

              1. Martin

                Ja, daar komt het eigenlijk wel op neer. Waarom zou je anders in een geschiedenisboek moeten staan? Waar zijn geschiedenisboeken eigenlijk voor?

          2. Ben Spaans

            Veruit de meeste mannen, van welke huidskleur of seksuele oriëntatie ook, worden ook niet vermeldt in de geschiedenisboeken.😒

            Er is politieke, militaire, sociale, economische, mentaliteits, culturele geschiedenis. (even grofweg). Bij de eerste twee
            is vaak de minste ruimte voor vrouwen. Bij de andere is vaak een stuk meer ruimte voor de rol van vrouwen.

        2. FrankB

          “Communistische propaganda volgens mij.”
          Dat noopt mij deze keer de vraag te stellen: wat als iemand te dom is om het te leren? Want ik bespeur nauwelijks vorderingen bij u.

        3. Ik weet niet, beste Martin, of ik echt blij word van je woordkeuze over zwarten en je voortdurende gehamer op critical race & gender theory. Het zit je dwars, zoveel is duidelijk, en dat mag, ook dat, maar het brengt de discussie over de wijze waarop we het beste de Oudheid uitleggen (het onderwerp van mijn blogje) niet zo heel veel verder.

  3. Rob Duijf

    ‘(…) (in dit artikel in het Handelsblad) (…)’

    Melding van NRC.nl: ‘pagina die je zoekt bestaat niet’…

  4. FrankB

    “want het publiek erkent of herkent die niet”
    Nee, ik zou niet weten waarom. Als ik iets over de relativiteitstheorie wil weten ga ik toch ook geen drie subdisciplines raadplegen?!

    1. Ik begrijp je niet. Als je iets over de Oudheid wil weten, ga je ook geen subdisciplines raadplegen. Je moet eens opletten als het over archeologie gaat hoe het publiek opveert als er een bron is. En hoe archeologen blij zijn als ze een inscriptie vinden.

      1. FrankB

        Dat bedoel ik – als iets over Julius Caesar wil weten verwacht ik dat alle benaderingen aan bod komen, die van archeologen, van oudheidkundigen en van classici.
        Als ik iets over relativiteitstheorie wil weten verwacht ik en een theoretische benadering (dus te beginnen met het werk van Lorentz, Poincaré en Einstein) en een experimentele (dwz. te beginnen met het experiment van Michelson en Morley).
        Het is het werk van de deskundigen om een synthese te bereiken, niet het mijne.

  5. Rob Duijf

    Jij misschien niet, maar daarom zou de mogelijkheid die subdisciplines te raadplegen wanneer ze relevant zijn, nog wel geboden kunnen worden.

    Archeologie gaat bijvoorbeeld ook niet alleen maar over leuke spulletjes die uit de grond komen; daar zijn tal van andere disciplines bij betrokken. Samen vormen ze het plaatje dat wij ‘archeologie’ noemen. Veel wetenschappelijke disciplines bivakkeren echter op hun eigen eiland en lijken soms niet de hoogte te zijn van elkaars bestaan, of weten die niet op de juiste waarde te schatten.

    1. Medellín, 28 september 2020

      @ Rob Duijf en Jona Lendering

      Grote dank voor het uitwerken van uw overwegingen.

      Mijn voorstel blijft:

      * universitaire opleidingen terug naar minimaal 4 jaar kandidaats / BA en dan 2 jaar doctoraal /MA;
      * separaat toegangsexamen ter verwerving van toegang tot alle universitaire opleidingen, ¨los¨ van eerdere diploma´s;
      * gedegen MONO-disciplinaire scholing in zeker de eerste twee jaar, met heftige examens en 1 : 1 toetsingen tussen opleider en studente/student;
      * volledige studiefinanciering van beide fasen van universitaire opleiding;
      * vanaf dag 1 aan de universiteit: leren om respectvol om te gaan met studenten uit andere disciplines, en leren om samen te werken, een ander te helpen en te luisteren.
      Ruimhartige en betaalde psychotherapie voor lieden die het niet kunnen laten om EN PUBLIC andere personen te attaqueren of belachelijk te maken, in plaats van de aanpak van problemen en vragen centraal te stellen.

      (By the way: er is vrij veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de neiging om anderen en public aan te vallen en/of belachelijk te maken. Die neiging wordt door wetenschappelijk getrainde psychologen ook wel ¨hysterie¨ genoemd. Als je goed om je heen kijkt en luistert, dan zijn er nogal wat lieden die aan dat verschijnsel leiden.

      De betreffende definitie van hysterie luidt:¨een ander en public belachelijk maken.¨ )

  6. Frans

    Wat is erger? Te weinig informatie of te veel? Vroeger konden we geloven dat er in verre landen mensen met één been of mensen zonder hoofd rondliepen, simpelweg omdat we niets wisten van verre landen.
    Tegenwoordig komt de informatie van twintigduizend verschillende kanten op ons af en kan iedereen zijn eigen waarheid verzinnen. Heel Holland haat Famke Louise sinds haar optreden bij Jinek, maar toen ik het zag, merkte ik dat Diederik Gommers hetzelfde zei als wat Jona ook altijd zegt: wetenschappers moeten communiceren! Zijn die Bekende Nietsnutten toch nog ergens goed voor.
    https://www.parool.nl/nederland/diederik-gommers-famke-louise-heeft-me-aan-het-denken-gezet~bc789419/

  7. Probeer maar eens iets uit te leggen aan kinderen zonder voorbereid te zijn op tweedelijnsvragen. Ook handig als je een gesprek moet voeren met ouders die niet zo opgezet zijn met oerknal en evolutie op school.

    1. Rob Duijf

      Dat is moeilijk, maar is het ook onmogelijk? Waarom moet je daarop voorbereid zijn?

      Kinderen zijn immers het product van onszelf en dus van de maatschappij en de cultuur waarin ze opgroeien; en zo zou je ook kunnen zeggen dat wij het product zijn van onze kinderen. We zijn geconditioneerd tot volgzaamheid, aannames, geloof en dus tot verzet en niet tot het stellen van kritische vragen, of dat nu gaat om de oerknal, de evolutie, de schepping of een creatieve mix van van alles en nog wat.

      Als je je daarvan bewust bent, kun je kinderen en hun ouders aanzetten tot zelfstandig nadenken, dus niet langs de gebaande paden en binnen de gestelde kaders. Dat wil zeggen: kritische vragen stellen – geen vragen invullen – maar ondervragen, onderzoeken. Daar is geestelijke vrijheid, ongebondenheid voor nodig. Dat zou de basis van opvoeding moeten zijn.

      1. Dirk

        Ik vrees dat ik niet helemaal duidelijk was in mijn reactie. Ik bedoelde dat de vraag om een tweede lijn bij kinderen vanzelfsprekend is. Als leerkracht moet je dus voorbereid zijn op de vragen “hoe weten we dat?” of “waarom moet/is dat zo?”. Het is niet moeilijk, laat staan onmogelijk. Bijvoorbeeld: hoe weten ze hoever de sterren van ons afstaan? Parallax laten ervaren door afwisselend een oog dicht te knijpen en naar een uitgestrekte duim te kijken. Precies daarom vind ik een degelijke opleiding voor het vak wereldoriëntatie zo belangrijk.

        1. Dit is precies het punt waarom het gaat. Kennis is opbouw. Kennisoverdracht veronderstelt zowel een visie op de richting waarheen we de kennis opbouwen als begrip van hoe mensen naar die kennis groeien kunnen.

Reacties zijn gesloten.