Gevallen voor de vrijheid van Griekenland

Grafmonument van een hopliet (Archeologisch Museum, Peiraieus)

Een vriendin was onlangs in Griekenland en maakte een foto van dit reliëf, dat is te zien in het Archeologisch Museum van Peiraieus. Het maakt deel uit van een hoge grafstèle. Daarop is ook een zogenaamde loutroforos te zien, een kruik om badwater te vervoeren. Omdat een bruiloft gepaard ging met een ritueel bad, leggen archeologen de afbeelding van zo’n kruik op een grafmonument uit als aanwijzing dat de overledene ongetrouwd is gebleven.

De naam van de overledene was Panchares, zoon van Leochares. Ongetrouwd en kinderloos als de dode is gebleven, zal het de vader zijn geweest die heeft betaald voor het grafmonument. Hij liet zijn zoon afbeelden als zwaarbewapende infanterist, strijdend tegen een ruiter. Tussen de twee soldaten is een derde man te zien, naakt. Dit laatste suggereert dat hij van zijn harnas is beroofd; iemand die dus al eerder is gesneuveld. De houding van deze derde man is overigens niet bepaald die van een lijk, dus ik heb mijn twijfels.

Hoewel ik al met al niet goed weet wat er nu precies aan de hand is, heeft het er in elk geval de schijn van dat het reliëf een concrete gebeurtenis uit een specifieke veldslag weergeeft. Misschien is Panchares om het leven gekomen toen hij probeerde het lichaam van een gesneuvelde kameraad te verdedigen. Misschien is er iets anders gebeurd.

Een andere kwestie is welke veldslag. De datering van de grafmonumenten in het Archeologisch Museum van Peiraieus is vrij scherp, rond 340 v.Chr. Die periode is erg goed gedocumenteerd en het geldt als plausibel dat Panchares om het leven is gekomen tijdens de slag bij Chaironeia in 338 v.Chr. In dat gevecht versloegen de Macedoniërs de Atheners en Thebanen, een gebeurtenis die geldt als het einde van de onafhankelijkheid van de Griekse stadstaten en het begin van de Macedonische dominantie. Panchares viel dus voor de vrijheid van Griekenland.

[Dit was het 378e voorwerp in mijn reeks museumstukken. #reblog]

28 gedachtes over “Gevallen voor de vrijheid van Griekenland

  1. Rudmer Koopal

    Nee, sterven voor Griekenland is een 19e eeuwse interpretatie. Panchares stierf voor Thebe en Athene.Het einde van de onafhankelijkheid van de Griekse stadstaten? Wel wat Thebe betreft, want dat werd verwoest, wellicht voor Athene, maar dat is eerder een proces van jaren. Philippus van Macedonië heeft nooit Athene veroverd, zijn zoon Alexander evenmin. Er werd een vredesverdrag gesloten en de Korintische Bond opgericht. Philippus sloot min of meer een niet-aanvalsverdrag met Athene en andere stadstaten in Zuid Griekenland (Sparta was zelf openlijk pro-Darius III).Tijdens de Veldtochten van Phillipus en Alexander stelde Athene zich neutraal op. Athene hoopt dat Alexander zou stranden in Azië ten gunste van Darius III. Na de dood van Alexander kwam Athene in opstand en de Korintische Bond werd ontbonden. Het heeft nog wel wat jaren geduurd dus voordat het over was met de onafhankelijkheid van de stadstaat Athene.

    1. Dat ligt iets genuanceerder. Het (wat dubieus overgeleverde maar in alle versies antieke) grafschrift van de Korinthiërs die vielen in de zeeslag bij Salamis vermeldt dat ze storven voor Griekenland.

  2. Martin

    Over “19e eeuwse interpretatie”:

    Uit een boek over Otto III, Duits Keizer rond het jaar 1000:

    “The scholarly literature divides roughly between Otto’s resolute detractors, the larger group, and his admirers, a smaller but still important group. It is almost a cliché in that scholarly discussion that assessment of Otto has ranged along the entire spectrum from enmity to admiration.
    More significantly, each period’s pressing political problems, hopes, or fears have influenced or determined how historians of that period judged medieval emperors. The most persistent influences include the fight between the Great German and Little German visions for forming a German national state in the nineteenth century, efforts to surmount failure in World War I in the twentieth century, and finally the Third Reich’s appropriation of medieval history. These
    influences cannot be dealt with individually here. But they should be kept in mind, since they all helped to create the image of Otto III”

    Is wetenschappelijke geschiedschrijving over politiek gevoelige onderwerpen überhaupt mogelijk?Heeft het zin om geschiedenisboeken te schrijven waarvoor nauwelijks belangstelling is? Historici die een keizer van 1000 jaar geleden bekritiseren omdat hij verzuimd heeft om de Duitse nationale staat op de benen te krijgen. Ik zit met verbijstering naar dat soort teksten te kijken. Ook relevant voor sommige actuele discussies.

    Voorbeeld: https://www.theguardian.com/commentisfree/2020/oct/28/black-activism-history

    1. Rob Krabbendam

      Je moet maar zo denken: de Duitse nationale staat is geen oude koek. De recentste Duitse eenwording dateert van 1991. En over de verworvenheden daarvan wordt heel verschillend gedacht. Om oorzaken of daders van allerlei vermeende ellende te vinden, gaan sommige historici heel ver (terug).

      Geschiedenisboeken zijn niet per se nodig. Geschiedschrijving wel. Ook over politiek gevoelige onderwerpen, zodat er nooit maar één stem klinkt in het publieke debat. In hoeverre dat nu gebeurt… tsja. Wenselijk is het wel.

      1. Ben Spaans

        Leg eens uit hoe je geschiedschrijving kan hebben zonder geschiedenisboeken? Alleen nog tijdschriftartikelen?

        Jona, dat met die kinderwagen en de trein is ten hemel schrijnend. Heel veel sterkte.

      2. Martin

        Nou ja, laten we zeggen 1871. Ik weet ook dat niet alle Ossi’s tevreden zijn over de gevolgen van de Wiedervereinigung. Maar vorig jaar toerde ik met mijn vrouw door Duitsland, ook in het Oosten; Rügen, Dresden, Leipzig. War nicht slecht.

        Ik bedoelde dat sommige historici de geschiedenis misbruiken om hun eigen politieke opvattingen te onderbouwen. So geht das nicht.

        1. Rob Krabbendam

          Hmm… Aangaande dat laatste: ik denk dat het onvermijdelijk is dat historici politieke opvattingen hebben. En dat die opvattingen hun geschiedschrijving kleuren. Het valt niet alleen altijd zo op. Maar we hebben allemaal een – gedetailleerd of vaag, bewust of onbewust – ‘beeld’ van hoe de wereld – staat, samenleving – in elkaar steekt of zou moeten steken (als ik ‘politiek’ zo mag opvatten). Bij politiek controversiële onderwerpen begint zo’n beeld op te vallen, ja. Of dat ‘geht’ of niet? Als zo’n wetenschapper een sterke opvatting heeft die hij wetenschappelijk kan onderbouwen?

          1. Martin

            Het gaat inderdaad om de onderbouwing. Wat in dat boek staat: je moet Otto III (rond het jaar 1000) niet volgens moderne criteria beoordelen, alsof Otto III destijds beter had moeten weten. De wereld was toen heel anders.

            1. A. Gaastra

              Wat betreft het citaat, ik weet ten eerste niet om welk boek het gaat waar dit citaat in te vinden is. In het citaat worden ook de Duitse (?) historici niet genoemd waar het om gaat. Ik ken de literatuur rond de Ottonen wel een beetje (Kantorowicz, Schramm en recenter Althoff en Vollrath). Ik ben dan wel benieuwd op basis waarvan in dit boek over de Otto III deze uitspraken gedaan worden. Ik vind dit een beetje vaag allemaal.

    2. Wetenschappelijke geschiedschrijving is prima mogelijk. Er bestaat geen echte objectiviteit maar wel intersubjectiviteit.

      Het probleem ontstaat als mensen een morele beoordeling van die feiten eisen. Dat is niet de taak van de wetenschapper. De historicus hoeft zich niet door het verleden te laten inspireren, hij hoeft er geen oordeel over te geven, hij hoeft alleen te vertellen wat het geval is geweest.

      Althans in principe. Uiteraard zijn er complicaties. Die kun je door goed methodisch te werk te gaan, verminderen.

      Ik ben verbaasd dat een Asha ten Broeke van eeb Piet Emmer een veroordeling eiste van slavernij. Dat is niet de taak van de historicus. Ten Broeke begrijpt niet wat wetenschap is.

      Daar hebben historici het overigens wel zelf naar gemaakt door hun methodes nauwelijks te benoemen en achter de .nationalistische pot met geld aan te lopen van het Nationaal Historisch Museum. Daarmee was de deur naar “geschiedenis als activisme” opengezet,.

      1. “goed methodisch te werk te gaan”
        Lang geleden, in mijn eerste jaar aan de uni, leerde ik al om feiten van mijn meningen te onderscheiden en dat onderscheid duidelijk aan te geven.
        Ik weet niet wat Piet Emmer heeft geantwoord (Asha ten Broeke volg ik al lang niet meer), maar ik zou iets als “Ik veroordeel slavernij en om het uit te bannen wil ik het zo goed mogelijk begrijpen” hebben gezegd. Het is allemaal niet zo moeilijk zolang men bereid is een beetje moeite te doen.

  3. Rob Krabbendam

    Artikelen, websites, blogs, video’s, films, series – waarom zouden we geschiedschrijving beperken tot één medium?

  4. Ben Spaans

    Alle audiovisuele middelen om historische informatie te verstrekken zijn ook uiteindelijk ook afhankelijk van schriftelijke bronnen en interpretaties.

    1. Archeologie maakt hoofdzakelijk gebruik van visuele bronnen. Sinds een paar decennia bestaan er ook auditieve bronnen – plus allerlei combinaties.
      Daardoor weten we beter hoe koningin Wilhelmina er uitzag en klonk dan van pakweg Plato.

  5. Ben Spaans

    Als iemand een serieuze documentaire wil maken over nazi-Duitsland of de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld (dat is nog niet vaak gedaan hė😉) is het zeer aan te bevelen eerst in de literatuur erover te duiken.

    1. Rob Krabbendam

      Als historicus begrijp ik – denk ik – het belang van bronnen. Maar anno nu kan je als historicus niet meer aankomen met het primaat van schriftelijke bronnen. Bovendien is ‘literatuur’ een secundaire schriftelijke bron. Leuk als ‘een’ oriëntatiepunt. Nooit vervanging voor primaire bronnen. En ik pleit ervoor die laatste categorie zo breed mogelijk op te vatten. En zo breed mogelijk te benutten.

      Wellicht komt mijn aversie tegen geschiedenisboeken voort uit het idee er zoveel gelezen te hebben en niet echt te weten wát ik er precies van geleerd heb. Al die leuke geschiedenisboeken in de boekhandel die ons eens het ‘definitieve’ verhaal gaan vertellen? Ik kijk er tegenwoordig meewarig naar…

  6. Ben Spaans

    Het belang van foto’s, film en tv-beelden en geluidsopnames is overduidelijk. Maar je kan toch niet zeggen aan ‘geschiedschrijving’ te doen als je b.v alle Duitse bioscoopjournaals uit de Tweede Wereldoorlog in 1 marathon achter elkaar zou vertonen (‘bingewatchen’ heet dat tegenwoordig). Of de toespraken van Wilhelmina voor Radio Oranje achter elkaar zou laten horen (die trouwens lang niet allemaal op geluid bewaard zijn).

    1. Rob Krabbendam

      Nee, dat volstaat niet. Daar heeft u/jij gelijk in. Maar zoals u/jij zelf ook al schreef: het staat of valt met interpretatie – en verantwoording. Maar daar heb je geen boeken voor nodig. Een voice-over die een verantwoorde selectie bioscoopjournaals aan elkaar praat – zo’n vorm zou wel degelijk geschiedschrijving kunnen zijn. (Of dat kijkenswaardig is, is dan weer een tweede.. 🙂 )

  7. Ben Spaans

    Zucht. In ieder geval de makers van documentaires zullen toch echt de in de bronnen en de literatuur moeten duiken. Of kijkers daarna verder de diepte in willen is aan hen, maar als ze dat doen zullen ze toch op boeken stuiten.

    Tot niet zo heel lang geleden werden BBC documentaires vrij standaard vergezeld van een boek over de betreffende materie. (En waarschijnlijk nog steeds maar ik ben er een beetje uit.) Bij Teleac-programma’s gebeurde dat ook, ooit.
    (Nou hebben de BBC hun presentatoren daar ook wel publicitair en financieel belang bij, maar alleen kijken wordt toch niet voldoende gevonden blijkbaar).

    1. Rob Krabbendam

      Waarom ‘zucht’, als ik zo vrij mag zijn? Het is niet mijn bedoeling boeken overbodig te maken. Of belachelijk te maken. Of betweterig te zijn. Bronnen en literatuur – boeken, wat dan ook – zijn zeker belangrijk. Dat ontken ik niet. Maar het leek me interessant om voorbij ‘boeken’ als primair intellectueel/wetenschappelijk/historiografisch vehikel te denken. Als ik u/je daarmee erger – mijn oprechte excuses.

  8. Ben Spaans

    Ik was inderdaad een beetje bang dat u boeken overbodig zou verklaren. Dat is gelukkig niet het geval. Ik verder niets tegen docu’s, podcasts e.d. als vertelmethodes.

    Mijn excuses als ‘zucht’ dan te chagrijnig is overgekomen.

Reacties zijn gesloten.