Latijnse, heidense literatuur

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

Als u iets wil weten over een antieke auteur, pakt u uw telefoon of tablet en zoekt het op. De Wikipedia biedt u een eerste inleiding tot Ploutarchos en als u wil  weten wat de Wijze van Chaironeia dacht over vleesconsumptie, vindt u zijn essay met een paar klikken in het Grieks, Engels of Frans. Simpel. Nog geen kwart eeuw geleden was het zo makkelijk nog niet en moesten geïnteresseerde lezers zich behelpen met boeken. Er bestonden destijds diverse kennismakingen met de antieke literatuur; zo herinner ik me dat er eens twee tegelijk verschenen, een van Hein van Dolen en een van Ilja Pfeijfer. Allebei niet meer leverbaar want zulke werkjes zijn inmiddels even overbodig als een stoker op een elektrische trein.

Dat wil niet zeggen dat het boek helemaal geen bestaansrecht meer heeft. Voor de tweede lijn van de wetenschapsvoorlichting, waarin we uitleggen hoe we weten wat we weten en tonen waarom een wetenschappelijke opleiding zin heeft, zullen we vooralsnog boeken nodig hebben. Een fijne vorm is de persoonlijke selectie, waarin een ervaren lezer aangeeft wat hij of zij mooi vindt én – en dat is cruciaal – waarom. (Concreet voorbeeld: ik heb net een 842 pagina’s tellend monster over het Aramees liggen; een dunner boek waarin een professor Gzella uitlegt waarop ik moet letten, zou ik minder angstaanjagend vinden.)

Het feest van Saturnus van Piet Gerbrandy is een voorbeeld van het soort voorlichting waar het boek als medium nog zin heeft. Eén, Gerbrandy is geen veilingmeester die alles aanprijst. Hij heeft bijvoorbeeld een duidelijke liefde voor ook de laatantieke letteren, die er anders vaak wat bekaaid van afkomt. Twee, Gerbrandy neemt de lezer serieus. Wat een tricolon is zoek je maar op in de verklarende woordenlijst. Ik denk dat als hij het boek nu maakte, hij ook die lijst achterwege zou laten want hiervoor hebben we het wereldwijde web.

De boekenbranche zijnde de boekenbranche is het boek niet langer leverbaar. Ik denk niet dat er een herdruk zal komen; ik vermoed althans dat Gerbrandy het boek nu niet meer op deze manier zou schrijven. In zijn inleiding geeft hij al aan dat het problematisch is in een boek over de Romeinse literatuur niet ook de Griekse en de christelijke teksten te behandelen. Hij vond destijds dat de Latijnse, heidense literatuur een boek op zichzelf verdiende en daar was in 2007 nog best iets voor te zeggen, maar de DNA-revolutie maakt dit standpunt inmiddels nog problematischer dan destijds.

Dat laat onverlet dat als u geïnteresseerd bent in de Latijnse, heidense literatuur en u meer wil dan de eerstelijnsinformatie van het wereldwijde web, u bij Gerbrandy aan het goede adres bent. Een aanrader dus, deze alweer veertiende aflevering in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

20 gedachtes over “Latijnse, heidense literatuur

  1. FrankB

    “Ik denk dat als hij het boek nu maakte, hij ook die lijst achterwege zou laten want hiervoor hebben we het wereldwijde web.”
    Je doet me bibberen van vrees. Als ik een boek aan het lezen ben heb ik echt geen zin dat te onderbreken om verplicht internet af te struinen. Moet ik nou een actiegroep Behoudt de Verklarende Woordenlijst beginnen?!

    Gerbrandy’s keus is vooral methodologisch. Een onderzoeker dient nu eenmaal zijn/haar onderzoeksgebied af te bakenen. Het is dus eigenlijk een open deur dat onderzoeksonderwerpen buiten de boot vallen die er misschien toch wel bij hadden gemoeten. De vraag moet dus niet zijn of Gerbrandy zijn boek anders had moeten schrijven; de vraag is welk vervolgonderzoek gedaan moet worden en welke vervolgboeken men moet schrijven. Griekse en christelijke literatuur liggen dan voor de hand. Boeken daarover zullen geen correctie zijn (althans niet grotendeels) maar een aanvulling. “Deze afbakening kan niet meer” klopt om een reden die je niet noemt: het zou wetenschappelijke stilstand betekenen.
    Ander denkbaar vervolgonderzoek is nagaan in hoeverre de aanbevelingen van Quintilianus vandaag de dag nog van toepassing (kunnen) zijn. Dat zou best eens lollig kunnen zijn – zie bv. het gebrek aan actieve herinneringen van onze geliefde Minister-President. Dat is immers ook niet meer dan een retorische truc.

  2. Frans Buijs

    Ik heb het filmpje nog niet gekeken, maar ik ben het helemaal eens met wat je zegt over die woordenlijst!

  3. Karel van Nimwegen

    Goede vraag, waarom er geen vergelijkbaar boek geschreven is over het Grieks.

    En nu moet er inderdaad vlug een boek komen dat de antieke literatuur als geheel behandelt.

  4. Martin van Staveren

    Nu het over de heidenen gaat: het tweede deel over de NSB van Edwin Klijn en Robin te Slaa is onlangs verschenen, over de periode 1936-1940. Gebaseerd op primaire bronnen uit die tijd. Toen ik dat boek genoemd zag in de NRC van gisteren heb ik het meteen besteld. Deel 1 heb ik ook al gelezen. Zonder meer fascinerend. Niet dat ik het fascisme wil bejubelen, maar je moet de bronnen uit die tijd lezen om te begrijpen wat voor tijd het was. Mussert is lang voorgesteld als een fantasie- en kleurloos mannetje, om de NSB weg te praten, maar dat was hij helemaal niet. Hij verwachtte gezien de ontwikkelingen in Duitsland en Italië een Europese nationaal socialistische ontwikkeling, en de NSB moest daarin een grote rol spelen.

    1. FrankB

      “Hij verwachtte …..” en “fantasie- en kleurloos mannetje” spreken elkaar beslist niet tegen. Op YouTube is een verslagje van de Landdag te Lunteren 1940; stomvervelend. Het was een slap aftreksel van wat al jaren in Duitsland en Italië gangbaar was.
      Er liepen destijds fascisten rond met heel wat meer fantasie en kleur. Arnold Meijer is één voorbeeld. Tussen de 20 000 Nederlandse SSers aan het Oostfront zijn er vast nog wel een paar te vinden.

      1. Martin van Staveren

        Ja, dat is zo. Maar er zat wel degelijk een ideologie achter de NSB. Democratie en liberalisme leken niet meer te werken, plus de dreiging van bolsjewistisch Rusland. De auteurs zeggen ook dat de NSB heel wat radicaler was dan wel gedacht werd.

        Als ik dat soort boeken lees dan denk ik altijd: ik heb eigenlijk niets meegemaakt.

        1. Ben Spaans

          Mussert of Moskou…
          (eigenlijk dan weer ‘Moskou dreigt, stemt Mussert.’)

          1. Martin van Staveren

            Wat wel opvalt is dat al enige jaren voor de oorlog de NSB door veel Nederlanders gezien werd als een verlengstuk van de nazi agressie, maar dat Mussert en de rest van de NSB dat helemaal niet zo zagen. Ik las dat Mussert na de oorlog een standbeeld verwachtte wegens zijn diensten voor Nederland, maar dat liep tot zijn grote verbazing dus geheel anders af. Dat maakt een wat autistische indruk.

  5. Ben Spaans

    Ik blijf zeggen dat boeken helemaal niet overbodig zijn. Op internet lees je anders dan op papier. Internet is vaak voor snel even opzoeken en doorkijken, een (goed, interessant, duidelijk) boek biedt in ieder geval deze lezer nog steeds net iets meer diepgang.

    Die DNA-revolutie die alles verandert…het zien van invloeden van Oost naar West en omgekeerd is echt niet zo nieuw. Ik ben weleens iets tegengekomen over invloed van het Gilgamesj-epos op de Ilias, de Joodse apocalyptische boeken zouden de Sybellijnse profetieën zoals die rond de 1ste eeuw in Rome bestonden beïnvloed hebben, er zou een boeddhistische school (of in ieder geval aanwezigheid) in Alexandrië zijn geweest, zoroastrische invloed wordt ook vaak vermoed (beetje een cliché al). Omgekeerd heb ik weleens horen opperen dat het juist Griekse, ‘pythagoristische’ ideeën kunnen zijn geweest die de gedachte van reïncarnatie in het hindoeïsme hebben beïnvloed. Of dat verhalen over Jezus verhalen over Boeddha geïnspireerd zouden hebben. Hoe dit allemaal ook zij, wederzijdse beïnvloeding van de belangrijkste stromingen uit de ‘Oude Wereld’. wordt al langer gezien.

    1. Anna Minis

      Hier ben ik het van harte mee eens. Het is echt niets nieuws. Martin West, Walter Burckert, Laura Marciano Gemelli, Peter Kingsley, om er maar een paar te noemen, schrijven al tientallen jaren over deze zaken.
      Ook wat mij betreft zijn boeken belangrijk. Het is toch een minder vluchtig medium dan het Net, al kan dat soms handig zijn. En, ik weet het helaas uit ervaring, sommige ouderen hebben op het Net teveel last met het lezen, de ogen laten het afweten.

      1. Het punt is niet zozeer dat het schrijven over ontleningen nieuw is; Vico schreef er al in de achttiende eeuw over. Het punt is dat de hermeneutische horizon is weggevallen, waardoor de begrenzingen van de culturen totaal weg zijn. Het nieuwe is dat we een nieuwe hermeneutiek beginnen moeten.

        Concreet: ook West en Burckert kijken bij een passage eerst naar de onmiddellijke context. Vergilius uit Italiaans-Latijnse teksten uit de eerste eeuw v.Chr. dus, en pas later andere andere Latijnse teksten, Griekse teksten, en naar semitische teksten kijken we niet omdat de verwachting is dat het rendement gering zal zijn. Die verwachting is nu anders. De horizon is verdwenen.

        De nieuwe uitdaging is dat we verhinderen dat “anything goes”. We moeten een hermeneutiek ontwikkelen waarin het niet gaat om dichtstbijzijnde teksten, maar om aannemelijke communicatiekanalen. Dat is het nieuwe.

  6. Frans Buijs

    Geldt niet alleen voor ouderen. Ik zie veel meer kinderen met brillen dan vroeger.

  7. Frans Buijs

    Okay, nu even over het filmpje: klinkt natuurlijk fascinerend om ook de omliggende culturen erbij te halen, maar hoeveel geleerden spreken even goed Latijn als Grieks als Aramees? En hoe voorkom je dat je allerlei verbanden gaat zien, niet omdat ze er zijn maar omdat je ze wilt zien? Hoe ideeën zich tweeduizend jaar geleden verspreidden is natuurlijk een stuk minder makkelijk na te gaan dan hoe dna zich verspreidde. Dat laatste kun je aantonen. Dat eerste is een stuk vloeiender.

      1. Fried Deelen

        Gert, gij zwetser. Jona brengt dit boek van Gerbrandy al minstens een jaar of tien onder de aandacht, en steeds met de opmerking erbij dat het helaas geen gelijke heeft over de Griekse of christelijke oudheid. Wordt mij gevraagd naar een allereerste inleiding tot de oud-christelijke literatuur, dan heb ik nog steeds niets beters dan naar werken uit de 70er jaren verwijzen. U zit te slapen.

  8. Pingback: Merkwaardig (week 18) | www.weyerman.nl

  9. Ben Spaans

    Piet Gebrandy is de kleinzoon van oorlogspremier in ballingschap Pieter Sjoerds Gerbrandy.
    Weet u dat ook weer.

Reacties zijn gesloten.