De Siciliaanse Expeditie (2)

Alkibides (Capitolijnse musea, Rome)

[Dit is het tweede deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

De Atheense vloot die in de zomer van 415 v.Chr. uitvoer telde uiteindelijk nog vierendertig triëren meer dan waarom Nikias had gevraagd – ruim het dubbele van waartoe de Atheners aanvankelijk hadden besloten. Zo was de beperkte operatie veranderd in een onderneming zonder weerga die, als ze succes zou hebben, Athene zou maken tot de machtigste staat in het Middellandse Zeegebied, maar als ze zou falen, zijn positie als machtigste staat van Griekenland in gevaar bracht. Het was een immense strijdmacht, maar evengoed zou blijken dat het voor elke oorlog op Sicilië noodzakelijke legeronderdeel ontbrak.

Nog nooit was er een tocht ondernomen verder van huis en met groter verwachtingen van een toekomstige uitbreiding van de nu aanwezige macht. Toen de schepen bemand waren en alles was ingescheept wat zij op hun reis moesten meenemen, werd met de trompet stilte geblazen en werden de voor het vertrek gebruikelijke gebeden uitgesproken, niet op elk schip afzonderlijk, maar allen tezamen spraken zij de woorden van de heraut na. Mengvaten werden gevuld het gehele leger langs gedragen en uit gouden en zilveren bekers werd door de manschappen en officieren geplengd. (Thoukydides 6.32.1; vertaling M.A. Schwartz.)

De armada voer om de Peloponnesos, bereikte Korfu, stak over naar Apulië en bereikte Region, een Atheense bondgenoot in de teen van Italië. Tot ieders verbazing verklaarden de bewoners, toen de Atheners eenmaal ter plaatse waren, dat ze neutraal wilden blijven. Het aantal schepen was zo groot dat iedereen begreep dat ze niet waren gekomen om Segesta te steunen, maar om het hele westen te onderwerpen.

Toen de commandanten zich bezonnen op de ontstane situatie, bleken ze het oneens te zijn. Nikias wilde zo snel mogelijk naar Segesta zeilen, het helpen in het kleine conflict waar het om was begonnen, de rekening te presenteren – zo’n 160 talenten per maand – en na deze machtsdemonstratie terug varen vóór de onkosten uit de hand liepen. Alkibiades, die de Atheners gouden bergen had beloofd, kon het daarmee niet eens zijn en stelde voor andere bondgenoten te werven. Tot slot was Lamachos van mening dat een verrassingsaanval op het machtige Syracuse het verstandigste was. Dat leverde immers een basis op en schakelde in een klap de voornaamste tegenstander uit.

Uiteindelijk werd Alkibiades’ plan aanvaard en veroverden de Atheners Katana, een dagmars benoorden Syracuse, zodat ze een basis hadden. Het element van verrassing was nu verloren, maar daar stond tegenover dat een begin gemaakt kon worden met een gestage opbouw van bevriende troepen. Als deze strategie met enthousiasme zou zijn voortgezet, had ze wellicht vrucht kunnen afwerpen, maar Katana was nog niet ingenomen of een gezant uit Athene kwam melden dat Alkibiades was gedagvaard in een alweer wat oudere rechtszaak en zich moest verantwoorden.

Hij werd gearresteerd en op transport gezet, wist te ontsnappen en verbaasde vriend en vijand door zich aan te dienen in uitgerekend Sparta. Toen hij daar vernam dat hij bij verstek ter dood was veroordeeld, schijnt hij laconiek te hebben gezegd dat de Atheners wel zouden merken dat hij nog in leven was. Ondertussen bleven de Atheense strijdkrachten op Sicilië achter onder leiding van twee bevelhebbers die in hun hart niet geloofden in de gekozen strategie. Zelden was een Atheense militaire operatie zo slecht van start gegaan.

[Wordt vervolgd]

[Dit stukje wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

5 gedachtes over “De Siciliaanse Expeditie (2)

  1. Jacob Krekel

    De Siciliaanse expeditie lijkt mij een mooie casus om het belang van individueel handelen en systematische factoren tegen elkaar af te wegen. Zou Sparta, met Perzische hulp, in alle denkbare scenario’s gewonnen hebben? Of zou een andere Atheense bevelvoering op Sicilie de oorlog al voor 410 in Atheens voordeel beslist hebben?
    En: kan het normale democratische proces in oorlogstijd gewoon doorgaan, of moet je dan toch het voeren van de oorlog aan professionals overlaten?
    Een paar blogs geleden ging het over WO I en daar kun je een aardige boom opzetten over de stelling dat het politieke onbenul van de Duitse legerleiding een belangrijke bijdrage heeft geleerd aan de nederlaag van de centralen.

Reacties zijn gesloten.