Konstantijn IV (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)
[Dit is het negende van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]
976 SE. ≡ okt.664/sept.665
In het jaar 976, in december, vond er een aardbeving plaats en stortten bekende plaatsen in.
……
… met hen regeerde hij zevenentwintig jaar.
Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)
Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.
Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.
Niet ver van het theater, amfitheater en het grote altaar van Syracuse, recht tegenover de wonderlijk mooie kerk van Onze Lieve Vrouwe van Tranen, bevindt zich het archeologisch museum. Naar goed Italiaans gebruik is het vernoemd naar een verdienstelijke archeoloog, in dit geval Paolo Orsi. De museale collectie is vermoeiend groot, en waanzinnig interessant.
Neem bovenstaande inscriptie uit Mendolito, een dorpje ten zuidwesten van de Etna. De vondstomstandigheden zijn duidelijk: dit zandstenen blok is in 1962 bij een officiële opgraving aangetroffen en maakte deel uit van een versterking uit het midden van de zesde eeuw v.Chr. Er staan zo’n vijftig letters op, die we van rechts naar links moeten lezen. Het interessante is dat we, ruim zestig jaar na de ontdekking, maar nauwelijks een idee hebben wat er staat.
[Dit is het slot van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
Verres
Een van de beruchtste uitzuigers was een gouverneur genaamd Gaius Cornelius Verres. Hij had de provincie nog meedogenlozer belast dan zijn voorgangers. In de zomer van 70 v.Chr. riepen de Sicilianen de hulp in van een onbekende advocaat, een zekere Marcus Tullius Cicero. Verres nam de beste advocaat van zijn tijd in de arm, Quintus Hortensius Hortalus. Een juridisch gevecht begon.
Reliëf van een dodenmaal (Museo archeologico regionale Paolo Orsi, Syracuse)
[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
De Eerste Punische Oorlog
Ik was in mijn vorige stukje beknopt over Pyrrhos, omdat ik er al eens over had geblogd. Over de Eerste Punische Oorlog wil ik het ook niet lang hebben, want ik schreef een boek over dit conflict tussen Rome en Karthago. Dat boek heeft de superoriginele titel De vergeten oorlog en u moet het maar lezen als u wil weten hoe Rome tussen 264 en 241 v.Chr. Karthago versloeg en Sicilië annexeerde.
Samengevat: het begon met een klein conflict om Messina, daarna sloot Syracuse zich aan bij Rome, vervolgens mobiliseerde Karthago pas echt, en toen besloot Rome er ook echt werk van te maken. Akragas viel na een lange belegering. Waarop de Karthagers besloten met schepen de Italische kust te plunderen. Waarop de Romeinen een vloot bouwden en de Karthagers met een nieuw wapen, de enterbrug, wisten te verslaan. Waarop de Romeinen besloten à la Agathokles over te steken naar Afrika. Waar consul Regulus de Karthagers versloeg om zelf te worden verslagen door de Karthaagse huurlingenleider Xanthippos. Om dat verhaal te vernemen hoeft u mijn boek niet te lezen, u leest het namelijk hier op de blog.
Krijgers (Museo archeologico regionale Paolo Orsi, Syracuse)
[Dit is het vierde deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
Timoleon
De crisis waarmee het vorige blogje eindigde, was ernstig. Er waren revoluties in de steden van Sicilië en Zuid-Italië en er kwam een einde aan effectief bestuur. In Syracuse was het niet anders. Hiketas had de stad alleen kunnen bevrijden door samen te werken met enerzijds de moederstad Korinthe en anderzijds aartsvijand Karthago. Hiketas probeerde het initiatief te hernemen door bondgenootschappen te sluiten met diverse Italiaanse steden (waaronder Rome), maar het was voor iedereen duidelijk dat Grieks Sicilië, verzwakt door een jarenlange burgeroorlog, in handen van de Karthagers zou vallen.
Toch liep het anders. De moederstad van Syracuse, Korinthe, stuurde inderdaad een leger om haar kolonie te helpen. De leider was de efficiënte Timoleon. Het expeditieleger bestond uit veteranen die ervaring hadden opgedaan in de Derde Heilige Oorlog (355-346). Timoleon wist een Karthaags leger te ontwijken, ging aan land in Tauromenion en maakte contact met het leger van Hiketas. Onverwacht viel Timoleon de man aan die hem had uitgenodigd. Toen die was uitgeschakeld, begon hij onderhandelingen met Dionysios II: ze zouden samenwerken in de oorlog tegen Karthago. Dionysios stemde toe, liet Timoleons troepen toe in de citadel op het eiland en vocht aan de zijde van Timoleon tegen de Karthagers. Na de overwinning was Timoleons positie sterk genoeg om Dionysios II weg te werken: hij mocht in Korinthe gaan wonen. Daarmee verdween hij van het Siciliaanse toneel.
Kop van Silenos (Museo archeologico regionale Paolo Orsi, Syracuse)
[Dit is het derde deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
Dionysios I
Dionysios werd tyran van Syracuse in het crisisjaar 405, en versterkte zijn positie door te trouwen met een dochter van Hermokrates. Hij had de macht gekregen omdat hij had beloofd de Karthagers te verslaan – en dat was nogal een opgave, aangezien ze inmiddels Selinous, Himera en Akragas hadden ingenomen. Inmiddels belegerden ze Gela. Dionysios trok meteen ten strijde, maar werd verslagen. Zijn eigen soldaten zouden hem hebben afgemaakt als hij niet beschermd was geweest door zijn huurlingen.
De Karthagers hadden alleen Kamarina, Leontinoi, Syracuse en het noordoostelijke deel van Sicilië nog niet bezet, maar er was redding op komst voor de Griekse steden. Een nare ziekte teisterde het Karthaagse leger en dwong beide partijen tot onderhandelingen en vrede. De door Karthago veroverde steden moesten voortaan tribuut betalen aan hun nieuwe meester.
[Dit is het tweede deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
De Archidamische Oorlog
In het zevende boek van de Historiën last Herodotos een lange uitweiding in over de macht van Syracuse. Hij kan die hebben geschreven voor een publiek in Athene, dat rond het midden van de vijfde eeuw belangstelling begon te krijgen voor Sicilië. Zuidelijk Italië lag vanouds in de invloedssfeer van Korinthe en Sparta, maar in 444 v.Chr. stichtte Athene er een nieuwe stad: Thourioi. Herodotos zelf verhuisde er misschien ook naartoe.
Het bleef daar niet bij. Ik beschreef al eens hoe Athene zich in 433 verbond met Korkyra (Korfu) en begon te kijken naar de steden rond de Ionische Zee. Dat vormde een aanleiding tot de Archidamische Oorlog (431-421), waarin Sparta, Korinthe, Thebe en enkele Zuid-Italische steden het opnamen tegen Athenes Delische Zeebond. Tussen 427 en 424 opereerde een vloot uit Athene in het verre westen. Sommige steden sloten zich daarbij aan.
Ik schreef twee weken geleden dat wie schrijft over het verleden van Griekenland, zich al snel gedwongen ziet zich te concentreren op Athene en Sparta. Athene, omdat daarover de meeste bronnen zijn; Sparta omdat het als Athenes aartsrivaal opduikt in diezelfde bronnen. Wat ook een rol moet spelen, is dat die twee steden liggen binnen de grenzen van het huidige Griekenland.
Het probleem is: wie de bronnen als leidraad neemt, is geen historicus, maar vat de bronnen samen. Dit is geen kritiek op het handboek waarop ik ’s donderdags pleeg te bloggen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Of beter: het is wel een kritische constatering, maar ik weet niet hoe het beter zou kunnen. Ik ben deze reeks gaan schrijven omdat ik intellectueel verkeer in een impasse en ik schrijf dus niet omdat ik het allemaal wél weet. Los daarvan: handboeken zijn bedoeld om gehakt van te maken bij de bijbehorende werkcolleges. Desondanks is het aardig om, na Kyrene, ook een andere stad te behandelen waarvoor doorgaans weinig aandacht is: Syracuse, de belangrijkste stad op Sicilië. Voor u verder gaat: een handig landkaartje is hier.
Dekadrachme uit Syracuse (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Over Griekse munten, zoals deze uit Syracuse, heb ik eigenlijk nog maar zelden geblogd. Daarin moet rap verandering komen, want ze zijn altijd interessant, ze zijn vaak mooi en ze kunnen niet vaak genoeg worden tentoongesteld. Ooit hadden we in Nederland een Koninklijk Penningenkabinet, waarin talloze Griekse munten waren opgenomen. Als student kon je er vrij makkelijk terecht. De collectie is in 2007 echter samengevoegd met die van De Nederlandse Bank en het Nederlands Muntmuseum, waardoor één Muntmuseum ontstond. Het was in Utrecht. De loop kwam er echter niet in en in 2013 viel het doek. Zodat je in een de meest kapitalistische landen ter wereld momenteel nergens kunt zien wat mensen doen met geld en wat geld doet met mensen.
Autonomie
Die laatste zin (het programma van het Geldmuseum) geeft aan waarom Grieks geld zo interessant is. Het functioneerde destijds niet helemaal hetzelfde, al waren de functies op zich dezelfde. Munten dienden ook toen om mee te betalen en als oppotmiddel. Er is bovendien een vergelijkbare wereld van afbeeldingen. De Marianne op het Franse dubbeltje en de bondsadelaar op de Duitse euro hebben dezelfde functie als de roos, de bij en de schildpad op de munten van Rhodos, Efese en Aigina: alle symbolen benadrukken het eigene van degene die de munten sloeg.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.