Het einde van Athene (2)

De Hellespont, kijkend vanaf Lampsakos naar de monding van de Geitenrivieren. Overigens eens van de allereerste digitale foto’s die ik nam, in 2003.

[Het tweede deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel is hier.]

Er is wel eens geopperd (onder andere door Simon Hornblower) dat Thoukydides, in de jaren waarin Alkibiades het lot van Athene leek te verbeteren, het idee ontwikkelde dat als een oorlog maar lang genoeg duurde, zelfs de beste krijgsvoorbereidingen minder belangrijk waren dan het blinde toeval. In elk geval was ook de volgende wending in de oorlog een volstrekt toevallige, waarop Spartanen noch Atheners veel invloed hadden kunnen uitoefenen: het vertrek van Tissafernes. De Perzische koning Darius II Nothos had twee zonen, waarvan de oudste, Arsakes, hem zou opvolgen als Artaxerxes II Mnemon. De jongste, Cyrus, liep daarbij in de weg en kreeg daarom in 407 het gouverneurschap van Lydië toegewezen, een eervol ambt dat wel vaker was gebruikt om machtige prinsen weg te promoveren.

Anders dan Tissafernes, die slechts zijn vorst wilde dienen, had Cyrus een verborgen agenda. Hij wilde zijn vader opvolgen. Hij hoopte in opstand te komen tegen zijn broer en had daarvoor Griekse huurlingen nodig, die hij alleen kon krijgen als de oorlog tussen Athene en Sparta ten einde kwam. De logische gevolgtrekking was dat hij een van beide partijen onvoorwaardelijk moest steunen. Aangezien Athene Pissouthnes en Amorges had gesteund, lag het voor de hand dat hij steun ging geven aan de Spartanen.

Lees verder “Het einde van Athene (2)”

Het einde van Athene (1)

Tempel van Nike, Athene

Onlangs schreef ik over de Siciliaanse Expeditie: in 415 v.Chr. probeerde Athene vergeefs Sicilië te veroveren – of althans Syracuse. Het was uitgelopen op een ramp. Terwijl de Atheners in het westen actief waren, hadden de Spartanen Athene opnieuw de oorlog verklaard en koning Agis II had niet ver van de stad een fort ingericht. Hadden ze tijdens de Archidamische Oorlog – meer precies in de jaren 431-425 v.Chr. – het Atheense platteland alleen geplunderd met korte campagnes, nu waren de Spartaanse troepen er permanent. Tijdens de Ionische of Dekeleïsche Oorlog (413-404) brachten enorme schade toe aan de vijandelijke economie.

De anders afstandelijke Thoukydides kan voor één keer niet verbergen dat ook hij uit Athene kwam: zoiets slims konden de Spartanen niet zelf hebben bedacht, zoiets moest wel zijn verzonnen door een Athener. Namelijk Alkibiades, de tijdens de Siciliaanse Expeditie uit het generaalsambt gezette Atheense politicus, die in Sparta in ballingschap was gegaan. Of hij echt zoveel invloed heeft gehad staat te bezien.

Lees verder “Het einde van Athene (1)”

De Siciliaanse Expeditie (5)

Grafmonument van een hopliet (Archeologisch Museum, Peiraieus)

[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Nu de verslagen Atheners hun vertrek uitstelden, konden de Syracusanen hun geluk niet op. Onmiddellijk blokkeerden ze de ingang van de Grote Haven. Hun tegenstanders deden een wanhopige poging uit te breken, maar in de zeeslag bleken de Atheense triëren geen partij meer te zijn voor die van Syracuse. Voor de Atheners was nu bijna alles verloren, want ze hadden zelfs geen schepen meer om naar huis te varen. Het enige wat erop zat was proberen hun basis in Katana te bereiken. En dus marcheerden ze langs de rivier de Anapos landinwaarts, in de hoop zich een weg door het laaggebergte te kunnen banen. De afwezigheid van cavalerie bleek nu fataal. Thoukydides heeft een huiveringwekkende beschrijving van de ondergang van de Atheners, hier geboden in de vertaling van M.A. Schwartz.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (5)”

De Siciliaanse Expeditie (3)

[Dit is de derde aflevering uit een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Syracuse bestond uit twee delen. De oude stad lag op een eiland dat aan alle zijden was omgeven door onderzeese rotsen, die een landing met schepen onmogelijk maakten. Ook op het vasteland lag een stadswijk, die in het westen werd begrensd door een moeras terwijl in het noorden een oneffen, rotsachtige hoogvlakte lag die bekendstond als de Hoogten. In de winter ommuurden de Syracusanen een deel daarvan. Bestorming was onmogelijk, want voordat de aanvallers de muur zouden bereiken, moesten ze over allerlei rotsen klauteren, waarbij ze een makkelijk doelwit waren voor boogschutters.

Het zwakke punt in de muur was gelegen op de plek waar de rotsen wat minder steil afliepen en overgingen in het moeras. (Het theater dat hier was uitgehouwen is nog altijd te zien.) Dit was de plaats waar Nikias en Lamachos in de lente van 414 aanvielen. Ze landden bij Leon, bestormden het rotsplateau over een van de weinige begaanbare hellingen en bouwden een enorm, cirkelvormig fort tegenover het zwakke punt in de Syracusaanse verdedigingsmuur. Een tweede fort, Labdalon, zorgde ervoor dat ze de helling naar het plateau bleven beheersen. De aanval maakte in een klap duidelijk dat de Atheense strijdmacht nog onverminderd gevaarlijk was.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (3)”

De Siciliaanse Expeditie (2)

Alkibides (Capitolijnse musea, Rome)

[Dit is het tweede deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

De Atheense vloot die in de zomer van 415 v.Chr. uitvoer telde uiteindelijk nog vierendertig triëren meer dan waarom Nikias had gevraagd – ruim het dubbele van waartoe de Atheners aanvankelijk hadden besloten. Zo was de beperkte operatie veranderd in een onderneming zonder weerga die, als ze succes zou hebben, Athene zou maken tot de machtigste staat in het Middellandse Zeegebied, maar als ze zou falen, zijn positie als machtigste staat van Griekenland in gevaar bracht. Het was een immense strijdmacht, maar evengoed zou blijken dat het voor elke oorlog op Sicilië noodzakelijke legeronderdeel ontbrak.

Nog nooit was er een tocht ondernomen verder van huis en met groter verwachtingen van een toekomstige uitbreiding van de nu aanwezige macht. Toen de schepen bemand waren en alles was ingescheept wat zij op hun reis moesten meenemen, werd met de trompet stilte geblazen en werden de voor het vertrek gebruikelijke gebeden uitgesproken, niet op elk schip afzonderlijk, maar allen tezamen spraken zij de woorden van de heraut na. Mengvaten werden gevuld het gehele leger langs gedragen en uit gouden en zilveren bekers werd door de manschappen en officieren geplengd. (Thoukydides 6.32.1; vertaling M.A. Schwartz.)

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (2)”

De Siciliaanse Expeditie (1)

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Wat was de allerbelangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis? De Atheense geschiedschrijver Thoukydides wist het: de mislukte expeditie van zijn landgenoten naar Sicilië.

Het was bij mijn weten de belangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis, omdat ze voor de overwinnaars even schitterend verliep als voor de verliezers rampzalig. Zij zijn immers op overweldigende wijze verslagen en hadden de zwaarste verliezen geleden. Het was zogezegd een nationale ramp: leger, vloot, ja wat niet al, was verloren gegaan. En van al die mensen is maar een handjevol thuisgekomen. (Thoukydides, Peloponnesische Oorlog 7.87.5-6; vert. Hein van Dolen)

Deze woorden uit het geschiedwerk van Thoukydides gelden als hét klassieke voorbeeld van de stijlfiguur die bekendstaat als bathos: na drie plechtige volzinnen volgt op de plaats waar je de ronkende conclusie zou verwachten een zinnetje in spreektaal dat, doordat het de verwachting doorbreekt, bevreemdend overkomt. Vaak is dat komisch bedoeld, maar niet bij de serieuze Thoukydides. Zijn wending in stijl illustreert de wending in de oorlog. Toen hij de geciteerde woorden schreef, vermoedelijk in 411 v.Chr., meende hij dat de mislukte Atheense aanval op Sicilië een keerpunt was geweest in het al langer spelende conflict met Sparta. (Ik blogde al eerder over de aanloop naar de oorlog bij Sybota, over de Archidamische Oorlog van 431-421 en over de slag bij Mantineia in 418.) De Atheense verliezen waren, althans volgens Thoukydides, te groot geweest en toen het conflict met Sparta opnieuw oplaaide (de Dekeleïsche Oorlog, 413-404) zou Athene vroeg of laat bezwijken. Vandaar: de Siciliaanse expeditie was de belangrijkste gebeurtenis uit deze oorlog en de hele Griekse geschiedenis.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (1)”

Verkeerd geleerde historische lessen

Vorige week overleed Donald Kagan. De in Litouwen geboren Amerikaanse classicus is de auteur van een van de aardigste inleidingen tot de reeks conflicten waarin Athene, Sparta, Korinthe, Thebe, Argos, Syracuse en Macedonië in het laatste derde van de vijfde eeuw v.Chr. verwikkeld raakten. Daarover eerst iets, daarna over Kagan zelf.

Griekse oorlogen

Die conflicten begonnen bij Sybota (433), escaleerden tot de tienjarige Archidamische Oorlog (431-421), kregen een kort intermezzo dat bekendstaat als de Vrede van Nikias, werden vervolgd met een conflict op de Peloponnesos en vervolgens de Siciliaanse Expeditie (waarover ik toevallig volgende week blog), gingen over in de Ionische of Dekeleïsche Oorlog (413-404), die eindigde met de val  vanAthene (404), dat zich herstelde, waarop de Korinthische Oorlog begon (395-387).

We hebben drie bronnen. De eerste is Thoukydides’ indrukwekkende maar onvoltooide geschiedwerk. Omdat deze auteur vóór de Korinthische Oorlog overleed beschouwde hij de gebeurtenissen van 431 tot en met 404 als één geheel, en daarmee maakte hij school. Historici duiden het vaak aan als de Peloponnesische Oorlog. Xenofon beschreef het vervolg, de Hellenika (“Griekse oorlogen” in de vertaling van Gerard Koolschijn). Tot slot is er Diodoros van Sicilië, de auteur van een samenvatting van eerdere geschiedwerken. Hij biedt een overzicht van de gehele vijfde en vierde eeuw, inclusief het heel relevante detail dat Sparta al in 431 v.Chr. Perzië om hulp vroeg.

Lees verder “Verkeerd geleerde historische lessen”

WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen

Thoukydides (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

Taal verandert in alle tijden, maar tijdens een revolutie valt het misschien wat meer op dat onze woorden wijzigen van betekenis. Een Griekse auteur die daarop wees, is Thoukydides – of Thucydides, als u de Latijnse spelling wil gebruiken. Zijn observaties over veranderende taal, die ik hieronder citeer, zijn terecht beroemd.

De vraag is wat hij ermee wil zeggen en om dat te achterhalen is  het zinvol eerst te kijken naar wat hij eigenlijk aan het doen is. Hij lijkt namelijk een historicus, maar dat is hij niet. Hij doet verslag van een reeks gebeurtenissen tussen pakweg 435 en 411 v.Chr., die wij aanduiden als de Archidamische Oorlog, de Siciliaanse Expeditie en de Dekeleïsche Oorlog, met daartussen enkele jaren die we kunnen typeren als een interbellum, waarin even goed veldslagen plaatsvonden zoals die bij Mantineia. Thoukydides nam alles samen en dan spreken we van de Peloponnesische Oorlog, maar als je je netten zo wijd werpt, moet je ook een later conflict, de Korinthische Oorlog, erbij nemen. Dat hij zijn netten te wijd of niet wijd genoeg werpt, toont dat hij niet werkelijk is geïnteresseerd in het verleden; wat hij wil is doorgronden wat er feitelijk gebeurt. Wat is een volksmenner? Wat vermag een goede toespraak? Wat is een oorzaak? En: wat is revolutie?

Lees verder “WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen”

De vier beesten van Daniël

Gevleugelde leeuw uit Nimrud (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden beloofde ik een stukje over de wijze waarop de mensen in de Oudheid omgingen met voorspellingen. Als je de antieke teksten leest, komen die namelijk altijd uit. Eén verklaring is dat ze multi-interpretabel waren. Spreuken werden mondeling overgeleverd en er waren allerlei varianten in omloop. Thoukydides vertelt bijvoorbeeld over de tyfusepidemie die in 430 v.Chr. Athene trof:

In deze ellende was het begrijpelijk, dat de Atheners zich de volgende versregel herinnerden, volgens de ouderen een vroegere voorspelling:

“Eens komt een Dorische oorlog en de pest vergezelt hem.”

De mensen werden het er niet over eens of in deze oude versregel gesproken was van loimos (pest) of van limos (honger), maar natuurlijk behaalde in de gegeven omstandigheden het woord loimos de overwinning; want de mensen pasten hun herinnering aan aan het leed dat hen trof. Maar – zo komt het mij voor – als ooit een andere Dorische oorlog mocht uitbreken en gepaard gaat met honger, dan zullen zij vermoedelijk de andere lezing verkondigen. (vert. M.A. Schwartz)

Lees verder “De vier beesten van Daniël”

Misverstand: Perikles’ strategie

Perikles (British Museum, Londen)

Misverstand: Perikles had de Peloponnesische Oorlog goed voorbereid

In 431 v.Chr. verklaarde Sparta de oorlog aan Athene, vrezend dat die stad te machtig zou worden en teveel invloed zou gaan uitoefenen, met name in de Griekse heiligdommen. Het beloofde een lange oorlog te worden, en de Spartanen stuurden meteen gezanten naar Perzië om daar hulp te vragen. De grote koning had echter geen belangstelling voor een conflict met Athene, dat zich al een generatie lang onthield van inmenging in de Perzische aangelegenheden.

Zoals destijds te doen gebruikelijk, probeerden de strijdende partijen elkaar schade toe te brengen door het platteland te brandschatten. De belegering van steden was een vaardigheid die men in Griekenland op dat moment nog slecht beheerste, maar het was mogelijk de tegenpartij de toegang tot haar akkers te ontzeggen en zo uit te hongeren. Het brandschatten bracht de Spartanen echter geen stap verder, aangezien de Atheners als enigen een vloot bezaten en hun voedsel konden aanvoeren van overzee. Ondertussen konden zij vanaf zee wel het land van de Spartanen en hun bondgenoten naar hartenlust plunderen. Zo hoefden ze het niet te laten aankomen op een veldslag met de geduchte Spartaanse troepen. Bovendien beschikte Athene over een met 6000 talenten zilver gevulde krijgskas, waar in vredestijd jaarlijks zo’n 1000 talenten bij kwamen. De Atheense generaal-politicus “Perikles had de oorlog goed voorbereid”, schrijven twee Nederlandse oudhistorici in een veelgebruikt handboek voor eerstejaarsstudenten.

Lees verder “Misverstand: Perikles’ strategie”