WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Taal verandert in alle tijden, maar tijdens een revolutie valt het misschien wat meer op dat onze woorden wijzigen van betekenis. Een Griekse auteur die daarop wees, is Thoukydides – of Thucydides, als u de Latijnse spelling wil gebruiken. Zijn observaties over veranderende taal, die ik hieronder citeer, zijn terecht beroemd.

De vraag is wat hij ermee wil zeggen en om dat te achterhalen is  het zinvol eerst te kijken naar wat hij eigenlijk aan het doen is. Hij lijkt namelijk een historicus, maar dat is hij niet. Hij doet verslag van een reeks gebeurtenissen tussen pakweg 435 en 411 v.Chr., die wij aanduiden als de Archidamische Oorlog, de Siciliaanse Expeditie en de Dekeleïsche Oorlog, met daartussen enkele jaren die we kunnen typeren als een interbellum, waarin even goed veldslagen plaatsvonden zoals die bij Mantineia. Thoukydides nam alles samen en dan spreken we van de Peloponnesische Oorlog, maar als je je netten zo wijd werpt, moet je ook een later conflict, de Korinthische Oorlog, erbij nemen. Dat hij zijn netten te wijd of niet wijd genoeg werpt, toont dat hij niet werkelijk is geïnteresseerd in het verleden; wat hij wil is doorgronden wat er feitelijk gebeurt. Wat is een volksmenner? Wat vermag een goede toespraak? Wat is een oorzaak? En: wat is revolutie?

Lees verder “WvdK | Thoukydides over revolutionaire veranderingen”

De vier beesten van Daniël

Gevleugelde leeuw uit Nimrud (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden beloofde ik een stukje over de wijze waarop de mensen in de Oudheid omgingen met voorspellingen. Als je de antieke teksten leest, komen die namelijk altijd uit. Eén verklaring is dat ze multi-interpretabel waren. Spreuken werden mondeling overgeleverd en er waren allerlei varianten in omloop. Thoukydides vertelt bijvoorbeeld over de tyfusepidemie die in 430 v.Chr. Athene trof:

In deze ellende was het begrijpelijk, dat de Atheners zich de volgende versregel herinnerden, volgens de ouderen een vroegere voorspelling:

“Eens komt een Dorische oorlog en de pest vergezelt hem.”

De mensen werden het er niet over eens of in deze oude versregel gesproken was van loimos (pest) of van limos (honger), maar natuurlijk behaalde in de gegeven omstandigheden het woord loimos de overwinning; want de mensen pasten hun herinnering aan aan het leed dat hen trof. Maar – zo komt het mij voor – als ooit een andere Dorische oorlog mocht uitbreken en gepaard gaat met honger, dan zullen zij vermoedelijk de andere lezing verkondigen. (vert. M.A. Schwartz)

Lees verder “De vier beesten van Daniël”

Misverstand: Perikles’ strategie

Perikles (British Museum, Londen)

Misverstand: Perikles had de Peloponnesische Oorlog goed voorbereid

In 431 v.Chr. verklaarde Sparta de oorlog aan Athene, vrezend dat die stad te machtig zou worden en teveel invloed zou gaan uitoefenen, met name in de Griekse heiligdommen. Het beloofde een lange oorlog te worden, en de Spartanen stuurden meteen gezanten naar Perzië om daar hulp te vragen. De grote koning had echter geen belangstelling voor een conflict met Athene, dat zich al een generatie lang onthield van inmenging in de Perzische aangelegenheden.

Zoals destijds te doen gebruikelijk, probeerden de strijdende partijen elkaar schade toe te brengen door het platteland te brandschatten. De belegering van steden was een vaardigheid die men in Griekenland op dat moment nog slecht beheerste, maar het was mogelijk de tegenpartij de toegang tot haar akkers te ontzeggen en zo uit te hongeren. Het brandschatten bracht de Spartanen echter geen stap verder, aangezien de Atheners als enigen een vloot bezaten en hun voedsel konden aanvoeren van overzee. Ondertussen konden zij vanaf zee wel het land van de Spartanen en hun bondgenoten naar hartenlust plunderen. Zo hoefden ze het niet te laten aankomen op een veldslag met de geduchte Spartaanse troepen. Bovendien beschikte Athene over een met 6000 talenten zilver gevulde krijgskas, waar in vredestijd jaarlijks zo’n 1000 talenten bij kwamen. De Atheense generaal-politicus “Perikles had de oorlog goed voorbereid”, schrijven twee Nederlandse oudhistorici in een veelgebruikt handboek voor eerstejaarsstudenten.

Lees verder “Misverstand: Perikles’ strategie”

Tyfus in Athene

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Als de republikein Garibaldi het kon opbrengen koning Victor Emanuel te erkennen als soeverein van het eengeworden Italië, dan moet ik over mijn voorkeuren kunnen stappen en ingaan op een vier keer gedaan verzoek: kan ik niet eens bloggen over epidemieën in de Oudheid?

Natuurlijk kan dat. Eerst de klassieke bron: Thoukydides, die een beroemde beschrijving heeft gegeven van wat – zo is een paar jaar geleden vastgesteld – een uitbraak is geweest van tyfus. Na die “longread” nog wat links, inclusief uitleg van het plaatje hierboven. Morgen zal ik dan uitleggen waarom ik dit soort blogs niet te vaak wil doen.

Maar eerst een van de aangrijpendste teksten uit de Oudheid. Het is 430 v.Chr. en de Archidamische Oorlog, waarin de Spartanen probeerden de macht van Athene te breken, is het tweede jaar ingegaan. Thoukydides heeft net een redevoering gepresenteerd die de politicus Perikles zou hebben gehouden bij de uitvaart van de eerstgevallenen. In feite is dat helemaal geen grafrede maar een lofrede op Athene. Des te harder is het contrast met wat volgt: de beschrijving van een epidemie waarin de Atheners, de zelfbenoemde “school van Hellas”, zich bepaald niet van hun beste zijde laten zien. De vertaling van De Peloponnesische Oorlog 2.47-54 is van M.A. Schwartz.

Lees verder “Tyfus in Athene”

Sybota (4)

Een triëre op een scherf, gevonden op Korfu (Villa Mon Repos, Korfu)

[Slot van een vierdelige serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Ik beschreef in de eerdere delen de geleidelijke escalatie rond het eiland Korkyra. Het eerste deel is hier.]

De Korinthiërs, die dertig triëren hadden verloren, voeren tussen het wrakhout door en probeerden hun mensen uit het water te redden. De lekke, nog drijvende schepen namen ze niet op sleeptouw, want die waren vooral een obstakel als ze verder wilden varen naar Epidamnos. Dit zou de verslagenen aan het denken hebben moeten zetten, maar ze verkeerden nog in de veronderstelling dat hun tegenstanders op Korkyra wilden landen. Veel tijd om op andere gedachten te komen kregen ze niet, want al snel kwamen de Korinthiërs weer naar het noorden gevaren. Haastig brachten de Korkyreeërs en Atheners hun nog bruikbare schepen in gereedheid. Het woord is weer aan Thoukydides (in de vertaling van M.A. Schwartz):

Lees verder “Sybota (4)”

Sybota (3)

Perikles (British Museum, Londen)

[Derde deel van een vierdelig serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier. In het tweede deel introduceerde ik onze voornaamste bron, de Atheense auteur Thoukydides.]

Ook al lag er een vredesakkoord tussen Athene en Sparta en was overeengekomen geschillen op te lossen door arbitrage, er waren altijd destabiliserende gebeurtenissen. Een daarvan was het op zich onbeduidende conflict tussen Korinthe, een Spartaanse bondgenoot, en het neutrale Korkyra, het huidig Korfu. Beide maakten aanspraak op het noordelijk gelegen Epidamnos (Dürres in Albanië) en slaagden er niet in met diplomatieke middelen tot een oplossing te komen.

In 436 vielen de Korinthiërs Korkyra aan, werden verslagen, zwoeren wraak en begonnen een nieuwe vloot te bouwen. Toen ze in 433 op het punt stonden de Korkyreeërs opnieuw aan te vallen, voelden die zich voldoende bedreigd om gezanten te sturen naar Athene om de Volksvergadering te vragen om hulp. Ook de Korinthische ambassadeur sprak – althans, dat wil Thoukydides ons doen geloven – en herinnerde de Atheners eraan dat zijn stad zich afzijdig had gehouden toen zij enkele jaren eerder hadden afgerekend met het opstandige Samos.

Lees verder “Sybota (3)”

Sybota (2)

Portret van Thoukydides uit de Romeinse villa bij Welschbillig (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een serie van vier over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier.]

Athene was de onbetwiste meester van de Egeïsche Zee. Het bleef echter moreel verplicht de oorlog tegen de Perzen voort te zetten en daarom voerden de Griekse triëren van tijd tot tijd aanvallen uit op de Perzische havensteden, waar men de Atheners moet hebben ervaren als hinderlijke piraten. Toen ze zich zelfs in de Nijldelta waagden, betaalde Perzië de Spartanen om de Atheners aan te vallen, opdat die hun troepen uit Egypte zouden terugtrekken. Wat volgde was een complexe oorlog waarin Athene zich staande hield tegen diverse vijanden tegelijk maar uiteindelijk werd gedwongen vredesonderhandelingen aan te knopen.

Het verdrag tussen Athene en Sparta werd getekend in 445 en staat bekend als het Dertigjarig Bestand. Beide partijen verplichtten zich tot wat grenscorrecties en beloofden dat ze toekomstige geschillen zouden oplossen door arbitrage. Atheners legden de eden van trouw af namens hun bondgenoten in het Egeïsche Zee-gebied en Spartanen deden hetzelfde namens de hunne op de Peloponnesos. De Atheense alliantie, die was ontstaan “door angst voor de Perzen” en was blijven bestaan “omwille van de eer”, was nu uitgegroeid tot een imperium dat was gebaseerd op een ook door Sparta erkend “eigenbelang”. Het is geen toeval dat vanaf dit moment in inscripties sprake is van “de steden waarover de Atheners heersen”.

Lees verder “Sybota (2)”

Sybota (1)

Model van een triëre (Allard Pierson, Amsterdam)

In het najaar van 478 v.Chr. kwamen vertegenwoordiger van de Griekse stadstaten samen op het eilandje Delos om daar hun tegen de Perzen gerichte strijdbond te vernieuwen. Het grote verschil met de jaren daarvoor was dat Sparta niet langer mee deed, wat enigszins curieus is omdat de oorlog nog niet voorbij was. De nieuwe leider zou Athene zijn en het was dus onder Atheense leiding dat Eïon werd ingenomen, het laatste Perzische bolwerk in Europa. Omdat er geen enkele garantie was dat de Perzen niet zouden terugkeren, bleef de strijdbond bestaan.

De Perzen kwamen echter niet terug en deze Delische Zeebond veranderde steeds meer in een Atheens imperium. Zoals de Atheners later zeiden:

We hebben het niet verworven door middel van geweld, maar doordat de Spartanen niet bereid waren verder te strijden tegen de overgebleven Perzische troepen. Daarom kwamen de bondgenoten ons vragen leiding te geven en zo hebben we onze macht kunnen uitbouwen: eerst door angst voor de Perzen, daarna omwille van onze eer en tot slot uit eigenbelang.

Tot zover de Atheense historicus Thoukydides (in de vertaling van M.A. Schwartz). Er zijn slechtere samenvattingen te geven van ontstaan en ontwikkeling van het Atheense imperium.

Lees verder “Sybota (1)”

Thoukydides’ betrouwbaarheid

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Ik had het gisteren over enkele conflicten tussen Sparta en Athene. Dat waren er vier:

In een periode van drieënzeventig jaar stonden de twee mogendheden in tweeënveertig jaren wel en in eenendertig jaren niet tegenover elkaar. Hetgeen ons brengt bij de vraag die u al wilde stellen: als er een Eerste Peloponnesische Oorlog was, was er dan ook een tweede?

Het antwoord is nee. Er is wel een gewone, ongenummerde Peloponnesische Oorlog. Die vormt het onderwerp van het geschiedwerk van de Atheense historicus Thoukydides: hij beschouwde het tweede en derde conflict als geheel, dat volgens hem dus duurde van 431 tot 404. De jaren ertussen waren weliswaar vrede, maar Thoukydides beschouwde een tussenliggende expeditie van Athene richting Sicilië (415-413) als onderdeel van wat hij beschouwde als één Peloponnesische Oorlog. De vraag is of Thoukydides daarmee gelijk heeft.

Lees verder “Thoukydides’ betrouwbaarheid”

Klassieke literatuur (5a): geschiedschrijving

Mijn (letterlijk kapot gelezen) exemplaar van Rex Warners vertaling van Thoukydides

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Vandaag behandel ik het antieke genre waarvan ik gisteren beargumenteerde dat het eigenlijk geen “geschiedschrijving” zou moeten heten. De redenen: de Griekse en Latijnse schrijvers konden nauwelijks echte archiefratten zijn, ze zagen geschiedschrijving vaak als een morele exercitie en ze hadden een methodisch individualistische visie op causaliteit. De antieke geschiedschrijving is kwalitatief even ver van de moderne geschiedschrijving verwijderd als alchemie van chemie en astrologie van astronomie. Omdat we geen echte term hebben om het antieke genre aan te duiden, zal ik het ook maar geschiedschrijving noemen, maar het schuurt.

Lees verder “Klassieke literatuur (5a): geschiedschrijving”