De Bergrede (2)

Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Omkeringen

De eerste zaligspreking maakt meteen duidelijk dat er iets raars aan de hand is. Wie in de antieke samenleving een koninkrijk bezat, was zelden nederig. Elke Jood kende de tekenen van de Romeinse macht. Wie zachtmoedig was – wie aalmoezen gaf, schulden kwijtschold en andere goede daden deed – zou vroeg of laat in behoorlijke financiële problemen raken, zijn land moeten belenen en, als ’ie doorging met rechtvaardig en zachtmoedig leven, zijn land kwijt raken. (Het is onthutsend hoeveel Joodse teksten uit de eerste helft van de eerste eeuw n.Chr. gaan over schuldproblematiek. Zie ook de prozbul van rabbi Hillel en Tacitusopmerking over de belastingen in Judea.)

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Nou, echt niet. Niet in het Romeinse Rijk, niet in de vazalstaatjes van de afstammelingen van koning Herodes. Matteüs schetst een utopie, waarin de zaken voor één keer wél kloppen. Waarin rechtvaardigheid wél wordt beloond en eerlijke mensen wél de erkenning krijgen die ze toekomt. Een koninkrijk dus waarin de laatsten de eersten zijn. Het koninkrijk van de eindtijd, waarin God zelf de wereld zou komen regeren.

Vervolging

De utopie appelleert natuurlijk alleen aan mensen die ontrecht zijn en die zich ongehoord weten. Dat dit ook Matteüs’ doelgroep is, blijkt uit het slot van deze proloog.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel.

Een vervolgingscontext, met andere woorden. Matteüs schreef dit rond pakweg 75 n.Chr. en baseerde zich dus op een oudere bron, die dus eveneens een situatie veronderstelt waarin de volgelingen van Jezus het hard voor de kiezen krijgen. Vermoedelijk is dat een intern-joodse discussie geweest: de hogepriesters in Jeruzalem waren niet zo blij met de volgelingen van een messias die had beweerd over de hogepriester te mogen oordelen. Jezus’ broer Jakobus zou eveneens om het leven worden gebracht – een daad die overigens leidde tot de afzetting van de verantwoordelijke hogepriester.

4QBéatitudes

Zoals de halachische discussie in de Bergrede, waarover ik vorige week blogde, een herkenbaar joodse vorm heeft, die we ook kennen uit de Dode-Zee-rol-tekst die bekendstaat als 4QMMT, zo is er ook een parallel voor de Zaligsprekingen, namelijk 4Q525 ofwel 4QBéatitudes. Hier is een deel, in de vertaling van A.S. van der Woude en F. García Martínez.

Welzalig die de waarheid spreekt met een rein hart,
en op wiens tong geen laster is.
Welzalig die vasthouden aan haar inzettingen,
en die niet vasthouden aan de verkeerde wegen.
Welzalig die zich in haar verheugen,
en die zich niet storten op de dwaze wegen.
Welzalig die haar zoeken met reine handen,
en die haar niet trachten te vinden met een bedrieglijk hart.

En zo voort. Nu is de vorm “zalig die…” of “gelukkig wie…” niet uniek. Een ander voorbeeld is Sirach 14. De parallel tussen de Bergrede en 4Q525 is echter nauwer omdat er een eindtijdverwachting wordt uitgesproken. Daarover een andere keer meer.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

27 gedachtes over “De Bergrede (2)

  1. Dirk Zwysen

    Bedankt voor deze reeks. Vanuit een gelovig standpunt zijn dit een zeer waardevolle woorden en krachtige beelden, een oproep om niet toe te geven aan eigenbelang, wanhoop en cynisme. Het getuigt van het belang dat de tekst werd toegekend dat hij leest als een verzameling Nederlandse spreekwoorden en zegswijzen.

  2. Ik bedacht nog: de ritmische opbouw van de Zaligsprekingen zou je tegenwoordig kunnen vinden bij spoken word kunstenaars. Je weet wel waar Marten Luther KIng het “one hundred years later the Negro…”, het “I have a dream that…” en “let freedom ring…” vandaan haalde.

    1. Gert M. Knepper

      “De ritmische opbouw van de Zaligsprekingen zou je tegenwoordig kunnen vinden bij spoken word kunstenaars.” Ja, en dat is geen toeval. Teksten uit de Oudheid zijn bedoeld om te worden aangehoord, niet om (stil) te worden gelezen. Matteüs ‘publiek heeft, net als dat van Martin Luther King en hedendaagse spoken word kunstenaars, die “ritmische opbouw” (de technische term daarvoor is ‘anafoor’) via hun oren meegekregen.

  3. Martin van Staveren

    Het woord “utopie” is correct in deze context. Religie, socialisme etc zijn utopieën. De maatschappij voldoet in onze ogen niet, en dan gaan we denken over hoe het zou moeten zijn. Aan de andere kant, welke maatschappijvisie is geen utopie? In het boek “Wat is fascisme?” Van Robin te Slaa wordt ook de “liberale democratie” een utopie genoemd.

        1. FrankB

          Dan rekken we het begrip wel erg ver op. Wat is de volgende stap? Voetbal is religie en het voetbalstadion is een utopia?

    1. Rob Duijf

      ‘Omdat ik liberaal ben (…)’

      Jij bent liberaal omdat je denkt dat je liberaal bent. Je identificeert je met enig liberaal gedachtegoed, net zo als anderen zich met van alles en nog wat identificeren. En vervolgens zetten jullie elkaar het mes op de keel over de vraag wiens gedachtegoed het beste is.

      Vraag jij je wel eens ten diepste af waarom je überhaupt de behoefte hebt om iets te zijn en ergens bij te horen? Ik denk het niet…

      ‘(…) probeer ik wel te begrijpen waar die weerstand vandaan komt.’

      …en is dat wel noodzakelijk, als je tenminste echt serieus bent!

      1. Frans Buijs

        Ha, daar hebben we onze huisfilosoof weer. Maar… Wat als ik nou niet de behoefte heb om ergens bij te horen en iets te zijn? Hoor ik dan nergens bij en ben ik niets? Of komen we dan weer terug bij Descartes? Ik denk dus ik besta…

        1. Rob Duijf

          ‘Wat als ik nou niet de behoefte heb om ergens bij te horen en iets te zijn? Hoor ik dan nergens bij en ben ik niets?’

          Moet ik daar antwoord op geven? Waarom stel je die vraag niet aan je zelf?

          ‘Of komen we dan weer terug bij Descartes? Ik denk dus ik besta…’

          En?

          Ga nou eerst eens naar je zelf kijken voor je mij filosoof noemt. Maar dat doe je niet…

          1. Frans Buijs

            Je moet niks, maar het begint nou wel een beetje kinderachtig te worden met dat “kijk eens naar je eigen”. Sorry hoor, ik zoek geen ruzie, maar al dat gepraat over eenheid en dit en dat wordt een beetje een cliché.

            1. Rob Duijf

              ‘(…) maar al dat gepraat over eenheid en dit en dat wordt een beetje een cliché.’

              Gepraat over ‘eenheid’ wordt gauw cliché. Dat ben ik met u eens. We doen niet anders, hè?

              Maar wat ìs het, meneer Buijs?

      2. Martin van Staveren

        Het gaat natuurlijk om wat je het beste politieke systeem vindt. Ik meen dat het systeem het talent in de maatschappij, voor zover aanwezig, aan de oppervlakte moet brengen. En dat gaat het beste in vrijheid.

        1. Rob Duijf

          ‘Het gaat natuurlijk om wat je het beste politieke systeem vindt.’

          Een ander vindt met evenveel recht zijn politieke systeem het best, niet waar? Het gevolg is dualiteit, dus conflict, strijd over wie er gelijk heeft. En die strijd wordt al duizenden jaren uitgevochten.

          Ik zal het je vertellen, Martin: niemand heeft gelijk. En als je die bewering wilt objectiveren, zul je om te beginnen je eigen gelijk ter discussie moeten stellen. Maar dat doe je niet, want dat betekent loslaten en jij klampt je angstvallig vast. Net als de anderen overigens.

          ‘En dat gaat het beste in vrijheid.’

          Wat is dat, ‘vrijheid’? Is vrijheid een ideologisch fenomeen? Is vrijheid doen en laten waar je zelf zin hebt? We eisen net zo gemakkelijk vrijheid voor onszelf op, als dat we ze aan anderen ontzeggen. Jouw ideologische vrijheid is een denkproduct, het is bedacht en in strijd met die van andere ideologen.

          Of is vrijheid misschien iets heel anders? Betekent vrijheid innerlijke ongebondenheid, nergens voor anker liggen? Als je werkelijk vrij bent, laat je een ander vrij; als je ruimte hebt, geef je ruimte aan een ander. Die ruimte is ontzettend belangrijk. Onze kinderen zouden in vrijheid en veiligheid op moeten kunnen groeien en zich moeten kunnen ontwikkelen tot innerlijk en juist daarom uiterlijk vrije mensen met verantwoordelijkheidsbesef en compassie, maar dat kunnen ze niet, omdat de godsdienstige en politieke ideologen hun vrijheid afbakenen en inperken.

          1. FrankB

            “Wat is dat, ‘vrijheid’?”
            Goede vraag, maar het zou u sieren uw methode eens op uzelf toe te passen.

            “Een ander vindt met evenveel recht …..”
            Welk recht? Wat is recht? Uw recht? Met welk meetinstrument bepaalt u “evenveel”?

            “Net als de anderen overigens.”
            Inclusief u? Waarom merken we daar dan zo weinig van in uw commentaren? Hoe weet u dat u gelijk hebt met

            “Het gevolg is dualiteit, dus conflict, strijd over wie er gelijk heeft.”
            Wanneer stelt u dit eens ter discussie? Dat doet u namelijk nooit, want dat betekent loslaten en u klampt zich liever angstvallig vast aan dit stokpaardje.
            Geeft u eens het goede voorbeeld. Doe een keer wat u preekt. Anders krijgt Frans Buijs nog gelijk hierboven.

            1. Rob Duijf

              ‘Welk recht? Wat is recht? Uw recht? Met welk meetinstrument bepaalt u “evenveel”?

              Ik bepaal dat niet, ik hou er geen politiek systeem op na. Ik schrijf niemand de wet voor. Men vindt zelf dat men dat recht heeft en men verdedigt dat recht.

              ‘Inclusief u? Waarom merken we daar dan zo weinig van in uw commentaren?’

              Nee, goddank niet! Ik hou er geen overtuigingen op na, dus hoef ik me nergens aan vast te klampen, ik hoef niets te verdedigen noch aan te vallen, noch ergens voor of tegen te kiezen. Kennelijk heb je dat in mijn commentaren nog niet weten te ontdekken. Ziende blind en horende doof.

              ‘Hoe weet u dat u gelijk hebt met “Het gevolg is dualiteit, dus conflict, strijd over wie er gelijk heeft.”’

              Gelijk is altijd gebaseerd op het vergelijken van ideeën en meningen. Maar wat zijn de feiten?

              Als je weet hoe je moet observeren dan zie je dat uiteenlopende ideeën en belangen conflict veroorzaken. Dat is wat er gebeurt in de wereld, in onze relaties en in onszelf. We zijn echter zo geconditioneerd dat we het normaal zijn gaan vinden. Conflict wil nog niet zeggen dat we elkaar fysiek in de haren vliegen, maar het betekent dat we niet werkelijk nader tot elkaar komen, omdat we ons van elkaar afscheiden. We hebben het conflict gecultiveerd en gieten er op zijn best een beschavingssausje overheen. Dat noemen we dan tolerantie. Maar tolerantie is alleen een issue omdat er intolerantie is, het gevolg van verdeeldheid. Tegelijk staan we tot tanden bewapend tegenover elkaar en noemen het ‘vrede’. Dat is retoriek. We vragen ons niet af waarom we verdeeld zijn en zoeken de oorzaak en oplossing van onze problemen buiten onszelf.

              ‘Geeft u eens het goede voorbeeld.’

              Ik heb geen enkele behoefte, Frank. Ga nou eerst eens zelf kijken voor je oordeelt en kom me dan vertellen wat je hebt waargenomen. Moet je wel weten wat onafhankelijk waarnemen is. Voor zover het je interesseert.

            2. Rob Duijf

              ‘“Wat is dat, ‘vrijheid’?”
              Goede vraag, maar het zou u sieren uw methode eens op uzelf toe te passen.’

              Prima. Ik verval in herhaling, maar het is kennelijk niet anders.

              Om te beginnen dit. Alles wat ik hier beweer, hoeft niet per se juist te zijn. Als je echter de moeite neemt om de redenering te volgen, dan kun je die toetsen bij je zelf. Want dat is waar we het hier over hebben: zelfkennis en zelfinzicht. Dus laat me het werk niet alleen doen, daar schiet je niks mee op.

              Als we willen weten wat waarneming, observatie feitelijk is – dus niet wat we denken dat het is – en of er zoiets als onafhankelijke, objectieve waarneming bestaat, zullen we eerst moeten beseffen, hoe we nu denken waar te nemen.

              Op grond van wat we bijvoorbeeld horen of zien, de perceptie, vindt er translatie en interpretatie plaats van het gehoorde of geziene en vergelijking met wat we menen te weten: de kennis, de meningen, de ideeën die we hebben. Op basis daarvan volgt een waardeoordeel: aanvaarding, afwijzing of negering; we modificeren onze opvattingen en ventileren onze mening. We kunnen dit hele proces in onszelf volgen, dus er kan worden getoetst of het bovenstaande juist is.

              Dit hele cognitieve proces vindt dus plaats tegen de achtergrond van de kennis die we al hebben. Kennis is subjectief en kleurt de perceptie. We zien en horen wat we al gezien en gehoord hebben en als kennis hebben geregistreerd. Dat betekent dat we bevooroordeeld zijn, dat we een bias hebben die onze mening stuurt.

              Waarneming van de objectieve werkelijkheid is wezenlijk anders, omdat het een precognitief proces is. Er is geen cognitief centrum van waaruit wordt waargenomen, geregistreerd en geregisseerd. Dat cognitieve centrum is een virtuele, subjectieve creatie van het denken. Dus objectieve waarneming vindt plaats zonder enige interferentie van het denken.

              Dat cognitieve egocentrum is ons bewustzijn dat alles bevat wat ons heeft gevormd: onze identiteiten, onze opvattingen, onze ideologieën en overtuigingen – nationalistisch, politiek, godsdienstig etc. Dus als we willen weten wat de feitelijke, objectieve werkelijkheid is en de waarheid daaromtrent, dan kan dat alleen zonder de subjectieve, bevooroordeelde invloed van het denken. En die invloed is heel groot, omdat we vanaf onze geboorte zwaar geconditioneerd zijn.

              Waarneming kan dus alleen maar plaatsvinden als het volkomen vrij is van iedere vorm van conditionering. Het ego, het zelfgevoel is echter zeer sterk aanwezig. We hebben hierboven gezien dat dat ego een denkproduct is, het is verbeelding, illusie. Wat gebeurt er wanneer we de genadeloze, naakte waarheid omtrent ons zelf onder ogen zien, zonder oordeel, dus zonder weg te kijken?

  4. Ben Spaans

    U bent wel erg bezig met fascistische bewegingen hè?🙄
    Robin te Slaa kreeg voor dit boek subsidie van Stichting Media en Democratie. Uit zulke publicaties komt natuurlijk nooit naar voren dat fascisme eigenlijk wel een goed idee is…😏

    1. Martin van Staveren

      Inderdaad, er staat niet in dat fascisme een goed idee was, er staat wel in dat het een revolutionaire utopie was. De weerstand tegen parlementarisme en liberalisme was in die tijd wel heel hevig. Omdat ik liberaal ben probeer ik wel te begrijpen waar die weerstand vandaan komt.

      1. FrankB

        “Omdat ik liberaal ben …..”
        Dit is inderdaad een nietszeggende term tegenwoordig. U hebt uzelf ook wel eens een conservatief genoemd en er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat liberalen (voor RobD: mensen die zich destijds liberaal noemden) en conservatieven (mensen die zich destijds conservatief noemden) recht tegenover elkaar stonden. Ik wil maar zeggen: voor zover die twee begrippen nog inhoud hebben (en ik sluit dat niet uit) zijn ze zo sterk aan verandering onderhevig geweest dat “ik ben liberaal” verduidelijking behoeft.
        Mijn favoriete voorbeeld is Edmund Burke, dat boegbeeld van het moderne conservatisme. Hij had een aantal opvattingen die alleen maar hoogst progressief kunnen worden genoemd.

        “waar die weerstand vandaan komt”
        Retorische vraag: weerstand van wie? De weerstand van boeren was niet hetzelfde als van industriëlen; van middenstanders was het nog weer anders. Zelfs de weerstand van Drentse boeren was niet hetzelfde als die van hun Oost-Pruisische collega’s.

        1. Martin van Staveren

          De NSB was anti-parlementair en anti-democratisch, net zoals de katholieke kerk dat was. Liberalisme: individuele rechten en maximale keuzevrijheid. Dus secularisatie en dat iedereen gelijk is voor de wet. De huidige onderwijspolitiek is anti-liberaal; men wil de brugklas naar drie jaar verlengen, ten koste van de goede leerlingen.

        2. Rob Duijf

          ‘Ik wil maar zeggen: voor zover die twee begrippen nog inhoud hebben (en ik sluit dat niet uit) zijn ze zo sterk aan verandering onderhevig geweest (…)’

          Zeker, Frank! Maar het fundament is hetzelfde gebleven, namelijk het idee een individu te zijn met een identiteit. Zo worden we gevormd, door onze opvoeding, door de maatschappij, door de cultuur, kortom, door de mensen die daar zelf ook een product van zijn: onze ouders, onze onderwijzers, onze leraren en de professor, onze nationalistische, geestelijke en politieke leiders en andere klaplopers die ons aanmanen om te volgen en te betalen. En uiteindelijk kan het zijn dat we identiteiten loslaten, om vervolgens andere identiteiten aan te nemen. In die zin valt het niemand kwalijk te nemen, want we weten niet beter.

          Tenzij je gebruik maakt van een ander geestelijk vermogen, namelijk scepsis, twijfel. Helaas gebeurt dat in de meeste gevallen pas op momenten van crisis, wanneer het leven ons in het gezicht slaat en onze vermeende zekerheden aan het wankelen worden gebracht. Dan pas gaan mensen zich afvragen of het eigenlijk allemaal wel klopt wat ze hebben geleerd, wat ze is voorgehouden. Het kwartje kan twee kanten opvallen: of we vallen terug, nemen een andere identiteit aan of versterken de identiteit die we al hadden, of we doorzien de illusie en zijn voorgoed genezen van deze kwaal. Want dat is het. Er bestaan alleen geen pilletjes voor. De enige remedie is inzicht.

  5. Ben Spaans

    Groots en meeslepend leven…geen burgerlijke middelmatigheid…de Groote Oorlog had voor een bepaald soort mensen de waarde van nationalisme en geweld bewezen…afkeer van militant tot revolutionair links…
    In Duitsland was het overigens goed mogelijk gebleken radicaal links zonder formeel fascisme er onder te krijgen (Freikorpsen) – de NSDAP kwam op toen dat eigenlijk al achter de rug was.

    Buiten Duitsland hebben fascistische bewegingen bij vrije verkiezingen nooit meer dan zeg maximaal 10% van de stemmen gekregen, ook in Italië niet.

    Ik beveel het boek van Mark Mazower ‘Dark Continent (Duister Continent)’ aan, vooral de 1e vier hoofdstukken. Er komt duidelijk naar voren dat de reactie tegen democratie in het interbellum een breder fenomeen was dan puur fascisme.

    1. Martin van Staveren

      Zeker, het is pas sinds WO-II dat we democratie zo’n goed idee vinden. Democratie betekent tenslotte dat de (arme) massa invloed op de politiek krijgt.

    1. Ben Spaans

      Country was toen in Europa nog niet zo groot…
      Lekker knokken was voor veel Fasco’s vast ook genoeg.

Reacties zijn gesloten.