Hunebedden van de dag: D22 en D21 (Bronneger)

Hunebed D21 bij Bronneger

Het vandaag te behandelen tweetal hunebedden oogt op het eerste gezicht even weinig interessant als het drietal waarover ik afgelopen dinsdag blogde. De twee groepjes liggen een boogscheut uit elkaar: in het oosten de hunebedden D23, D24 en D25 en in het westen de hunebedden D22 en D21. Iets ten zuidwesten van Bronneger, iets ten noorden van het Hunebedcentrum in Borger, iets ten zuiden van Drouwen.

Samen vormen ze een leuke wandeling. Begin in Drouwen, loop dan naar het tweetal waarover ik het vandaag heb en het drietal daarnaast, en eindig bij het Hunebedcentrum. Een kilometer of zes over prachtig open landschap. Loop terug langs hunebed D26, dat wat westelijker ligt. Dat ligt op bijna dezelfde breedte als de vijf hunebedden van Bronneger, wat suggereert dat hier ooit een west-oost-weg heeft gelegen richting Grolloo. Via de Drouwense tweeling D19 en D20 wandel je terug naar waar je bent begonnen.

Hunebed D21

Hunebed D21 (de westelijke van het tweetal van vandaag) schurkt tegen een beukenboom aan. Dit grafmonument is in 1918 onderzocht door Van Giffen. Hij vond niet minder dan zeshonderd stuks trechterbekeraardewerk. In Een paleis voor de doden schrijft Herman Clerinx:

De bodem van het hunebed bestond uit meerdere vloerlagen, waarover de voorwerpen verspreid werden aangetroffen. We kunnen aannemen dat zodra een vloer vol lag, er een volgende vloerlaag overheen werd geworpen zodat men opnieuw kon beginnen.

Van der Sanden voegt in de Gids voor de hunebedden toe dat het aardewerk in hunebed D21 behoorde tot de cultuurfase die we dateren tussen 3350 en 3300 v.Chr. Wonderlijk is overigens dat dit hunebed is gericht op het noordnoordoosten. Meestal zijn ze gebouwd langs een oost-west-as. Hunebed D21 had een portaal en is met een lengte van 7¾ meter en een breedte van nog geen drie meter ietwat aan de kleine kant.

De schamele resten van hunebed D22

Hunebed D22

Het oostelijke graf, hunebed D22 dus, is nog kleiner: het meet slechts 3½ bij drie meter en is daarmee het kleinst bekende hunebed van Nederland. Het aardewerk dat Van Giffen hier opgroef – iets van veertig stuks – wordt gedateerd tussen 3250 en 3125. Zeg maar toen Uruk al 250 hectare groot was. Je ziet alleen twee forse dekstenen liggen, want de vijf draagstenen zitten dieper de grond. Dit hunebed is op het oostnoordoosten gericht: ook niet volgens het ideaaltype, maar wat minder uit de richting.

Een emmer uit Bronneger (Drents Museum, Assen)

Ik behandel nog even een vondst. Bovenstaand voorwerp heeft oren en daarom noemen archeologen het gemakshalve een emmer. Het aardewerk zit vol zigzaglijnen, wat “diepsteekgravering” heet. De twee oogjes boven het oor zouden weleens een gezicht kunnen voorstellen. Ze hebben in elk geval de juiste verhoudingen.

Kortom, eigenlijk zijn deze hunebedden bij nader inzicht toch wel interessant.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Over deze hunebedden is meer te lezen op Wikipedia (hunebed D21 en hunebed D22), op Hunebeddeninfo.nl en en op Hunebedden.nl (hunebed D21 en hunebed D22).

Google Earth: hier. Bezocht op 4 december 2020, fietsend van Emmen naar Assen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

2 gedachtes over “Hunebedden van de dag: D22 en D21 (Bronneger)

  1. Dirk Zwysen

    Bedankt voor deze interessante reeks. In mijn buurt (te ver van zowel ijstijdse zwerfkeien als Ardeense rotsen) moeten we het stellen met hier en daar een gereconstrueerd grafheuveltje.

    Vorige week passeerde ik weer eens door Wéris, een zin die in het Antwerps grappiger klinkt. Bleek dat mijn broer er al eens was gaan filmen met Herman Clerinx: https://youtu.be/XE2lpylUnR4

    1. Ja, België is weliswaar zeer stiefmoederlijk bedeeld met hunebedden vergeleken met Nederland, maar die weinige die er zijn, zijn dan wel weer ontzettend interessant in combinatie met de rijtjes menhirs en de Pierre Haina in de buurt.

Reacties zijn gesloten.