Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen

Twee Assyrische paleisbedienden (Tell Ahmar; Louvre, Parijs)

Tijd om het te hebben over de maatschappelijke verhoudingen in het oude Nabije Oosten. In de eerste plaats slavernij. Je hoeft niet heel Bijbelvast te zijn om de verhalen te kennen over de vreselijke slavenarbeid van de Hebreeën in Egypte en de deportatie van de Joden naar Babylonië. Onvrije arbeid was destijds doodnormaal. De vrijheid van de een was mogelijk door de onvrijheid van de ander, zo simpel. In de oud-oosterse samenlevingen bestond dus een onderscheid tussen degenen die eigen baas waren en degenen die andermans bezit waren.

Dat was maar één manier om de toenmalige maatschappij onder te verdelen. De maatschappelijke verhoudingen waren zo complex als je bij vijfentwintig eeuwen geschiedenis mag verwachten. Rijkdom was een ander onderscheid, net als iemands plaats in de economie: boer, soldaat, ambachtsman. Voor ons niet zo goed te begrijpen is de positie binnen of buiten de twee grote organisaties, d.w.z. paleis en tempel. Tempelpersoneel en hovelingen kregen voor hun diensten betaald door de redistributie van de opbrengsten van het land. Dat maakte hen opvallend geprivilegieerd.

Vrijheden

Terug naar onvrijheid. Ons begrip wordt bemoeilijkt door een oude, negentiende-eeuwse notie dat alle mensen de slaven van de grote koning waren. De Griekse auteur Herodotos heeft nogal wat aangericht met het beeld van enerzijds de onvrije dienaren van Xerxes die naar het front geranseld moesten worden en anderzijds de vrije Grieken die vochten voor hun eigen wetten. De hier aanwezige notie dat alle oosterlingen slaven waren, is wat meer blijven hangen dan ze verdient. (De oosterse bronnen vermelden overigens wél dat alle mensen de dienaren zijn van de goden.)

Een tweede complicatie is dat het begrip vrijheid natuurlijk complex is. Het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wijst erop dat er ook zoiets bestond als de stedelijke vrijheden, wat een aanduiding is voor de privileges die een stad historisch bezat. Een koning kon daar niet zomaar van afwijken. Toen de Babylonische koning Nabonidus de bewoners van zijn eigen hoofdstad boventallige herendiensten oplegde, was Leiden in last. Zijn opvolger Cyrus de Pers schafte die herendiensten weer af – wat de aanleiding is geweest tot het misverstand dat hij de slavernij zou hebben afgeschaft.

Soorten onvrije arbeid

Een derde complicatie is dat er verschillende soorten onvrije arbeid waren. Dat is niet anders dan in latere samenlevingen.

  • Wie zijn schulden niet kon aflossen, raakte in schuldslavernij tot hij zijn schuld had voldaan met arbeid. Zulke mensen mochten niet naar het buitenland worden verkocht en behielden bepaalde rechten.
  • Gewone slaven, die volledig rechteloos waren, waren in het Nabije Oosten minder gangbaar dan in Athene en Rome. Het bijbelse beeld van de Hebreeën als slaven in Egypte is voor oud-oosterse maatstaven excessief.
  • Dan waren er de krijgsgevangenen: vaak mensen die een ambacht beheersten en daarom voor deportatie in aanmerking kwamen. Ik blogde er al eens over.
  • Tot slot waren er de mensen die aan het land waren gebonden. We zouden ze heloten of horigen kunnen noemen.

Het is echt verkeerd al deze groepen van onvrije arbeiders over één kam te scheren. Ook is het niet zo dat onvrije arbeiders altijd slecht af waren. Een meester kon wreed zijn, maar niemand zou zijn dure arbeidskrachten kapot laten gaan als dat te vermijden viel. De echte onderkant van de antieke samenleving bestond uit dagloners, waar niemand naar omkeek.

Elamitische gedeporteerden (Louvre, Parijs)

Vrouwen

Vreemd genoeg behandelt het hoofdstuk over maatschappelijke verhoudingen in het handboek van De Blois en Van der Spek niet de positie van de vrouw. Die varieerde. In Egypte was ze bijvoorbeeld redelijk goed. Maar overal was de vrouw officieel minder af dan de man. Een van de grote oudheidkundige vragen is hoe dat zo is gekomen.

  • Biologie zal een rol hebben gespeeld. Eén theorie is dat zolang vrouwen kinderen baren en verzorgen, ze minder gelegenheid hebben een ambacht te leren. Dat plaatste ze in een complexer wordende samenleving steeds meer op achterstand.
  • Een andere theorie benadrukt de opkomst van de landbouw. In een samenleving van jagers en verzamelaars zorgen vrouwen, als verzamelaars, voor de dagelijkse kost. Het vlees waarmee de jagers thuis komen, is daarop meestal slechts een aanvulling. Met de doorbraak van de landbouw verloren vrouwen hun economische macht. Families benadrukten sindsdien dat vrouwen gedienstig moesten zijn om een goede echtgenoot te vinden.
  • Het vorige impliceert overigens dat vrouwen concurreerden om geschikte partners, waarmee ze zichzelf afhankelijk opstelden.
  • Een andere theorie is dat landbouwers concurreerden om het beste land, waardoor een cultuur van veediefstal ontstond. Mannen bewezen zich als krijgers en voor vrouwen was in roofbendes geen plaats. Het probleem met deze theorie is dat bebouwbaar land lange tijd bepaald niet schaars was.
  • De opkomst van de staat in het derde millennium kan ook een rol hebben gespeeld. Burgerschap werd belangrijker dan familiebanden.

Gezichtsbedrog?

En tot slot kan er sprake zijn van gezichtsbedrog. Wij projecteren op de slecht gedocumenteerde Oudheid wat in feite iets dat niet voldoende te documenteren is vóór de Late Middeleeuwen. Het antieke bewijsmateriaal dat we hebben en dat ons beeld van een slechte positie van de vrouw bevestigt, heeft betrekking op de elite. Naast de daarin neergelegde officiële ideologie kan een niet gedocumenteerd stelsel van informeel gedrag hebben bestaan dat de scherpe kanten eraf haalde. Uit de aard der zaak is dit onbewijsbaar.

Het staat echter vast dat in de Late Middeleeuwen de positie van de vrouw zo slecht was doordat de zeis de sikkel had vervangen, waardoor de rol van de vrouw in de akkerbouw minder werd. Tegelijk was de textielnijverheid beter georganiseerd geraakt en was dit ambacht een mannenberoep geworden. Door deze twee factoren verminderde in de loop van de Middeleeuwen het economisch belang van de vrouw. Het is niet uit te sluiten dat er daarvóór praktijken hebben bestaan die afweken van de in de bronnen beschreven ideologie van de elite.

Nogmaals: dit is niet te bewijzen. En een ideologie die vrouwen als minder neerzette, was nog altijd een onderdrukkende ideologie, zelfs als de realiteit minder hard was. En onder alle omstandigheden betekenen inperkingen van de vrijheid van een bevolkingsgroep dat menselijk talent onbenut blijft.

19 gedachtes over “Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen

  1. FrankB

    “Het vorige impliceert overigens dat vrouwen concurreerden om geschikte partners, waarmee ze zichzelf afhankelijk opstelden.”
    Wat een deel van de vrouwen nog steeds doet. Zie het fenomeen groupie.

    “Het staat echter vast dat in de Late Middeleeuwen de positie van de vrouw zo slecht was”
    Daarna was ze nog slechter af. Zie het werk van Lyndal Roper. Bedenk ook dat heksenjachten pas na de Late Middeleeuwen populair werden.

  2. ” In een samenleving van jagers en verzamelaars zorgen vrouwen, als verzamelaars, voor de dagelijkse kost. Het vlees waarmee de jagers thuis komen, is daarop meestal slechts een aanvulling. ”

    Maar hoe weten we dat mannen jaagden en vrouwen verzamelden? En was dat onderscheid altijd strikt? En overal hetzelfde?

    1. Etnografische vergelijkingen. In hedendaagse samenlevingen van jagers en verzamelaars werkt het zo. De jacht dient bovendien niet alleen om aan vlees te komen, maar ook om aan huiden e.d. te komen.

  3. Debby Teusink

    Wat betreft de ondergeschoven positie van de vrouw in vrijwel alle culturen, is het misschien nuttig te kijken naar onze naaste familieleden, de chimpansees. Bij deze bijna mensen vormen de mannetjes een collectief en worden vrouwtjes vaak van buiten de groep geroofd. De mannetjes werken samen in de jacht en in het beoorlogen van andere groepen. Punt is, anders dan bij bijvoorbeeld olifanten of runderen, niet de vrouwtjes het sociale cement vormen, maar de mannetjes, wat uiteindelijk ook voor de hoger status van de leidende mannetjes zorgt. Enfin, mijn vijf cent voor vandaag.

  4. Ben Spaans

    Alle oudheidkundigen en classici moeten hun excuses aanbieden voor alle onvrijheid in de Oudheid. Als zij het niet doen, hoe kan er dan ooit nog rekenschap zijn…😏🙃

    Het de bootbrug op ronselen van Perzische soldaten door Xerxes…Hetodotos kan er een agenda mee gehad hebben, maar het kan best wel gebeurd zijn, gezien recente berichten over Russische soldaten die onder doodsbedreigingen naar het front gestuurd worden…

  5. Ben Spaans

    De invoering van de zeis zou zoveel verschil hebben gemaakt? Echt? Het is zo ook wel een heel (West-)Europees verhaal trouwens. Hoe ging dat dan elders? Midden-Oosten, India, China?
    Wat betreft de rol van de textielnijverheid, was het niet zo dat zich in de Nieuwe Tijd het zgn. ‘Putting-out’ systeem verder ontwikkelde, versterkt door de groei van het handelskapitalisme, waarbij vrouwen en kinderen bepaald geen kleine rol speelden?
    Al dat soort theorieën, zijn het uiteindelijk niet gewoon verhaaltjes die we elkaar vertellen…?

    1. Ja, de zeis is heel ingrijpend geweest.

      Mijn verhaal is inderdaad wat georiënteerd op het voormalige West-Romeinse Rijk.

      De transformatie van de textielnijverheid van de boerderij naar het atelier dateert uit de Volle Middeleeuwen. Je hebt in de Late Middeleeuwen al een uitgebreide lakenindustrie. Daarna gaat het inderdaad verder zoals je zegt.

  6. Ben Spaans

    Er staat ook het verder ontwikkelen van het ‘Putting-Out’ systeem.
    Overeind blijft dat de rol van de zeis te beperkt is voor de positie van vrouwen buiten dan Europa.

  7. Ben Spaans

    De oh zo fascinerende geschiedenis van de zeis
    https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Zeis
    Het intrigerende is dat de zeis zeg maar rustig millennia lang niet is gebruikt om granen mee te oogsten, hij werd vooral gebruikt om grasland te maaien voor het verkrijgen van hooi. Pas in de negentiende eeuw gaat de zeis voor het oogsten van graan gebruikt worden, om daarna al snel door mechanisatie overvleugeld te worden.
    Dus de sikkel bleef een belangrijk landbouwwerktuig tot in de 19e eeuw.
    Echt, mag je wijzigingen in de positie van de vrouw wel aan een werktuig ophangen?

  8. Ben Spaans

    De laatste alinea – wat is dit eigenlijk? Is dit een sociale analyse, is het een moreel oordeel? Waarom zou een maatschappij het belangrijk moeten vinden dat menselijk talent onbenut blijft ? (Want in de praktijk is dat altijd wel het geval, maar dit terzijde).
    De (poging tot) discussie of een Karl Marx of een David Graeber – kun je sociale wetenschap wel los houden van allerlei aannames en persoonlijke voorkeuren?

    1. Dat talent onbenut blijft, lijkt me een constatering. Of dat erg is, dat is een beoordeling.

      Het is niet helemaal van elkaar te scheiden, maar ik bekreun me daar niet zo om. De Oudheid is er niet meer. We hoeven er geen inspiratie aan te ontlenen, we hoeven er geen oordeel over te vellen.

      Er zijn mensen die dat wel doen. Dan ken je relevantie toe aan het verleden en ik zie de noodzaak daar niet zo van. Relevantie is de vijand van de geschiedenis.

  9. Ben Spaans

    Voor een niet onbelangrijk deel zal geschiedenis altijd wel enige relevantie moeten hebben.
    Anders is alles zinloos.

    1. Een boswandeling, een concert, geschiedenis: het hoeft niet relevant te zijn om ervan te genieten. Dat is voldoende.

      Bedenk: “historisch belangrijk” is als categorie bedacht door nationalisten, en “relevant” is als categorie iets uit de discussie over hoe de universiteit zich moet financieren. Het heeft dus niets te maken met geschiedenis als wetenschap.

  10. Positie van de vrouw: niet alleen landbouw maar vooral veeteelt. Vrouwen wisten als enige wie de vader van hun kinderen was, maar dat ‘geheim’ werd bekend toen mannen dieren gingen houden en begrepen dat ‘jouw kudde’ ook inhield dat je moest weten wie met wie omging. Toen bezit belangrijk werd in de eerste steden is het mogelijk dat die ‘bezitsbegrippen’ ook op de eigen familie werden toegepast.

  11. Ben Spaans

    Dat verhaal over de ‘prehistorische’ vrouw en vaderschap – schijnt terug te gaan op ideeën over matriarchaat en patriarchaat (Friederich Engels o.a) die hoogst dubieus schijnen te zijn. Weer een verhaaltje dat we elkaar vertellen…?

Reacties zijn gesloten.