De brief aan Filemon

De vrijlating van twee slaven met vrijheidsmutsen; de eigenaar schudt een van hen de hand; achteraan kijkt een magistraat toe (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

We verdelen het Nieuwe Testament traditioneel in een aantal “boeken”. Bij de vier evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de Openbaring van Johannes is dat probleemloos, maar bij de brieven is dat eigenlijk een beetje een rare aanduiding. Zeker bij de Brief aan Filemon, die slechts vijfentwintig zinnetjes telt. Evengoed is het een interessante tekst.

Ik zal nog weleens een keer te spreken komen over het auteurschap van de diverse brieven, maar voor het moment wil ik alleen constateren dat onbediscussieerd is dat Paulus aan het woord is. Hij heeft zich weer eens in de nesten gewerkt, want hij schrijft vanuit de gevangenis aan zijn “geliefde medewerker Filemon” en de gemeente die bij hem thuis samenkomt. Na wat complimenten over Filemons vriendschap komt Paulus ter zake.

Brief aan Filemon

Eerst herinnert hij eraan dat hij het volste recht zou hebben Filemon een bevel te geven maar dat hij hem, vanwege de vriendschap, liever een verzoek doet. Het gaat om een slaaf genaamd Onesimos, die bij Paulus is geweest en nu terug gaat naar Filemon, Onesimos’ meester. Tot zover zal Filemon de brief met plezier hebben gelezen of aanhoord: hij had zijn slaaf terug en kreeg wat complimenten. Maar dan komt de hamerslag:

U hebt hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. (Nieuwe Bijbelvertaling 2021)

Anders gezegd: of Filemon zijn slaaf maar wilde vrijlaten. Nogal een verzoek. Een goedkope slaaf kostte 500 denariën en één denarius was een dagloon.

Paulus laat de geadresseerde echter weinig ruimte. Hij schrijft dat Onesimos voor hem al een geliefde broeder was, dus dat zou toch zeker ook zo moeten zijn voor Filemon.

Dus, als u met mij verbonden bent, ontvang hem dan zoals u mij zou ontvangen. En mocht hij u hebben benadeeld of u iets schuldig zijn, breng het mij dan in rekening. Ik, Paulus, schrijf hier eigenhandig neer dat ik u zal betalen. Ik ga er dan maar aan voorbij dat u mij uw eigen leven schuldig bent.

Met dit laatste bedoelt Paulus dat Filemon dankzij zijn aanvaarding van het nieuwe geloof deel zou hebben aan de wereld die zou komen. Paulus vervolgt met nog wat zalvende woorden.

Kom, broeder, bewijs mij deze dienst omwille van de Heer, stel mij omwille van Christus gerust. Ik heb u geschreven in het volste vertrouwen dat u mijn verzoek zult inwilligen, ik weet dat u zelfs meer zult doen dan dat.

Hierop volgen nog een verzoek de logeerkamer in orde te maken en een groet. Einde van de brief.

Paulus’ verzoek, Filemons keuze

Probeer u te verplaatsen in Filemon. De brief is niet alleen geadresseerd aan u, maar ook aan de gemeente die bij u thuis samenkomt. Daar wordt de brief voorgelezen. De aanwezigen kijken naar u, verwachtingsvol. U kunt nu zeggen dat Paulus de boom in kan, maar dan heeft u gezichtsverlies geleden: u hebt immers voldoende vertrouwen in hem gehad om uw huis ter beschikking te stellen, maar nu blijkt dat u Paulus’ verkeerd hebt ingeschat. Uw enige alternatief is dat u Onesimos inderdaad vrijlaat.

Voor ik afrond, nog even een alternatieve interpretatie. De opmerking dat Paulus zou betalen indien Onesimos Filemon zou hebben benadeeld, is aanleiding geweest voor de speculatie dat Onesimos geld van Filemon had gestolen en was weggelopen. Hiervoor bestaat verder geen bewijs, maar als dit waar is, is Paulus’ verzoek aan Filemon misschien niet Onesimos vrij te laten, maar om hem in vriendschap terug te nemen en niet te straffen.

Stoa

In beide gevallen illustreert de brief dat een slaaf, weggelopen of niet, volgens Paulus recht had op een menswaardige behandeling. Daar is een hoop van gemaakt. Het christendom, zo horen we dan, zou een nieuwe identiteit hebben geschapen, die oude identiteiten overtrof. In Christus zouden Jood en niet-Jood, man en vrouw, rijk en arm, vrij en onvrij allemaal gelijkwaardig zijn. Je kunt die claim makkelijk geloofwaardig laten lijken door selectief te citeren uit de antieke bronnen, waarin inderdaad erg negatieve dingen staan over slaven.

De Griekse filosofische school van de Stoa had echter allang het nodige voorbereid. Paulus is dus minder vernieuwend dan je zou denken.

Dat laat onverlet dat het denkbeeld van de menselijke gelijkheid, of dat nu stoïcijns of christelijk is, sympathiek blijft. Ik hoop voor Onesimos dat Filemon zijn verlies heeft genomen en menselijkheid heeft laten prevaleren.

Brief van Onesimos

Tot slot: de Brief van Onesimos. Die bestaat niet. Maar nieuwtestamenticus Bert Jan Lietaert Peerbolte heeft zijn gedachten eens laten gaan over wat zo iemand aan Paulus zou hebben kunnen schrijven. Dat is niet alleen een speels gedachtenspel. Bij veel antieke brieven kennen we maar één stem en we moeten bij wat we lezen voortdurend bedacht zijn op niet-opgeschreven informatie. Kortom, Lietaert Peerboltes Brief van Onesimos is een serieuze exercitie, maar u mag natuurlijk alvast denken aan 1 april.

[Een overzicht van deze reeks is hier.]

21 gedachtes over “De brief aan Filemon

      1. FrankB

        Ja, deze man had ongelooflijk veel succes met zijn suggestie om de slavernij van indianen op te lossen door Afrikaanse slaven naar Zuid-Amerika over te plaatsen. Daar kreeg hij zelf enorme spijt van toen het te laat was.
        Niet echt een voorbeeld dat mij tegenspreekt, dus. En dan was hij ook nog eens de uitzondering die de regel van zijn tijd en eerstvolgende eeuwen bevestigde.

      2. Eigenlijk zie ik in zowel de christelijke als de voorchristelijke traditie genoeg voorbeelden van mensen die voor radicale gelijkwaardigheid pleitten, en toch was dat in beide tradities niet de praktijk. Jona noemt terecht de Stoïcijnse denkers, maar voor hen zag je dit ook al bij de Cynici, en ook bij Socrates. Plato pleitte zelfs voor gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen (niet in moderne zin overigens: Plato presteert het om zelfs tijdens dat pleidooi nog nare dingen over vrouwen te zeggen, maar toch). Toch was er in de Grieks-Romeinse beschaving natuurlijk vooral veel ongelijkheid. En in de middeleeuwen en zelfs nog eeuwen na de verlichting ook.

    1. Sara

      De connectie christendom – racisme (zuiverheid van het bloed) – kolonianisme (slavernij) is interessant. Het bloed van christus immers had de band bezegeld van de schepper met de mensheid. In het algemeen speelt bloed een belangrijke rol in religies en mysteriecultes.

      Bijvoorbeeld: een geschrift van de spaanse benedictijnse monnik Prudencio de Sandoval ‘Leven en werk van Keizer Karel de Vijfde’, 1634, waarin hij stelt dat ‘zwarten’ en joden, hoe ze zich ook vermengen met ‘witten’, altijd met slecht bloed geinfecteerd zullen zijn..
      Het door Filips de Tweede bevestigde edict uit 1547 aangaande de zuiverheid van bloed, werd enkele jaren daarna door de paus goedgekeurd.
      Vooral in Spanje en Portugal speelde de zuiverheid van bloed een grote rol om de elite te onderscheiden van gewone burgers, en christenen van joden. En van ”halfbloeden’. En vandaar in de kolonisatiepolitiek. Dit model werd keurig overgenomen door andere europese kolonialisten.
      Van het hebben van slecht bloed is het maar een stap naar de ‘verdierlijking’ c.q. dehumanisering van inboorlingen (of joden), die dan gebruikt kunnen worden voor uitbuiting of gewoon verdelgd kunnen worden.
      Het hoeft geen verbazing te wekken dat enkele eeuwen later dit op nog grotere schaal in Europa zelf werd gepraktiseerd.

      1. Dirk Zwysen

        Maar wordt dit goede/slechte bloed in deze teksten gekoppeld aan het bloed van Christus?

        1. Sara

          Een boek waarin dit wordt uitgelegd (beter dan ik het kan) is
          ‘Race et histoire dans les sociétés occidentales, XVe – XVIIIe siecle, Albin Michel, 2021., door J-F Schaub en S. Sebastiani.
          Heel in het kort: de lijn loopt van de vleeswording van God/Het Woord met de persoon van Jezus; spritualiteit/geestelijkheid wordt aldus ingeprent in het lichaam; het lichaam wordt voertuig van de spritualiteit/van de goddelijke geest; vervolgens ging men verschillende typen van lichamen associëren met verschillende geestelijke, politieke, sociale en culurele kwaliteiten. De ‘kwaliteit’ van mensen werd via het bloed overgebracht. (Vandaar dat men er in de late ME in Spanje vanuit ging dat het bloed pas na vier generaties gezuiverd was, als men met onzuiver joods bloed besmet was geworden.).
          Hoop je hiermede enigszins van dienst te zijn.
          In de Katholieke gemeenschap bestaan nog altijd zgn Bloed Congregaties (o.a. in België) die Bloed Processies houden. Leden zijn vooral mannen van adellijke komaf (!). Wat niet wil zeggen dat deze per se (openlijk) racistisch zouden zijn.

          1. Dirk Zwysen

            De Heilig Bloedprocessie in Brugge zou ik inderdaad niet in verband brengen met racisme. Het is folklore, een processie rond een reliek.

      2. Ben Spaans

        Racisme is ouder dan de 19e eeuw, moet je vaststellen.
        In de Spaanse bezittingen in Amerika bestond een hele hiërarchie met in Spanje geboren Spanjaarden aan de top. (‘Peninsular’ was een van de aanduidingen).
        Ondanks alles lijken de Indianen en hun afstammelingen hoger aangeslagen te zijn geweest dan Afrikanen.

      3. Dirk Zwysen

        Toeval bestaat niet. Nu komt vandaag de gelijkenis van de vijgenboom aan bod in de klas. Die begint (Lucas 13) met de opmerking dat Pilatus Galileeërs liet doden en hun bloed vermengen met dat van offerdieren. Zijn daar parallellen voor in Romeinse straffen of is dat Lucas die het uit zijn duim zuigt?

        1. Willem Visser

          Dat mengen van dierenbloed met mensenbloed is een parodie op de leer van Paulus. Lucas werkt ontzettend veel met stijlmiddelen en midrasjiem en in zowel zijn ‘evangelie’ als het boek Handelingen veegt hij – meestal op subtiele wijze – de vloer aan met de leer van Paulus.

  1. Ben Spaans

    Dat moment dat ik had toen de leraar op de middelbare school fijntjes opmerkte: ‘Paulus is eigenlijk een irritant mannetje hè’ – het kwartje viel…

  2. Fried Deelen

    De oude kerk kocht slaven vrij, van paus Damasus in de vierde eeuw is het vrijwel zeker dat hij een voormalige slaaf was, de las Casas was geen eenling maar maakte deel uit van een hele stroming christelijke humanisten die streed tegen armoede en onderdrukking, kardinaal Lavigerie was een rusteloos bestrijder van de slavernij, en de afschaffingsbeweging in de negentiende eeuw kwam voort uit de kerken. Paulus heeft dus nogal school gemaakt, al zou ik de wortels daarvan minder in de Griekse filosofie zoeken dan in het jodendom van die tijd.

  3. Ben Spaans

    De Las Casas – een voorbeeld van de weg naar de hel en goede bedoelingen?

    Wat uitleg vraagt is waarom zoveel christenen vanaf het eind van de achttiende eeuw na al die eeuwen zo gekant raakten tegen slavernij. Misschien dieper beïnvloed door de Verlichting en de revolutionaire geest die in de lucht hing dan ze zelf beseften…?

    1. Fried Deelen

      Naar mijn idee heeft Frans Buijs hierboven al antwoord gegeven op het verwijt aan de las Casas dat hij schuldig zou zijn aan de Afrikaanse slavernij in de nieuwe wereld. We hebben vanuit onze positie nu makkelijk praten. Weten we zelf eigenlijk wel zo zeker dat onze mening nu ‘goed’ is? Zomaar een voorbeeldje: tot een paar dagen geleden werd er nog voor gepleit de Nederlandse landbouwproductie tot de helft terug te brengen, en kondigde een minister aan dat boeren onteigend zouden worden. En nu wil het Europarlement ineens de landbouwproductie opvoeren. Wat zou er toch aan de hand kunnen zijn. Dat gebeurt onder onze ogen, dus wat gaan de las Casas verwijten.
      Je tweede opmerking is belist interessant: toen de kerken zich in de negentiende eeuw inzetten voor afschaffing van de slavernij deden ze dat misschien wel door de Verlichting. Ik denk niet dat we het daar moeten zoeken, en niet alleen om het eeuwenlange track record van de kerken tegen slavernij.
      Iemand met wie rekening gehouden moet worden als het om slavernij gaat is de Jamaicaanse socioloog Orlando Patterson. De grote lijnen van zijn betoog kan ik je besparen; waar het nu om gaat is dat de slavenhouders van de Caribische eilanden lange tijd christelijke prediking onder hun werkvolk verboden -op dat opruiend gedoe van Paulus zaten ze niet te wachten. Ook in het zuiden van de VS gebeurde dat. Nog in 1782 werden in Georgie slaven gegeseld omdat ze het evangelie verkondigden. Pas toen het historische protestantisme plaats had gemaakt voor het opwekkings-fundamentalisme werd het de slaven toegestaan kennis te nemen van de Schrift. Wat tenslotte toch weer een inschattingsfout bleek want hoeveel bijbelvaste zwarte christenen streden in er later niet in de burgerrechtenbeweging.
      Met de Verlichting had het niet van doen, onnodig te zeggen.

  4. Ben Spaans

    Ik denk niet dat ik De Las Casas iets ‘verwijt’.

    Dat eeuwenlange track-record van ‘de’ kerken tegen slavernij – daar ben ik wel andere visies op tegengekomen.
    Die ‘abolitionisten’ in de eerste helft van de negentiende in vooral de VS zijn echt een apart fenomeen.

  5. Frans Buijs

    Aan het begin van de 17e eeuw waren Nederlanders nog tegen slavernij, juist vanwege hun protestants christelijke denkbeelden. Dat veranderde toen ze meer koloniën kregen, vooral Brazilië dat dreef op slavenarbeid. En toen zijn de denkbeelden maar aangepast aan de situatie. De koopman was sterker dan de dominee.

Reacties zijn gesloten.