Een christelijke utopie

De christelijke utopie: een gemeenschappelijke maaltijd van zeven leerlingen en een leraar; ik mag hopen dat ook de twee bedienden iets te eten kregen (Catacomben van Domitilla, Rome).

Het zou in de rede hebben gelegen als ik vandaag zou bloggen over Pinksteren, maar daar heb ik het al vaker over gehad (namelijk hier) en ik heb geen zin in herhaling. Nadat de auteur van Handelingen heeft verteld over die gebeurtenis, de komst van de Heilige Geest dus, presenteert hij een lange toespraak van Petrus, en vervolgens is er een beschrijving van het leven van de eerste christenen.

Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.noot Handelingen 2.42-47; NBCV21.

Lees verder “Een christelijke utopie”

Mijn goede vriend Richard Kroes

We moeten het eens hebben over mijn goede vriend Richard Kroes. Die is onlangs namelijk zestig geworden. En hoewel hij het verschrikkelijk vindt dat ik een blogje aan hem wijd, moet ’ie toch maar even door de zure appel heen bijten. Je hebt het aan jezelf te danken, beste Ries. Moet je maar niet zo interessant, zo grappig, zo intelligent, zo wijs, zo vriendschappelijk, zo belezen zijn.

Schrijven

Mijn oudste herinnering aan Richard dateert van de universiteit. We wilden een studentenblaadje oprichten en het was gewoon ronduit vanzelfsprekend dat hij redactielid zou zijn. Dat was in 1987. Zoals het met studentenblaadjes gaat, was het geen lang leven beschoren, maar de vriendschap bestaat dus al ruim vijfendertig jaar.

Lees verder “Mijn goede vriend Richard Kroes”

Hedonisme (5): Epikouros en daarna

Portret van een filosoof, niet per se een aanhanger van het epicurisme (Museum van Dion)

[Tijdens het Hellenisme kregen de Academie van Plato en de Peripatetische school van Aristoteles gezelschap van nieuwe filosofische stromingen, zoals het Cynisme. In deze vijfdelige reeks: de hedonisten. Het eerste deel was hier.]

In Epikouros’ tuin waren ook slaven en vrouwen welkom, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was. Voor Epikouros was ieder mens echter in potentie gelijk aan ieder ander. Dat maakte hem nog niet tot politiek activist. Hij raadde de mensen aan een teruggetrokken en onmaatschappelijk leven te leiden. Wie ongelukkig wil worden, die moet vooral carrière maken. Dat leidt immers alleen maar tot botsingen en complicaties. Een carrière leidt nooit tot verzadiging.

Epicurisme en maatschappij

Het meest maatschappelijke onderdeel van Epikouros’ filosofie was wellicht zijn omschrijving van het recht. Natuurlijk recht is volgens hem een afspraak die gericht is op wederkerig nut. De kern van die afspraak is dat men elkaar niet benadeelt. Dit recht is beperkt tot rationele en redelijke wezens. Voor wezens die niet bereid of in staat zijn verdragen te sluiten, bestaat er volgens Epikouros geen recht. Dierenrechten kunnen volgens deze filosofie dus niet bestaan. Om rechten te hebben moet men menselijke hersens bezitten.

Lees verder “Hedonisme (5): Epikouros en daarna”

Hedonisme (3): De Cyreense School

Portret van een voorname dame uit Kyrene (Louvre, Parijs)

[Tijdens het Hellenisme kregen de Academie van Plato en de Peripatetische school van Aristoteles gezelschap van nieuwe filosofische stromingen, zoals het Cynisme. In deze vijfdelige reeks: de hedonisten. Het eerste deel was hier.]

Over de positie van de vrouw in de Oudheid hoeven we ons geen al te grote illusies te maken. Machtige vrouwen zijn er destijds zeker geweest, maar meestal slechts als verlengstuk van hun man, eventueel tot na zijn dood. Als er iemand was die aan deze conventie lak kon hebben, was het Aristippos.

Arete

Hij stichtte uiteindelijk een school in de stad Kyrene, een Griekse stad in het noordoosten van het huidige Libië. Als hoofd van deze filosofische school werd hij opgevolgd door een vrouw: Arete, zijn dochter.

Lees verder “Hedonisme (3): De Cyreense School”

Geliefd boek: Turkse vlinders

Wie zich op het juiste tijdstip op de goede plek aan de Gouden Hoorn in Istanbul bevindt, staat iets enerverends te wachten. Van alle kanten wordt met krachtige geluidsinstallaties vanaf moskeeën opgeroepen tot gebed. Die oproepen weerkaatsen tegen de omringende heuvels. Klinken die oproepen bedreigend? Welnee, de gelovigen weten zo dat het tijd is om te bidden. Istanbul maakte op mij een diepe indruk. Maar hoe zou het zijn om er verliefd te worden en een tijdje te wonen?

Praktische problemen

De tegenwoordige columniste van de NRC en schrijfster Stine Jensen vertelt in haar Turkse vlinders. Liefde tussen culturen (Prometheus 2005) openhartig over haar relatie met een Turkse man in Istanbul. Het boek is mede gebaseerd op gesprekken met Turkse vriendinnen en enkele mannen die een Turkse partner hebben. Haar publicatie biedt een indringend beeld van het chaotische leven van jonge dertigers in die immens grote stad aan het begin van de eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Geliefd boek: Turkse vlinders”

De brief aan Filemon

De vrijlating van twee slaven met vrijheidsmutsen; de eigenaar schudt een van hen de hand; achteraan kijkt een magistraat toe (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

We verdelen het Nieuwe Testament traditioneel in een aantal “boeken”. Bij de vier evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de Openbaring van Johannes is dat probleemloos, maar bij de brieven is dat eigenlijk een beetje een rare aanduiding. Zeker bij de Brief aan Filemon, die slechts vijfentwintig zinnetjes telt. Evengoed is het een interessante tekst.

Ik zal nog weleens een keer te spreken komen over het auteurschap van de diverse brieven, maar voor het moment wil ik alleen constateren dat onbediscussieerd is dat Paulus aan het woord is. Hij heeft zich weer eens in de nesten gewerkt, want hij schrijft vanuit de gevangenis aan zijn “geliefde medewerker Filemon” en de gemeente die bij hem thuis samenkomt. Na wat complimenten over Filemons vriendschap komt Paulus ter zake.

Lees verder “De brief aan Filemon”

In memoriam Simone Mooij-Valk (4)

Ploeger (Gevelsteen, Stoofsteeg, Amsterdam)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Een energieke oude dag

Simones literaire activiteit beperkte zich niet tot vertalingen. Van haar artikelen is ‘Het afscheid bij de poort’ (in de in 1998 verschenen bundel Receptie van de klassieken X) vermeldenswaard. Ze beschrijft hierin hoe een van de bekendste scènes uit de Ilias – Hektor neemt afscheid van zijn vrouw Andromache en zijn zoon Astyanax – bleef terugkeren in de latere literatuur. Het aardigst is dat Simone oppert dat het soldatenliedje Lili Marleen weleens een van de jongste takken aan deze boom kan zijn. Zulke speelse observaties waren typerend voor haar.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (4)”

In memoriam Simone Mooij-Valk (1)

Simone Mooij-Valk

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie.]

Het was een mooie zomeravond en we waren in Rome, in de villa van de Renaissance-kardinaal Bessarion. Stoere stenen muren, een geur van mediterrane kruiden en een elegante portico, waar kaarsen brandden. ‘Je zou op zo’n veranda willen zitten,’ grapte Simone, ‘en dan een gesprek voeren over de onsterfelijkheid van de ziel.’

Het was Simone Mooij-Valk ten voeten uit. Ze kon de klassieke literatuur – in dit geval een stereotype scène uit de filosofische dialogen – relativeren met een grapje, maar die klassieke literatuur was wel voortdurend aanwezig in haar leven. Grieks en Latijn waren voor haar niet slechts twee talen die zo ooit had gestudeerd. Evenmin vormden ze alleen het schoolvak dat ze op het Groningse Praedinius Gymnasium doceerde. De klassieken waren iets dat haar leven vormde, dat ze voorleefde en dat ze met een kwinkslag in perspectief kon zetten. Een relativering die voortkwam uit een enorme kennis, gebaseerd op driekwart eeuw ervaring.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (1)”

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates”

Dag George

In de late jaren negentig zette ik voor de Vrije Universiteit een college theorie op. Een zinloos project: de archeologen kwamen hun toezeggingen niet na en toen ik, na de klus waarvoor ik in dienst was genomen, in mijn vrije tijd de benodigde archeologieteksten had geschreven, werd het onderwijsprogramma gewijzigd. Zeker een derde van de teksten is nooit geschreven; die zouden erg hebben geleken op Rens Bods Vergeten wetenschappen, dat ik u graag aanraad.

Om me na het onvoltooide-maar-wellicht-ooit-toch-af-te-ronden project enigszins binnen de sfeer van de VU te houden, droeg de hoogleraar oude geschiedenis me voor om bij het HOVO te gaan werken, waar ik dan lessen zou geven over de eerstejaarssyllabus. Zo belandde ik in de wereld van jonge academici die volgens de flexwet een vaste aanstelling hadden moeten krijgen maar die niet kregen. Uiteindelijk tekenden de Letterendecaan en ik zowaar een contract, waarna de directeur het document door de shredder liet halen. (Toen de VU-juriste daarvoor later excuus maakte, bleek ze zich zó goed in de zaak te hebben verdiept dat ze in haar feitenverslag drie arbeidscontracten verwisselde.)

Lees verder “Dag George”