
Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. We gaan het hebben over een zekere Simon, van wie de auteur van de Handelingen 8.9-25 van de Apostelen weet dat hij bedreven was in magie en grote populariteit had verworven in de stad Samaria (het huidige Nablus).
Hoezo magie?
Wat daarmee is bedoeld, is minder duidelijk dan het lijkt. De tekst bevat eenmaal het werkwoord μαγεύω, dat zoiets betekent als “geschoold zijn in de magische vaardigheden” en eenmaal het zelfstandig naamwoord μαγεία, “de kunst van de magiërs”.
Er liggen hier twee probleem. Het eerste is dat magiërs oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten waren. In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.noot Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.
U hebt de complicatie al geraden. “Magie” was een dubbelzinnige term. De Statenvertaling typeert Simon de eerste keer als “plegende toverij” en schuift hem de tweede keer “toverijen” in de schoenen. Wat ons brengt bij het tweede probleem: tovenarij was niet per se kwalijk. De charismatische wijsheidsleraar Apollonios van Tyana wordt in diverse bronnen getypeerd als magiër en dat is positief bedoeld. In een aan hem toegeschreven brief lezen we:
U vindt het nodig filosofen die Pythagoras volgen “magiërs” te noemen, en ook degenen die Orfeus volgen. Zelf vind ik dat iedereen die wie dan ook volgt, “magiër” genoemd mag worden, als zo iemand maar vastbesloten is om rechtvaardig en als god te zijn.noot
Wat ik maar zeggen wil: het is heel goed mogelijk dat Simon zichzelf inderdaad als magiër heeft aangediend, oosters of niet, en dat hij geen charlatan was. En eerlijk is eerlijk: de Handelingen presenteren een genuanceerd portret.
Simon de Magiër
Het verhaal is op zich niet ingewikkeld. De diaken Filippos, over wie ik al eens eerder blogde, reisde naar Samaria, verkondigde daar dat de gekruisigde Jezus de messias was geweest en verrichtte grote wonderen. De Samarianen – dat zijn niet per se leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap – waren onder de indruk,
kwamen tot geloof en lieten zich dopen, mannen zowel als vrouwen. Ook Simon kwam tot geloof en liet zich dopen. Vanaf dat moment bleef hij voortdurend bij Filippos; hij stond versteld van de tekenen en de machtige wonderen die hij zag gebeuren.
Omdat ze hoorden van de bekeringen in Samaria, besloten ook Petrus en Johannes daarheen te komen. Daar leggen ze mensen de hand op, waardoor de heilige Geest over hen komt.
Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: “Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.”
Maar Petrus zei tegen hem: “U denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft? U zult, met uw geld, in het verderf worden gestort! U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht. Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of Hij u uw slechte gedachten wil vergeven, want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.”
Toen zei Simon: “Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd.”
En daarmee is het verhaal afgelopen. Een bekeerde christen maakt een fout, wordt gecorrigeerd en erkent die fout. Meer weten we niet. Dat heeft niet belet – of dat stimuleerde – dat er al snel allerlei verhalen circuleerden.
Simon in Rome
Al in het midden van de tweede eeuw wist een christelijke auteur, Justinus, dat Simon naar Rome was gereisd, waar hij zelfs een inscriptie meende te hebben gezien die hem aanprees als “de heilige god” (Simoni deo sancto). Vrijwel zeker gaat het hier om een verkeerd gelezen inscriptie ter ere van de Sabijnse godheid Semo, maar de toon was gezet en Simon de Magiër zou al gauw gelden als de oer-ketter.
Eind tweede eeuw schreef iemand de Handelingen van Petrus. Daarin komen Simon de Magiër en Petrus elkaar in Rome tegen, waar ze met hun wonderen rivaliseren om de sympathie van de bewoners. Simon toont dat hij kan vliegen: een parodie op de hemelvaart van Jezus die Petrus niet kan aanzien. Hij knielt en bidt tot God om aan deze schertsvertoning een einde te maken. Inderdaad stort de leviterende magiër neer, met nogal wat botbreuken. Mocht het u interesseren: in de kerk van Santa Francesca Romana zijn de knieafdrukken van Petrus te zien.
Simonianen
Het venijn van deze anekdote is verklaarbaar, want er waren zo rond 200 na Chr. zogeheten simonianen, een sekte die, zoals de naam al aangeeft, teruggreep op Simon. We kenden hun ideeën lange tijd vooral uit de bestrijding door andere auteurs, zoals Eirenaios van Lyon en Hippolytus van Rome. Hun visie op het christendom, die we proto-orthodox zouden kunnen noemen, heeft uiteindelijk de toon gezet, terwijl we de eigen stemmen van de Simonianen niet meer vernamen tot de ontdekking van de Nag Hammadi-geschriften. Daarover zo meteen meer.
Er zijn moderne reconstructies van het simonianisme – de Wikipedia biedt een overzicht – maar eerlijk gezegd vermoed ik dat de betrokken wetenschappers iets te gretig hypothesen op hypothesen stapelen. Misschien kunnen we nog wel iets weten over de tweede- en derde-eeuwse simonianen, maar mij lijkt het erg moeilijk verder terug te gaan tot de magiër in Samaria.
Grote kracht
Op één punt na. De auteur van Handelingen vertelt dat Simon werd beschouwd als “de grote kracht van God”.noot De NBV21-vertaling geeft weer “dat de grote macht van God in hem zichtbaar werd”, wat ik voor mij wat ongelukkig vind. Het jodendom kende verzelfstandigde attributen van God: de geest van God, het woord van God, de troon van God, de naam van God, de kracht van God. Dat de auteur van de Handelingen van de Apostelen Simon aanduidt als “de grote kracht van God” komt uiterst aannemelijk over.
En dan is het interessant dat bij de Nag Hammadi-geschriften een tekst is die Begrip van onze Grote Kracht heet. Daarvan wordt aangenomen dat ze simoniaans is. Helaas is de tekst een rommeltje, maar er zou een oudere joodse of samaritaanse kern kunnen zijn. Niettemin, ik denk dat we niet verder komen dan de tweede- en derde-eeuwse simonianen; de man uit Samaria is, afgezien van wat het Nieuwe Testament zegt, vrijwel onkenbaar.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Het evangelie van Marcus
De Didache
Vreugde der Wet
“[…] magiërs (waren) oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten (…). In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.inklappen Matteüs 2.1. Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.”
Of ‘Perzische religieuze specialist’ ten tijde van het ontstaan van Handelingen de gebruikelijkste betekenis van magos was, betwijfel ik (maar ik laat me graag beleren.) In elk geval werd dat woord al eeuwen lang ook in de betekenis ‘tovenaar’ gebruikt, niet zelden met de connotatie ‘oplichter’. Dat in Mattheus 1 de magoi inderdaad Perzische religieuze specialisten zijn, wordt daar expliciet duidelijk gemaakt door de vermelding dat ze uit het Oosten komen en de geboorte van een kind uit de sterren kunnen aflezen. Maar hier, in Hand. 8 is de context anders: μαγεύω (mageuô) betekent hier volgens mij niet dat Simon geschoold was in de magische vaardigheden, maar dat hij magie had bedreven (zo ook de NBV21 terecht) en daarmee ‘de bevolking van Samaria versteld had doen staan, waarbij hij beweerde over bijzondere gaven te beschikken’.
Kortom: Een Griek die de tekst las had m.i. geen enkele reden te denken dat Simon ‘een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen’. Een Griek die de tekst las had volgens mij onmiddellijk door dat Simon een jood was (gezien zijn Hebreeuwse naam) die beweerde te kunnen toveren.
(Ook de andere keer dat er een magos opduikt in Handelingen (13: 6,8) is de associatie met Perzisch religieus specialisme geheel absent, en ook daar gaat het om een joodse charlatan.)
Het plaatje is niet alleen mooi, maar roept ook vragen op.
Tiro(?) et Simon Magus disputant cum Petro.
Wie is Tiro? Maakt de kunstenaar een fout en bedoelt hij Nero? De man wordt in alle geval afgebeeld als wereldlijk heerser.
Een ander paneel van het retabel waarop deze voorstelling te zien is, heeft het over de onthoofding van Simon op bevel van “Ciri imperatoris”. Wie is dat nu weer, keizer Cirus?
Ik kom dat ergens tegen als ‘Ciri regis Persarum’: Cyrus, koning van Perzië (brief over de doop van Luois VII) en ergens anders ook als ‘Ciri rex Persarum’ (Scotichronicon).
Ik denk dus dat we hier een mythe hebben die de dood van Simon met een koning der Perzen in verband brengt?
Interessant is dat Simon Magus in de Middeleeuwen vooral geassocieerd werd met het kopen (en verkopen) van geestelijke ambten. Dat hij ook een (veronderstelde) ketter was, was natuurlijk mooi meegenomen bij het bestrijden van “simonie”.
Weer een leuk klein verhaal in de serie! en met een gedegen knepperiaanse aanvulling.
Ik lees het na in de Naardense Bijbel die mij het gevoel geeft in een ver verleden in Samaria te zijn en Oussoren is deze keer heel begrijpelijk bezig.
De Nieuwe Bijbelvertaling loopt natuurlijk lekkerder, het verslag van een gedegen hedendaagse journalist.