Geliefd boek: Minarets in the Mountains

De Britse moslim, reiziger en journalist Tharik Hussain beschrijft in Minarets in the Mountains. A journey into Moslim Europe (Chesham, 2021) zijn ontmoetingen met moslimgemeenschappen in de Balkan. Zijn vrouw en zijn twee tienerdochters reizen mee. Die zijn niet zo geïnteresseerd in Ottomaanse architectuur en doen met hun moeder vaak andere dingen. De reis begint in Sarajevo waar hij ook weer zal eindigen. Het gezin bereist alle Balkanlanden, van Bosnië-Herzegovina tot Albanië en Noord-Macedonië. Een kaartje laat de route zien en toont welke steden worden bezocht.

Vreemdelingenhaat

Tharik Hussain werd in 1979 in Bangladesh geboren. Samen met zijn ouders migreerde hij in 1980 naar East End in Londen. Rondom de centrale straat Brick Lane, waarover ik al schreef, en in het naburige Whitechapel had zich daar een grote diaspora van migranten uit Bangladesh gevestigd. Het werd hem meteen duidelijk gemaakt dat hij daar niet hoorde. De tijd begin jaren tachtig was vol gewelddadig racisme. De British National Party hield kantoor in Brick Lane. Zijn vader werd voor de deur in elkaar geslagen en zijn moeder gilde van angst als er weer een brandbom door de brievenbus vloog. De Britse vreemdelingenhaat veranderde in de loop der jaren:

Where before I was told I didn’t belong here because I was a ‘Paki’, now I was told I didn’t belong here because I was a Muslim. … The message was loud and clear: Muslims are no Europeans.

Hussain wil voor zichzelf en zijn jonge gezin die haat en afwijzing begrijpen. Daarom zijn de moslims in de Balkan belangrijk voor hem. Want dat zijn Europese moslims die al vele generaties in de Balkan wonen.

De Ottomaanse Balkan

Tijdens de reis bekijkt Hussain veel Ottomaanse gebouwen, moskeeën en graftombes vooral, en spreekt met mensen van divers pluimage. Zijn belangrijkste gids is Evliya Çelebi (1611-1682), een Ottomaanse reiziger die door het gehele Ottomaanse rijk is getrokken en daarover bloemrijk verslag heeft gedaan. Çelebi had plaatsen bezocht die de schrijver ook wil zien. En soms staan de gebouwen er nog die de Ottomaanse reiziger honderden jaren daarvoor had beschreven.

De brug van Mostar

Zo is er een bezoek aan de beroemde brug in Mostar die door het Kroatische leger opzettelijk kapot werd geschoten en met steun van de Unesco minutieus is gereconstrueerd. De schrijver bewondert de symmetrie van het Ottomaanse ontwerp. Zijn Ottomaanse gids Çelebi prees al de elegantie van de brug met zijn hoge boog. Voor hem was de brug de mooiste die hij op zijn vele reizen had gezien. In de negentiende eeuw hielden sommige bezoekers het voor onmogelijk dat de brug Ottomaans was. De Britse archeoloog Arthur Evans schreef de brug toe aan keizer Trajanus. Iemand anders noemt de Stari Most een ‘marvellous remnant of Latin civilisation’. Maar zoals Hussain opmerkt:

What makes the insolence of these western Europeans all the more fascinating is that they all were aware of the inscriptions on the original bridge attributing the date of construction to the reign of Sultan Suleiman but, as one observer put it, the prejudice was just ‘too strong’.

Soefisme

Voor Hussain is het soefisme onderdeel van zijn identiteit omdat het voor zijn ouders belangrijk was. Als het gezin terug was in Bangladesh werd altijd het graf van een heilige soefi bezocht. Hussains vrouw Tamara dringt er op aan om de Soefiverblijfplaats Blagaj Tekke te bezoeken, niet ver Mostar. De bezichtiging ervaart ze als magisch. Zijn gids Evliya Çelebi is er ook geweest, maar in tegenstelling tot de brug in Mostar waar Hassain en Çelebi eigenlijk niet naar dezelfde brug hebben gekeken, is de soefiverblijfplaats nog in de staat, zoals de Ottomaanse reiziger die heeft gezien:

It felt amazing to connect with Evliya in a place as special as this. It was my turn to thank Tamara.

Novi Pasar

‘A Muslim Town’ is de titel van een hoofdstuk. Het gaat over Novi Pasar (nieuwe bazaar) in Servië. Het stadje telt tegenwoordig ruim zeventig duizend inwoners. Novi Pasar was ooit een belangrijke marktplaats in het Ottomaanse Rijk. Als ze de stad naderen merkt de oudste dochter op dat er veel minaretten zijn en begint ze te tellen. Na aankomst wandelt het gezin door het centrum en belandt op een plein. Daar staat iets te gebeuren maar het is nog niet duidelijk wat. Want eerst is er Maghrib adhan, het vierde van de vijf dagelijkse gebeden voor een moslim. Pas nadat het gebed is beëindigd komt een groep jonge vrouwen het toneel op. Ze zijn in het wit gekleed. Twee solozangeressen dragen een rood gewaad, zo is op een foto te zien. Het is een moslimkoor dat gaat optreden:

A rhythmic drumbeat and tambourine began and the choir started singing in perfect harmony the Arabic verses to a popular recital praising the Prophet Muhammad.

Er volgen meer moslimliederen. Hussain en zijn vrouw werpen elkaar blikken toe:

We couldn’t quite fathom what was happening. Somehow, in Orthodox Christian Serbia we had stumbled upon a Muslim concert.

Albanië

In Albanië zijn de steden Gjirokastër (waarover Hans Overduin op deze plaats al eens blogde) en Berat voor Hussain het hoogtepunt. Beide staan op de Unesco-lijst voor beschermd erfgoed. Veel van die Ottomaanse gebouwen zijn overigens zwaar verwaarloosd. Hij bezoekt Gjirokastër met Idar, een Albanese vriend die hij uit zijn studietijd kent en die daarna terugkeerde naar Albanië. Gjirokastër heeft een oude binnenstad vol Ottomaanse huizen, maar religieuze gebouwen ontbreken. Tijdens het regime van de antimoslim Enver Hoxha zijn die allemaal gesloopt. Wat nog wel bestaat is het Zekate House van Ali Pasha. Het majestueuze gebouw is dringend aan renovatie toe, maar de regering doet niets.

‘It makes me so angry, Tharik!’ , Idar said after a while, almost with gritted teeth. … ‘Our government doesn’t give a shit about our history.’

Samen met zijn gezin reist de schrijver verder naar Berat, ook een stadje vol Ottomaanse architectuur. Evliya Çelebi roemde het fraaie stadje met zijn vele moskeeën. Die zijn er nauwelijks meer, maar er zijn nog wel lage rijtjeshuizen in smalle straten geplaveid met kasseien die de sfeer oproepen van wat Çelebi had gezien. Ook de dochters zijn onder de indruk en vragen hun vader of een Ottomaanse stad er zo uitzag. Hun vader zegt dat er veel is veranderd en gesloopt maar dat dit waarschijnlijk het beste voorbeeld is dat ze op hun reis zullen tegenkomen.

Conclusie

Als het gezin terugkeert in Sarajevo, vertrekt zijn vrouw naar Engeland voor haar werk. Hussain blijft met zijn dochters nog tien dagen in de stad. Uit alles wat de schrijver en zijn dochters ondernemen blijkt dat Sarajevo inmiddels weer een levendige en interessante stad is geworden. De stad is grotendeels hersteld van de misdadige beschietingen begin jaren negentig. Een deel van de fraaie architectonische erfenis van de Ottomaanse moslims bestaat nog. Maar de joods-sefardische gemeenschap die er ook eeuwenlang leefde is vrijwel uit de stad verdwenen.

Als conclusie van zijn speurtocht schrijft Tharik Hussain als slotzin in zijn aantekeningen:

‘Moslim Europe is alive and well,’ I wrote, before adding: ‘Just’.

Wat het innemende en informatieve reisboek Minarets in the Mountains bijzonder maakt is dat het is geschreven door een Britse moslim die op zoek gaat naar Europese moslims die al honderden jaren in de Balkan wonen. Hun islamitische cultuur maakt deel uit van de Europese cultuur, meent Hussain. Een goede reden om dit boek te lezen.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Huibert Schijf voor de vierentwintigste keer in. Dank je wel, beste Huibert!]

4 gedachtes over “Geliefd boek: Minarets in the Mountains

  1. FrankB

    “Hun islamitische cultuur maakt deel uit van de Europese cultuur”
    Te bescheiden. Leuk of niet, de gehele Arabische wereld behoort tot de Europese cultuur.

  2. Karel van Nimwegen

    Dank. Ik ga vanmiddag sowieso naar de boekhandel, dus dit bestel ik meteen.

  3. Ben Spaans

    Aanval van associatief denken, sorry alvast…
    In Tunesië wordt vandaag een referendum gehouden om de positie van de president weer flink te versterken…helemaal in de geest van de ‘revolutie’ van elf jaar geleden vindt de president…lage opkomst is uiteraard geen enkel probleem…
    ‘That much for the Arab Spring, So Called…?’

Reacties zijn gesloten.