Verstopte boeken

De apsis van de Maria Hemelvaart-kerk, Berat

Eén van de veertig kerken op de citadel van Berat is gewijd aan Maria Hemelvaart. Fotografie is er helaas verboden en je moet je camera zelfs achterlaten, dus ik heb de bovenstaande foto clandestien genomen met mijn telefoon. Maar ook als ik de allerprofessioneelste camera had benut, zou ik geen geweldig plaat hebben kunnen maken, want dit is inderdaad niets meer dan een kuil in de grond met een stuk plexiglas eroverheen. Het gaat om wat er niet meer is.

In de zesde eeuw werd in Constantinopel een mooie bijbel vervaardigd, speciaal voor de keizer. Zo’n boek kon natuurlijk niet worden geschreven op gewoon perkament: het werd eerst purper gekleurd. Er zijn later meer zulke bijbels gemaakt: ze zijn even kostbaar als zeldzaam. De enige keer dat ik er een bladzijde uit zag, was in het Byzantijnse Museum in Athene. Eén zo’n “codex purpereus” is via Patmos in de Sint-Joris-kerk in Berat terechtgekomen en in de twintigste eeuw hadden de bezetters van Albanië er belangstelling voor: eerst de Italianen en daarna de Duitsers. Daarom werd het boek, dat bekendstaat als de Codex Beratinus, verborgen op de hierboven getoonde plek in de nabijgelegen kerk van Maria Hemelvaart.

Lees verder “Verstopte boeken”

Veertig kerken

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “Veertig kerken”

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

Never Enver

Bij Berat

Zoals u misschien vermoedde na mijn drie stukjes over Alexanders veldslag bij Pellion, over Eleni Karinte en over de Albanese grootheden Hoxha en Kadare, zwerf ik momenteel over het zuidelijke deel van het Balkanschiereiland. We zijn begonnen in Thessaloniki, mijn favoriete stad in Griekenland, en doorgereisd naar Pella en Kastoria. Hiervandaan reden we Albanië binnen en bekeken de Bronstijd-grafheuvel Kamenica en het stadje Korça (iedereen drinkt hier Korça-bier). We zijn verder gegaan naar de Macedonische steden Ohrid en Bitola, die ooit Lychnidos en Herakleia hebben geheten. De opgraving van de laatste stad is de moeite waard en de kerken van de eerste zijn dat nog meer.

We reden opnieuw naar Albanië en kwamen aan in Tirana, met een mooi museum. De Albanese hoofdstad was minder saai dan me was voorgehouden. Sowieso bevalt dit land me wel: rijk is het niet, maar de voorzieningen zijn alleszins redelijk en de mensen nemen voor alles rustig de tijd. Ik ben er ondertussen niet blind voor dat een deel van de bevolking erg arm is. In de stadscentra merk je het niet zo, maar in een dorp als Kamenica wel.

Lees verder “Never Enver”