De Huurlingenoorlog (2)

Een savanne-olifant, zoals gebruikt in de Huurlingenoorlog (British Museum)

In mijn vorige stukje over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de huurlingen die op Sicilië hadden gevochten voor Karthago, in het huidige Tunesië waren aangekomen en daar in opstand waren gekomen.

Begin van de Huurlingenoorlog

De eerste actie van Matho en Spendius was gericht tegen de havensteden Hippo Diarrhytos en Utica, die zich niet bij de opstand hadden aangesloten. Het was misschien niet de handigste zet, want de steden konden over het water bevoorraad worden. En zo geschiedde. In de eerste weken van 240 v.Chr. zeilde de Karthaagse generaal Hanno de Grote naar Utica met een leger waarin de Karthagers zelf dienst deden, samen met grote groepen inderhaast geronselde huurlingen. Vermoedelijk waren dit de eerder door Geskon betaalde soldaten, die geen reden hadden om niet opnieuw te vechten voor Karthago. Ook waren er katapulten en honderd olifanten aan boord.

Hiermee nam Hanno het kamp van de huurlingen in, die zich terugtrokken in de heuvels. Op dit punt meldt Polybios, onze voornaamste bron, dat Hanno de bevrijde stad binnenging “om zijn lichaam te laten verzorgen”, insinuerend dat de generaal zich meer bekreunde om een warm bad en een massage dan om voortzetting van de strijd. Het is een van de details waaruit blijkt dat de auteur van Polybios’ bron vijandig stond tegenover Hanno. Het is heel goed mogelijk dat de generaal in feite gewond was geraakt.

In elk geval profiteerden de huurlingen van het feit dat het Karthaagse leger tijdelijk leiderloos was. Hun tegenaanval veranderde de situatie echter niet wezenlijk, want ook al meldt Polybios dat Hanno vervolgens tot viermaal toe verzuimde een huurlingenleger te vernietigen, die mededeling veronderstelt dat Hanno de huurlingen opdreef. Sterker nog, hij dreef ze op tot Gorza aan toe, niet ver van het huidige Sousse in het verre zuiden, voorbij het door zijn tegenstanders bezette Tunis. Polybios doet Hanno dus opnieuw tekort.

Hamilkar Barka

Het zou kunnen samenhangen met wat er daarna gebeurde. Terwijl Hanno de huurlingen aan het achtervolgen was, wezen de Karthagers Hamilkar Barka aan als tweede generaal. Polybios’ bron, geschreven door een auteur die uitsluitend Hamilkars successen vermeldde, gunde diens politieke rivaal Hanno geen krediet. We kunnen aannemen dat de auteur van deze bron de toenmalige publieke opinie – “Hanno is de oorlog te ver van huis aan het voeren” – eenvoudig kon presenteren als bewijs voor incompetentie.

Feit is dat Hamilkar in de lente met een tweede leger oprukte naar Utica, dat inmiddels opnieuw door huurlingen was omsingeld, aangevoerd door Spendius. Het kwam tot een veldslag waarin de Karthagers succes hadden en waarover Polybios uitgebreid schrijft, hoewel hij niet kan ontkennen dat de huurlingen verder konden gaan met de blokkade van Utica en Hippo. Strategisch veranderde er dus niets.

In het vervolg van de Huurlingenoorlog vinden we Hamilkar ten zuiden van Tunis, zonder dat duidelijk is waarom hij die kant op is getrokken. Polybios vermeldt wel dat de huurlingenkorpsen van Spendius en van de Keltische leider Autaritos het Karthaagse leger achtervolgden, zodat denkbaar is dat Hamilkar is verslagen en dat Polybios’ bron dat niet vermeldde.

Crisis en redding

Zo’n nederlaag zou passen bij het algehele verloop van de Huurlingenoorlo. Het zag er voor de Karthagers steeds slechter uit. In de zomer van 240 v.Chr. vonden de opstandelingen namelijk steun bij andere partijen. Matho wist meer Libiërs voor zijn zaak te winnen en ook een leger uit Numidië koos partij tegen Karthago.

Andere hulp kwam van overzee. Er waren volop Italische kooplieden die, niet langer gelovend in een Karthaagse eindzege, handel zagen in de leverantie van levensmiddelen aan de opstandelingen. Hoe grootschalig die handel was, blijkt uit het gegeven dat toen de Karthagers zo’n vloot overmeesterden, ze vijfhonderd Italische handelaren gevangennamen. Ook de huurlingen in het Karthaagse garnizoen op Sardinië geloofden niet meer in hun betaalmeester en kwamen in opstand.

Karthago’s redding in de Huurlingenoorlog kwam uit Rome. Romeinse gezanten die over de vrijlating van de Italische kooplieden kwamen onderhandelen, regelden ook dat Karthago huurlingen mocht ronselen in Italië. In de toekomst, zo kwamen de partijen overeen, zouden Italische kooplieden alleen nog zakendoen met de Karthagers en niet met de rebellen. Dat Rome oprecht was in zijn steun, blijkt uit het feit dat het zich ook verder buiten de Huurlingenoorlog  hield: toen de opstandige huurlingen op Sardinië de Senaat om hulp vroegen, ze een weigering kregen.

Naravas

Ondertussen was Hamilkar ingeklemd geraakt met vóór zich een Libische strijdmacht, achter zich de Numidiërs en in zijn flank de huurlingen van Spendius en Autaritos. We weten niet hoe de Karthager in die precaire situatie is terechtgekomen, en zijn redding was onverwacht. De aanvoerder van het Numidische leger, Naravas, nam het initiatief tot onderhandelingen en stelde een bondgenootschap voor tussen zijn familie en de familie Barka. Niet met Karthago. Het suggereert dat men ook in Numidië inmiddels uitging van de instorting van het Karthaagse gezag. Hamilkar stemde in en beloofde Naravas de hand van zijn dochter, waarmee hij zich verzekerde van én Numidische steun én de overwinning op het slagveld.

Even leek het erop dat Hamilkar het Libische conflict een voor Karthago gunstige wending kon geven. Hij liet de huurlingen vrij die hij na de veldslag in handen had gekregen en gaf hun de kans naar huis te gaan of voor hem te vechten. Het is onbekend of hij zo zijn leger heeft vergroot, maar dat zal ook niet zijn enige motief zijn geweest. Belangrijker was dat hij het Matho, Spendius en Autaritos nu onmogelijk maakte Karthago te presenteren als kwaadwillend. Hadden zij de huurlingen en de Libiërs tot dan toe kunnen voorhouden dat ze na capitulatie hun leven niet zeker waren, nu bleek dit niet waar te zijn.

Terreur

De opstandelingenleiders reageerden met volstrekte terreur. Ze verminkten en doodden krijgsgevangen Karthagers als Geskon; ze lieten huurlingen die pleitten voor een gematigder aanpak ter plekke stenigen; ze stuurden Karthago bericht dat het nooit meer om onderhandelingen moest vragen. De Huurlingenoorlog  ging nu over in de Verdragloze Oorlog waarover Polybios het had. Ze bereikten hun doel, want Hamilkar betaalde met gelijke munt terug: als hij opstandelingen gevangennam, liet hij ze voortaan door zijn olifanten vertrappen. Als Karthago al een kans had gehad om de situatie te normaliseren, dan was die nu verstreken.

Alsof het nog niet moeilijk genoeg was, kregen de twee generaals ruzie, wat pas eindigde toen de troepen aangaven als commandant liever Hamilkar Barka dan Hanno de Grote te hebben. Tot overmaat van ramp vernietigde een storm de graanvloot die in de zomer van 239 de stad had moeten bevoorraden.

De bewoners van het belegerde Utica, die hun land niet konden bewerken en ook geen voedsel uit Karthago kregen, stelden hun hoop op de Romeinen, die echter nul op het rekest gaven: ze hadden een verdrag waarin ze de heerschappij van Karthago over de Tunesische steden erkenden en wilden hun woord gestand doen. Toen dit in Utica bekend werd, zag de stad geen andere mogelijkheid meer dan zich te scharen aan de zijde van de opstandelingen. De andere door de huurlingen belegerde stad, Hippo, volgde het voorbeeld.

Het ingrijpendst was dat de Libische steden, die altijd verdeeld waren geweest, steeds meer een eenheid werden, alsof er een nieuwe staat groeide in Afrika, met een eigen leider Zarzas en met eigen munten. De Huurlingenoorlog was nu eigenlijk een conflict tussen twee staten.

[Wordt vervolgd; dit blogje was gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn boek De vergeten oorlog. Wat mij betreft bestelt u het en doet u het iemand cadeau met Sint-Nikolaas. Maar u kunt natuurlijk ook mijn nieuwe boek bestellen, Oudheidkunde is een wetenschap. Mijn uitgever is goed voor me geweest en wil ook wel eens een bestseller hebben.]


Nederlandse Kelten

oktober 30, 2016

Artemis van Efese

april 14, 2023

Romeins Lyon

mei 12, 2025
Deel dit:

3 gedachtes over “De Huurlingenoorlog (2)

  1. FrankB

    “Hanno is de oorlog te ver van huis aan het voeren”
    is in strijd met

    “verzuimde een huurlingenleger te vernietigen”.
    Verslagen soldaten, vooral huurlingen, hebben nl. de gewoonte hard en ver weg te rennen.

      1. Frans Buijs

        Oeps! Te vroeg op plaatsen gedrukt. Ik wou zeggen: hoe moeilijker het wordt om een leger te vernietigen.

Reacties zijn gesloten.