Pyrrhos van Epirus (2)

Helm uit Midden-Italië (Villa Giulia, Rome)

In mijn vorige stukje beschreef ik hoe koning Pyrrhos van Epirus de Romeinen tweemaal versloeg maar grote verliezen leed. Zijn manschappen raakten behoorlijk gedemoraliseerd en zijn lijfarts bood de Romeinen zelfs aan zijn meester te vergiftigen.

Onderhandelingen

Dat het er slecht voor Pyrrhos voorstond, wil niet zeggen dat Rome opgelucht adem kon halen. Welbeschouwd was Pyrrhos in zijn missie geslaagd: de Romeinen weghouden van Tarente en de andere Griekse steden. De Senaat zal blij zijn geweest te vernemen dat Karthago, waarmee Rome kort daarvoor een verdrag had gesloten, op Sicilië de oorlog had verklaard aan Syracuse. Die stad riep nu de hulp in van de koning van Epirus. Voor Pyrrhos was Sicilië een aantrekkelijk alternatief, want hier kon het moreel van zijn leger zich herstellen.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (2)”

Het portret van Hannibal

Dit is niet Hannibal

Er is geen boek over de Karthaagse veldheer Hannibal, nee, er is geen boek over Karthago, of bovenstaande kop staat erin. De buste is gevonden in Capua (even ten noorden van Napels) en dateert uit de tweede of misschien derde eeuw na Christus. Door de sterke contrasten van de foto is het wat je noemt een markante kop. Daarmee is de foto beter dan het origineel, dat eigenlijk nogal vlak is.

Probleem: het kan onmogelijk een portret zijn van Hannibal, zelfs geen Romeinse kopie van zijn portret. De Karthager had namelijk aan het begin van zijn campagne in Italië een oog verloren en bovenstaande heer heeft er echt twee, compleet met pupil. Afgaand op de helm zou ik eerder denken aan een praetoriaanse gardist, maar dat is ook maar een losse gedachte.

Lees verder “Het portret van Hannibal”

De Numidisch-Karthaagse Oorlog

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

In de Tweede Punische Oorlog (218-201) hadden de Romeinen de Karthagers verslagen en het vredesverdrag verbood de verslagenen om zonder toestemming van de Romeinse Senaat ten oorlog te gaan. Dat vormde voor de Romeinse bondgenoot Massinissa van Numidië natuurlijk een uitnodiging om de Karthaagse bezittingen aan te vallen. Ook moesten de Karthagers nog vijftig jaar een schadevergoeding betalen aan de Romeinen. Pas tegen het midden van de tweede eeuw zou Karthago vrij zijn van deze verplichting en tenminste één Romeinse senator, Cato de Oudere, leefde in de veronderstelling dat de voormalige vijand spoedig daarna weer een supermacht zou zijn.

Aanleiding

In 151 v.Chr. verdreven de Karthagers, op voorstel van een zekere Hamilkar de Samniet, veertig pro-Numidische politici. Ze vluchtten naar Kirta, de residentie van Massinissa, het huidige Constantine in Algerije. De Numidische koning stuurde nu zijn zonen Gulussa en Mikipsa naar Karthago, om de stad te vragen de ballingen terug te ontvangen. Het gezantschap had geen succes: nadat de twee prinsen de hoofdstad hadden bereikt, werden ze weggestuurd. Erger nog, Hamilkar en zijn aanhangers vielen Gulussa’s konvooi aan en doodden enkele begeleiders. De Numidiërs konden dit niet over hun kant laten gaan. Een Numidisch-Karthaagse Oorlog was onvermijdelijk.

Lees verder “De Numidisch-Karthaagse Oorlog”

Wat is er nieuw? Spanje

Een Iberische zilveren schaal uit Tivissa (Archeologisch museum van Catalonië)

Het Iberische Schiereiland is bij de bestudering van de antieke wereld een beetje een buitenbeentje. Vergeleken met Italië en Griekenland zijn er betrekkelijk weinig bronnen, terwijl de archeologie het in de Franco-jaren niet heel gemakkelijk heeft gehad. Toch is de geschiedenis boeiend: de IJzertijdculturen, de komst van Fenicische en Griekse kolonisten, de keltificering, de oorlog tussen Karthago en Rome, de geleidelijke verovering van het metaalrijke gebied, de rustige keizertijd, het Rijk van Toledo en tot slot de bliksemsnelle Arabische verovering.

Conflictarcheologie

De laatste jaren zijn er vrij veel belangrijke opgravingen, waarvan vooral de conflictarcheologie van Spanje de aandacht trekt. Archeologie is meestal de bestudering van lange processen, maar het opgraven van een slagveld biedt een overlap met evenementiële geschiedenis en is dus een uitgelezen kans om de archeologische methoden te vergelijken met de methoden van de historici en zo verder te groeien. Die dimensie komt niet meteen aan de orde in de berichtgeving van El Pais, maar is wel waarom Spanje interessant is.

Lees verder “Wat is er nieuw? Spanje”

Misverstand: De menora

De Menora, zoals afgebeeld op de Ereboog van Titus op de Velia in Rome

Misverstand: De menora is in het Vaticaan

De Visigoten plunderden in 410 de stad Rome en in 455 deden de Vandalen het nog eens over. Ze namen veel kunstvoorwerpen mee, waaronder de tempelschat die Titus in 70 uit Jeruzalem had meegenomen. De moslimlegers die in 711 Toledo innamen, troffen daar de tafel met de toonbroden aan die de Visigoten hadden meegenomen uit Rome. De Vandalen namen de menora, de beroemde zevenarmige kandelaar mee naar Karthago. Toen de Byzantijnse generaal Belisarius die stad in 534 veroverde, nam hij het eeuwenoude voorwerp mee naar Constantinopel.

De menora staat dus niet in een van de kelders onder het Vaticaan, zoals men in Italië al een jaar of vijftien lijkt te denken. Het gerucht kreeg vleugels toen paus Benedictus XVI in mei 2009 Israël bezocht, en twee ultraorthodoxe joden eisten dat hij zou worden gearresteerd en vastgehouden tot de menora werd teruggegeven. De rechter wees het verzoek onmiddellijk af – helaas onder verwijzing naar de immuniteit die de paus als staatshoofd genoot, en niet met een beroep op het gezonde verstand.

Lees verder “Misverstand: De menora”

Xanthippos versus Regulus

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

En nu hadden de Romeinen een probleem. Geconfronteerd met een Karthaagse olifantenaanval moesten ze hun linies verdiepen, om zoveel mogelijk soldaten met speren te plaatsen tegenover elk dier. De verdiepte Romeinse linie was echter minder wijd, wat een uitnodiging was aan de Karthaagse ruiterij om de Romeinen te overvleugelen. Polybios schrijft:

Lees verder “Xanthippos versus Regulus”

Regulus in Afrika

Clupea

De grootste oorlog uit de Oudheid was de Eerste Punische Oorlog, waarin de Romeinen het opnamen tegen de Karthagers. De gevechtshandelingen strekten zich uit over een periode van bijna vierentwintig jaar, van 264 tot en met 241, en de troepeninzet was ongekend. Omdat de Romeinen een landmacht waren en de Karthagers een zeemacht, was dit een asymmetrisch conflict, waarin de tegenstanders niet dezelfde strategie hebben. De Romeinen konden het uiteindelijk naar hun hand zetten door een vloot te gaan bouwen, terwijl hun tegenstanders zich bedienden van huurlingen, die slecht controleerbaar waren.

In 256 stuurde Rome niet minder dan 330 schepen richting Sicilië, met de bedoeling de Karthagers ter zee te verslaan en dan over te steken naar Afrika om de strijd op het land voort te zetten. Het eerste lukte: in de zeeslag bij Eknomos, niet ver van het huidige Licata aan de Siciliaanse zuidkust, versloegen ze een Karthaagse vloot van 350 schepen. Aan beide zijden waren niet minder dan 140.000 mensen bij de strijd betrokken, meest roeiers (meer). Na deze overwinning staken de consuls over naar Afrika en landden op Kaap Bon, het Tunesische schiereiland dat zich als een lange vinger uitstrekt naar Sicilië. Hier bezetten de Romeinen het Karthaagse heuvelfort dat in het Latijn Clupea en in het Grieks Aspis heette, “het schild”. Het huidige Kélibia lijkt inderdaad op een schild dat op de grond is neergelegd, zie de foto hierboven.

Lees verder “Regulus in Afrika”

De deuren van Tunesië

Deur in Sidi Bu Ali

Wie door Tunesië reist kan er niet aan ontkomen: ze hebben in dit land verschrikkelijk mooie deuren. Geef iemand in dit land een huis en hij leeft zich uit op het beschilderen en bespijkeren van de deur. Vrolijke kleuren verf en patronen van spijkers, en vaak ook prachtige deurlijsten. Getuige de verkoop van ansichtkaarten, posters met les portes de Hammamet, en brievenbussen in de vorm van een deur hebben de Tunesiërs wel door dat toeristen er gecharmeerd van zijn. Het is een beetje vergelijkbaar met de kerststallen van Napels of de gevelsteentjes van Amsterdam: het is een kleine kunstvorm, die de handboeken kunstgeschiedenis nooit zal halen, maar evengoed waardering verdient.

De foto hierboven nam ik in Sidi Bu Ali, een kunstenaarsdorpje op het terrein van wat ooit Karthago was. Als u goed kijkt ziet u helemaal bovenaan twee halve manen (liggend, zoals hier gebruikelijk), in het tweede register twee davidssterren en daaronder enkele kruisen. Iemand heeft hier heel bewust de symbolen van de drie monotheïstische religies willen samenbrengen. Andere gebruikelijke motieven zijn de vis en de cipres, beide symbolen van de vruchtbaarheid: de eerste omdat hij leeft in het element dat leven geeft en de ander omdat hij altijd groen is. Ook de hand van Fatima is moeilijk te missen.

Lees verder “De deuren van Tunesië”

Waterreservoir

Malga-waterreservoir (Karthago)

Zoiets had ik dus nog nooit gezien: het enorme waterreservoir van het Romeinse Karthago. De plek heet naar een niet langer bestaand dorpje Malga en het gaat om vijftien enorme, buisachtige ruimtes. Ze zijn ongeveer acht meter in doorsnede en ruim honderd meter lang. Met wat tussenmuren is het geheel zo’n 130 meter breed.

Gebouwd ten tijde van keizer Hadrianus (r.117-138) is dit het einde van het Zaghouan-aquaduct, dat hemelsbreed zestig kilometer ten zuiden van Karthago begint en een capaciteit had van 50.000-60.000 kubieke meter water per dag. Dat is vrij veel maar er was ook veel water nodig om Karthago te voeden, een stad waar – volgens een misschien wat hoge schatting – in de tweede eeuw n.Chr. zo’n 400.000 mensen woonden. Dit reservoir diende als verdeelstation én als voorraad, voor als er eens te weinig water zou zijn in de bronnen.

Lees verder “Waterreservoir”

Fenicisch scheepswrak

(© D. Gration / Universiteit van Malta)

Waarom wist ik dit niet? Dat er bij Gozo een Fenicisch scheepswrak is gevonden? Oké, er zijn verzachtende omstandigheden. Eén: de ontdekking is alweer dertien jaar oud, van 2007. Twee: ik was nog nooit op Gozo. Maar het is er dus: een scheepswrak, lading en alles erbij, zevenentwintig eeuwen oud en gevonden in een baai in het zuidwesten van het eiland, voor een plek die Xlendi heet. En het is belangrijk, want zoveel Fenicische scheepswrakken zijn er nou ook weer niet, al is er vorig jaar eentje bij gekomen voor de Spaanse oostkust.

Ik begrijp dat het wrak bij Gozo op ruim honderd meter diepte ligt, wat betekent dat je er niet zomaar even naartoe zwemt. De meeste wrakken die onderwaterarcheologen bergen, liggen op minder dan zestig meter diepte en ook daar moet een duiker rekening houden met caissonziekte. Dit alles bemoeilijkt het onderzoek. Het komt erop neer dat de archeologen bij Gozo in acht minuten afdalen, twaalf minuten lang werken en dan terugkeren naar boven. Onnodig te zeggen dat het lastig is zo de vondsten en hun vindplaats normaal te registreren. De onderzoekers fotografeerden het materiaal dus voortdurend en maakten zo langzaam een driedimensionele kaart van de gezonken boot en haar lading.

Lees verder “Fenicisch scheepswrak”