
In de twee vorige stukjes (één, twee) over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de tegen Karthago in opstand gekomen huurlingen succes op succes boekten. Alleen Karthago de stad zelf was nog niet in handen van de opstandelingen, en in de late zomer van 239 sloegen Matho en Spendius het beleg op.
Karthago belegerd en bevrijd
Karthago had echter nog altijd een vloot en importeerde nu voedsel vanuit Syracuse. Bovendien bleven generaal Hamilkar en zijn Numidische bondgenoot Naravas de huurlingen aanvallen in de rug, zodat die tegelijk belegerden en belegerd werden. In de lente van 238 moesten de rebellen het beleg opbreken.
Terwijl Matho in Tunis bleef, zetten Spendius, Autaritos en Zarzas de achtervolging in van Hamilkar en Naravas, die zuidwaarts trokken om de vruchtbare velden en boomgaarden van Kaap Bon veilig te stellen. Polybios, opnieuw alleen geïnteresseerd in de successen van Hamilkar, vertelt weinig over deze campagne, die eindigde toen de Karthaagse generaal en zijn Numidische bondgenoot erin slaagden hun vijanden in te sluiten in een dal dat bekendstond als De Zaag.
Omdat Matho geen ontzettingsleger stuurde en de opstandelingen honger leden, knoopten Spendius, Autaritos en Zarzas ervoor onderhandelingen aan, hoewel ze eerder hadden aangekondigd dit nooit te zullen doen. Met zeven andere vertegenwoordigers kwamen ze naar Hamilkar, die hun de voorwaarden dicteerde: hij zegde toe iedereen ongewapend uit het dal te laten vertrekken, maar wilde dat de tien gezanten er als gijzelaars voor instonden dat de anderen nooit meer in opstand zouden komen.
De gezanten accepteerden hun internering, maar toen ze niet terugkeerden naar de soldaten in het dal, dachten die dat hun leiders gemene zaak hadden gemaakt met Hamilkar. Ze bewapenden zich en vielen de Karthagers aan. De olifanten rekenden af met de uitgehongerde Libiërs en huurlingen, en aangezien er sprake was geweest van opstandigheid, stond het Hamilkar vrij de tien gijzelaars te executeren. Hij kruisigde ze voor de muren van Tunis, waar hij Matho met de laatste opstandelingen wilde isoleren.
Matho’s einde
De Libische huurlingenleider was echter nog niet verslagen. In de nacht brak hij uit, overviel een van de Karthaagse kampen, nam de Karthaagse commandant gevangen en nagelde hem aan het kruis waaraan Spendius was gestorven.
Vervolgens trok Matho weg met alle resterende troepen, naar het zuiden. Een Karthaags leger, gecommandeerd door Hamilkar Barka en Hanno de Grote, achtervolgde hen en het kwam tot een grote veldslag bij Lepcis, waarin de Karthagers zegevierden. Matho viel levend in handen van de Karthagers, die hem bij de triomfantelijke terugkeer van de twee generaals, begin 237 v.Chr., onderwierpen aan een martelgang door de stad.

Het einde van de Huurlingenoorlog
De opstandige boeren en de steden in Tunesië onderwierpen zich nu, terwijl de bewoners van Sardinië de huurlingen verdreven die zich van het eiland meester hadden gemaakt.
Alleen de bewoners van Hippo en Utica, die meenden dat het weinig aannemelijk was dat ze zouden worden begenadigd, hielden nog stand. De twee generaals bedwongen echter ook deze steden en zegden redelijke capitulatievoorwaarden toe, waarmee ook hier een einde kwam aan het bloedvergieten en de rust werd hersteld – al was het de rust van een kerkhof. Polybios oordeelde dat de geweldsuitbarsting in wreedheid alle bekende oorlogen overtrof.
Alles leek voor Karthago ten goede te keren en men leek een begin te kunnen maken met de wederopbouw. Juist toen de Karthagers in het voorjaar van 237 begonnen aan de voorbereidingen van een expeditie om Sardinië weer in bezit te nemen, kwam het bericht dat de Romeinen het eiland al hadden geannexeerd. Daarmee waren de condities geschapen voor de Tweede Punische Oorlog.
[Deze drie blogjes waren gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn boek De vergeten oorlog. Wat mij betreft bestelt u het en doet u het iemand cadeau met Sint-Nikolaas. Maar u kunt natuurlijk ook mijn nieuwe boek bestellen, Oudheidkunde is een wetenschap. Mijn uitgever is goed voor me geweest en wil ook wel eens een bestseller hebben.]
Zelfde tijdvak
De Griekse stad Thebeapril 17, 2024
Barmhartige en andere samaritanen (2)september 27, 2020
Hellenistische koningsportrettenjanuari 6, 2017

Ik had je boek gelezen, dus nieuw was dit niet, maar de hyperlinks maken dit wel weer een andere leeservaring.
Waarom namen de Romeinen Sardinië (en Corsica) eigenlijk in? (Ik heb dit boek van je nog niet gelezen.)
Omdat het kon. Karthago stond zwak. Rome was gefrustreerd omdat een gigantische oorlog alleen het eiland Sicilië had opgeleverd. Zo cynisch.
Maar elders schreef je dat de Romeinen geen actie ondernamen omdat ze zich aan een verdrag wensten te houden – deze actie staat daar haaks op.
Was men in Rome van mening (of personen) veranderd? Of was de inactieve houding van eerder gewoon een strategische zet?
Is het ook niet erg onhandig om Sardinië te willen controleren als je Sicilië niet meer beheerst, vanuit Noord-Afrika?
Nee, Carthaagse schepen waren prima in staat om Sicilië heen te varen.
Onhandig hoeft niet te betekenen dat het niet kon.
Last ook maar eigenlijk. Ik had de kaart veel te verwrongen in mijn hoofd. Dat Sardinié dichter bij Sicilië zou liggen dan het geval is.
Niet scherp.