Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

Abraham Kuyper beschreef het Griekse landschap als voornaam (en in Delfi begrijp je waarom)

[Tweede deel van een artikel van Hans Overduin over de reis van Abraham Kuyper rond het Middellandse Zee-gebied. Het eerste deel was hier.]

Naar Griekenland

We schrijven inmiddels januari 1906. Hoewel Kuyper West-Anatolië had bezocht, stak hij van vanuit Smyrna niet direct over naar Athene. Hij nam een omweg via Egypte en Soedan (na eerst nog in Libanon, Syrië en Palestina te zijn geweest), waar hij met name de overblijfselen van de aloude Egyptische beschaving bezocht. Zijn reactie is opmerkelijk. Hoewel hij onder de indruk was van de ruïnes, bleven deze massieve resten volgens hem ver achter bij de overblijfselen van de klassiek Griekse beschaving.

Hier wordt de toon gezet van Kuypers mening over Griekenland. Vervolgens moest Noord-Afrika het ontgelden. Het sleutelwoord hierbij is “lelijkheid” (Kuyper hanteert zelf de term “affreus lelijk”) en dat sloeg zowel op het landschap als op zijn bewoners. Hij vergeleek de ongenuanceerde Maghreb met de fijne lijnen en de edele trekken van het Griekse landschap en zijn bewoners. Zo’n opmerking zou tegenwoordig ondenkbaar zijn en voor racistisch worden versleten, maar in die tijd was dit slechts een objectieve observatie.

In februari 1906 arriveerde Abraham Kuyper vanuit Alexandrië in Athene. Hij zal voornamelijk de noordelijke Peloponnesos bezoeken: naast Athene de steden Korinthe, Mykene, Nauplia, Delfi, Patras en Olympia. Athene, Olympia en Delfi golden voor Kuyper als de hoogtepunten. Bij elke plaats steekt Kuyper de loftrompet over de Helleense cultuur en bij zijn beschrijving van Korinthe komen zelfs de apostel Paulus en zijn brieven aan de Korinthiërs om de hoek kijken. Kuyper bleef niet alleen een theoloog, maar kennelijk schaarde hij het christendom uit die tijd ook onder het klassieke tijdperk. Wie Korinthe kent, weet dat de meeste overblijfselen van Romeinse oorsprong zijn, maar Rome was tenslotte een opvolger van de Griekse cultuur, die het voor een groot deel had overgenomen. Na Korinthe reisde Kuyper via Corfu naar Italië.

Het Helleense genie

Het tweede deel van zijn reisverslag Om de oude wereldzee telt ruim 520 pagina’s. Daarvan zijn er liefst drieëntachtig gewijd aan Griekenland. Behalve Griekenland behandelt Kuyper nog negen andere landen plus een inleiding over de islam. De verhouding is opmerkelijk, aangezien Griekenland buiten het stramien van zijn reis viel: de impact van de islam en de dreiging daarvan voor het toenmalige Europa. Of Kuyper hiermee het “Helleense genie”, zoals hij dat noemde, expliciet wilde afzetten tegenover de islam, is mij niet gebleken. Wel maakt de excessieve behandeling het belang duidelijk dat hij hechtte aan Griekenland en zijn erfenis.

Kuyper beschouwde Griekenland, en met name het klassieke Griekenland, als de bron van de huidige beschaving. Hij spreekt van het “genie der Hellenen”. Opvallend is dat hij de geografe van Griekenland als een van de oorzaken zag. Hij beschreef het landschap als “plechtig”.

Toen Kuyper in Athene aankwam viel het hem direct op dat deze stad gewoon een moderne Europese stad was waar men westerse kleding droeg en die zich duidelijk onderscheidde van de omringende Balkanlanden. Het “Griekse genie” vormde volgens Kuyper de norm voor de gehele mensheid. Het belangrijkste sleutelwoord hierbij is “schoonheid”. De Griekse levens- en bouwkunst noemde hij niet nationaal maar algemeen humaan: het was de hoogste kunstuiting van de mens en sindsdien de artistieke norm. Derhalve had de islam geen absolute impact op land en volk gehad.

Balans

Een en ander betekent overigens niet dat Kuyper geen kritiek had op Griekenland, en dan met name het koninkrijk van zijn tijd. In de drieëntachtig pagina’s schrijft hij daar uitvoerig over. Hij wijdt uit over de economische problemen die het moderne Griekenland altijd heeft gehad en over de grote invloed van de orthodoxe kerk en het Griekse geloof – twee verwante zaken die niettemin tijdens de Ottomaanse periode de verbindende schakel tussen de Hellenen is geweest.

Als conclusie het volgende citaat:

Het Griekse volk, gelijk het in de Oudheid is opgetreden, hoog boven alle andere volken uitstekend door zijn schranderheid, zijn zin voor het schone, zijn liefde voor het ideaal en zijn dappere veerkracht, hoorde in dit enig schone land thuis en kon alleen in dit juweel van de oude wereldzee het geografisch tegenbeeld van zijn eigen aanleg vinden.

Slot

Dit artikel beschrijft Om de oude wereldzee als een tijdsdocument – en zo moet het ook gelezen worden. Veel van Kuypers opinies, met name over de islam, zijn naar hedendaagse maatstaven min of meer onverteerbaar en dat beseft ook de Vrije Universiteit, het geesteskind van Kuyper, maar al te goed. Daarnaast is Kuypers opvatting over Griekenland en zijn bewoners op zijn minst eenzijdig en naar hedendaagse inzichten nauwelijks vol te houden.

Men moet echter het volgende overwegen. Het begeleidende werkje bij de betreffende IKON-serie, geschreven door George Harinck, heeft als titel “Aan het roer staat het hart”. Dit is geen slechte typering. Ondanks de onmiskenbare intellectuele eigenschappen die Kuyper bezat, bleef hij in wezen een romanticus – gedreven door zijn hart. Mijn inziens moet zijn houding tegenover het Griekenland van zijn tijd dan ook vanuit dat perspectief worden geïnterpreteerd.

[Dit artikel van Hans Overduin verscheen eerder in een beknoptere vorm in het tijdschrift Lychnari.]

Deel dit:

2 gedachtes over “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

  1. FrankB

    “Affreus lelijk” was ook 120 jaar geleden een subjectieve observatie – eentje die in die tijd wel vaker voorkwam.
    Hij schijnt moeite te hebben gehad met de evolutietheorie. Nederlandse creationisten (en ruim 20% van de bevolking schijnt evolutie te verwerpen) scharen hem natuurlijk in hun kamp. Deze “verdediging” vind ik curieus: “Wel was Kuyper kritisch over Darwins versie van de evolutietheorie.” (Ab Flipse, Trouw 26 mei 2014., Kuyper wist zich wel raad met evolutie). De wetenschappelijke versie van de evolutietheorie rond 1900 wás die van Darwin .
    Bioloog Jan Lever was in dit opzicht groter.

Reacties zijn gesloten.