
[Dit is het derde blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]
Vijf soorten godsbewijs
Zulke godsbewijzen zijn door de hele natuur te vinden. Ǧibrīl ibn Nūḥ brengt ze onder in vijf rubrieken:
- het Universum,
- de Aarde,
- Planten,
- Dieren,
- de Mens.
Daarbinnen zijn pogingen tot systematiek of volledigheid ver te zoeken.
Het is natuurlijk niet mogelijk, hier al die godsbewijzen te presenteren of samen te vatten. Een aantal ervan heb ik uitgewerkt in mijn eigen blog of is opnieuw geplaatst op de Mainzer Beobachter: de slurf, het hijgend hert, de giraf, de mier op de zijderoute, de draak en de wolken, de domheid van baby’s, de penis, de stem (van orgel naar doedelzak), het nut van de bil en de Schepper voorkomt inflatie.
Wat ik hier wil doen is enkele grote lijnen in het werk naar voren halen.
De schepping is perfect
De schepping is perfect en de schepper heeft, in zijn voorzienigheid, aan alles al van tevoren gedacht. Enkele voorbeelden waaruit dat blijkt:
Vogels zijn eierleggend gemaakt, niet levendbarend, zodat ze niet te zwaar worden om te vliegen.
Een kip kan niet aan de toekomst denken en heeft geen doel, maar
wordt al broeds terwijl ze nog geen eieren heeft verzameld en nog geen nest heeft voorbereid.
Het is de schepper die haar daartoe aanspoort. Het meest verbazingwekkende voorbeeld uit de dierenwereld is misschien wel de bij. Sommige oude auteurs beschouwden de bij als intelligent, maar Ǧibrīl ibn Nūḥ niet. Volgens hem
zijn bijen dom en hebben ze geen benul van zichzelf, laat staan van iets anders.
Des te verbazingwekkender zijn hun goed georganiseerde gemeenschap, hun bouwactiviteit en de honing die ze produceren. In feite
ligt hierin het duidelijkste bewijs dat de juistheid en wijsheid in deze productie niet van de bijen komen, maar van hem die hun deze taak heeft ingeprent en hen in hun arbeid dienstbaar heeft gemaakt aan het welzijn van de mensheid.
Ook op een veel grotere schaal kan het bestaan van de schepper worden onderkend en dwingt zijn vindingrijkheid bewondering af. Een “argument uit de complexiteit” is dat van de banen van de vaste sterren en planeten.
Een groep ongebonden sterren [de planeten] zwerft door de tekens van de dierenriem en heeft afzonderlijke banen. Elke ster van deze groep maakt dus twee verschillende banen: de ene is algemeen, met de hemelbol mee naar het westen; de andere is bijzonder, naar het oosten. … Hoe zou toeval twee verschillende bewegingen teweeg kunnen brengen, die in evenwicht zijn en gerangschikt volgens een plan? Dit toont duidelijk aan dat de banen van beide groepen sterren teweeg zijn gebracht door opzet en ontwerp, en niet door toeval.
Niets in de schepping is zonder doel
Dit principe werd verwoord door Aristoteles, Galenus en andere oude denkers, en werd overgenomen en uitgewerkt door Ǧibrīl ibn Nūḥ. Voor hem is alles in de schepping op alle mogelijke manieren nuttig. Planten bij voorbeeld: vruchten dienen als voeding, stro als veevoer, brandhout als brandstof, hout voor alle soorten timmerwerk; schors en bladeren, bloemen, wortels, stengels en grassen, alles is wel ergens goed voor, ook al lijkt het misschien niet zo. Bovendien geven planten plezier door hun schoonheid en frisheid, en bomen geven schaduw. Alle dieren kregen de lichaamsdelen die ze nodig hadden, zoals Aristoteles al zei:
Sommige vogels hebben lange poten, omdat ze in moerassen leven; want de natuur maakt de organen passend bij het werk dat ze moeten doen, niet het werk passend bij het orgaan.
Galenus gaf hem gelijk en Ǧibrīl ziet het net zo. Een ander voorbeeld is de staart. Deze onttrekt de anus en de vagina van viervoeters aan het gezicht en is ook een instrument om vliegen en muggen te verjagen. Als een dier vastzit in de modder, is er niets nuttigers om het te redden dan aan zijn staart te trekken. Bovendien vindt het dier het gewoon leuk om met zijn staart te zwaaien.
De nek van een giraffe is zo lang omdat hij opgroeit en graast in bossen van hoog oprijzende bomen, zodat hij een lange nek nodig heeft om de toppen daarvan te bereiken.
Ook in de rest van de schepping vinden dieren dingen die voor hen nuttig zijn. In de bergen zijn grotten en schuilplaatsen voor schuwe roofdieren, en zelfs een distel kan nuttig zijn: een vogeltje werd eens bedreigd door een slang en wist een distel in de bek van de slang te gooien, die daardoor stierf.
Zelfde tijdvak
De kunst van de Frankennovember 20, 2016
Friese vikingenoktober 29, 2019
Karel de Grote in Spanjejuli 29, 2015

Ach, in mijn reactie een kwartiertje geleden had ik niet aan de staart van onze viervoeters gedacht, die kwalijke plekken bedekt…
Maar de schepper had er wel aan gedacht, zie je wel? Nee, de schepping is werkelijk perfect.
… dus ik wordt langzamerhand overtuigd door Ǧibrīl, zeker als hij stelt dat een domme bij niet slim kan zijn, zo klaar als een klontje!
word…