
[Dit is het zesde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het priesterschap
Als hogepriester van Elagabal voerde Heliogabalus allerlei extatische rituelen uit. Elke ochtend verscheen hij in het openbaar, gekleed in dure Syrische gewaden. (Als we onze bronnen mogen geloven, was hij de eerste keizer die zich hulde in Chinese zijde.) Begeleid door danseressen en muzikanten, offerde hij aan zijn god, bijgestaan door het priestercollege.
Zijn grootmoeder, Julia Maesa, maakte zich al zorgen over dit gedrag, dat in Rome slecht zou worden begrepen. Ze probeerde haar kleinzoon over te halen om althans Romeinse kleding te dragen. Dit weigerde hij. Cassius Dio noemt zijn kleding barbaars en vertelt dat de keizer spottend “de Assyriër” werd genoemd. De Romeinse bevolking vond het echter allemaal niet zo verrassend als Julia Maesa had gevreesd, omdat Heliogabalus vóór zijn aankomst al een geschilderd portret had gestuurd. Bovendien aanbaden veel Romeinen al oosterse goden.

Je werd niet zomaar hogepriester van Elagabal. Dio vermeldt besnijdenis en onthouding van varkensvlees. Hij vertelt ook dat Heliogabalus plannen had om zijn geslachtsdelen helemaal af te snijden, maar Dio denkt dat dit niet met de religie van de keizer te maken had. In plaats daarvan presenteert hij het als bewijs van Heliogabalus’ verwijfdheid. De besnijdenis werd echter ook bij andere volgelingen uitgevoerd. Het gezang, de talloze amuletten, de dieren in de paleistuinen en bij de tempel, de kinderoffers: Dio’s catalogus van verschrikkingen is eindeloos.
Dio is inconsequent. Joden en Egyptenaren besneden hun zonen eveneens en onthielden zich ook van varkensvlees. De Romeinen hadden daarmee weinig problemen. De fout die Dio in Heliogabalus vindt, is dat hij een keizer was en alles moest vertegenwoordigen waar het Romeinse volk voor stond. Dio verwacht van een keizer dat deze het goede voorbeeld zou geven op het gebied van Romeinse deugden. Besnijdenis en het onthouding behoorden daar niet bij. Senator Dio was een conservatief.
Vruchtbaarheid
Ook zelfcastratie wordt vaker vermeld. In Hierapolis vereerden de Syriërs nog een drietal goden: de weergod Hadad, zijn vrouw Atargatis en ene Semeion. Atargatis was de meest opvallende van de drie en erg populair in Syrië. Ze lijkt op de Frygische godin Kybele: vruchtbaarheidsgodin, moeder van de goden en moeder van de stad. Net als Elagabal werd ze aanbeden als baetyl. Het is bekend dat Kybele gecastreerde priesters had, genaamd Galloi. Omdat Kybele en Atargatis een tweeling zijn, is het plausibel dat castratie ook deel uitmaakte van de Atargatis-cultus.

Volgens Lucianus’ De Syrische godin had Atargatis een tempel waar vissen en wilde dieren werden gehouden. Dit komt overeen met de door Cassius Dio en de auteur van de Historia Augusta genoemde dierentuin in Rome. Wilde dieren zijn bovendien een typisch kenmerk van Kybele.
De Syrische Atargatis-cultus verklaart de tempelprostitutie en de castratie die worden genoemd als aspecten van Heliogabalus’ religieuze hervormingen. Ze gelden als daden van zuivering of vruchtbaarheid – bloed en sperma om de aarde te vernieuwen. Aan de andere kant is het onwaarschijnlijk dat Heliogabalus zichzelf daadwerkelijk heeft gecastreerd. Als hij deze plannen had gehad, zouden veel onderdanen hebben geprobeerd hem ervan te overtuigen ze niet uit te voeren.
Kinderoffers
Cassius Dio en de auteur van de Historia Augusta vermelden kinderoffers. Dat is een ernstiger aanklacht. De auteur van de Historia Augusta voegt toe dat de keizer mooie jonge jongens uitkoos, wier ouders nog leefden, om zo meer verdriet en rouw te veroorzaken. De offers werden uitgevoerd door magiërs, die daarna de ingewanden bestudeerden.
Weinig oudheidkundigen zijn bereid deze beschuldiging, die Heliogabalus als monster typeert, onverkort te geloven. Zij zien deze informatie als poging om de keizer en zijn oosterse cultuur in diskrediet te brengen. Het was zeker een stereotiepe beschuldiging die ook tegen joden, christenen en Isis-aanhangers werd geuit. En feitelijk lijkt de manier waarop Dio het kinderoffer beschrijft, inclusief het inspecteren van de ingewanden, meer op een oude Etruskische traditie dan op een Semitische cultusdaad.
Mensenoffers zijn echter in het oude Nabije Oosten wel voorgekomen. Er is op deze blog eerder aandacht aan besteed. Misschien zijn die nog altijd voltrokken in Emesa. Aan de andere kant is de beschuldiging erg stereotiep, dus we zullen het maar beschouwen als lasterlijk.
***
Een gastbijdrage van Lauren van Zoonen, die wordt vervolgd. (Ik bedoel de bijdrage, niet Lauren, die ik hartelijk dank.)
Zelfde tijdvak
De joden van Romemaart 9, 2023
Circus Maximus (2)juli 5, 2023
De vallus, de Gallische maaimachinenovember 15, 2022

“Misschien zijn die nog altijd voltrokken in Emesa. ”
Dan zou ik zeggen – is er onderzoek, dan wel archeologisch iets dat in Emesa er op zou kunnen wijzen dat dit klopt?
Ik heb natuurlijk ook geen bewijs, maar het riekt naar bijvoorbeeld de Romeinse kritiek op mensenoffers bij hun vijanden in bijvoorbeeld Gallië of Carthago.