De zeeslag bij Aktion (3)

Reliëf van een zeeslag; de krokodil suggereert een Egyptische tegenstander (Vaticaanse Musea, Rome)

[Ik blogde eereergisteren en gisteren over de campagne van Octavianus (de latere keizer Augustus) en zijn admiraal Agrippa tegen Marcus Antonius en Kleopatra, die culmineerde in de zeeslag bij Aktion De laatsten hadden Aktion bezet in het noordwesten van Griekenland, maar Agrippa sneed hun aanvoerslijnen af. Vandaag 2050 jaar geleden volgde de onvermijdelijke zeeslag.]

In korte tijd was Marcus Antonius’ basis veranderd in een val en hij besloot terug te keren naar Egypte. De Grieks-Romeinse historicus Cassius Dio geeft een beschrijving van de zeeslag bij Aktion en somt alle verschrikkingen op. De vertaling van Romeinse Geschiedenis 50.32-35  is van Gé de Vries.

Lees verder “De zeeslag bij Aktion (3)”

MoM | Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Lees verder “MoM | Bronkritiek”

Misverstand: Burgerrecht

Caracalla (Altes Museum, Berlijn)

Misverstand: Caracalla verleende het Romeinse burgerrecht uit fiscale motieven

Naarmate het Romeinse Rijk langer bestond, gingen de verschillende volken zich steeds Romeinser gedragen – uiteraard met behoud van een zekere regionale identiteit. In 212 verleende keizer Caracalla aan alle vrijgeboren mannen in het imperium het burgerrecht. Officieel waren alle volken nu opgehouden te bestaan en waren er alleen nog Romeinen, voor wie een zekere rechtsgelijkheid gold. Nooit daarvoor had één rechtsstelsel gegolden voor zeventig miljoen mensen; nooit daarna heeft er één rechtsstelsel bestaan van de Tigris tot de Atlantische Oceaan.

Lees verder “Misverstand: Burgerrecht”

De dubbele slag bij Filippoi (4)

Het moerasgebied van Filippoi, inmiddels iets droger

[In mijn hier begonnen reeks over het conflict tussen enerzijds Marcus Antonius en Octavianus en anderzijds de moordenaars van Caesar, Brutus en Cassius, behandelde ik gisteren de eerste slag bij Filippoi, die onbeslist eindigde, al pleegde Cassius zelfmoord.]

Appianus van Alexandrië schrijft dat Brutus een grafrede hield voor zijn collega en hem prees als de “laatste der Romeinen”. Onze andere bron, Cassius Dio, moet deze informatie achterwege laten, want voor hem vormden de overwinning van Octavianus en de stichting van het keizerrijk, ondanks de weinig nobele motieven waarmee dit was gebeurd, een goede zaak. Er waren nog vele generaties goede Romeinen geweest. De keuze tussen vrijheid en stabiliteit, zoals Caesar en Octavianus en  de feiten hadden uitgelegd, was in Dio’s tijd geen actuele meer.

Lees verder “De dubbele slag bij Filippoi (4)”

De dubbele slag bij Filippoi (3)

Het slagveld, bezien vanaf de citadel van Filippoi

[Ik blogde vorige week over de Derde Burgeroorlog, het conflict dat na de moord op Caesar de Romeinen verdeelde tussen zijn aanhangers, aangevoerd door Marcus Antonius en Octavianus, en zijn tegenstanders, aangevoerd door Brutus en Cassius. Hun legers raakten slaags bij Filippoi in oostelijk Macedonië. De Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio presenteert het als een conflict tussen de vrijheid van een republiek tegen de rust van de monarchie.]

Hoewel Cassius Dio weergeeft wat ruwweg de inzet van het conflict was, klopt er weinig van zijn verhaal over de veldslag, zoals blijkt als het wordt vergeleken met dat van Appianus van Alexandrië. Die vertelt hoe de twee legers tegenover elkaar lagen en hoe Marcus Antonius besloot een dam door het moeras te bouwen om zo achter de kampen van Cassius en Brutus te komen en de weg naar hun aanvoerbasis af te snijden. Tien dagen lang werkten de legionairs in het moeras.

Lees verder “De dubbele slag bij Filippoi (3)”

De dubbele slag bij Filippoi (2)

De eerste slag bij Filippoi

[Ik blogde gisteren over de Derde Burgeroorlog, het conflict dat na de moord op Caesar de Romeinen verdeelde tussen zijn aanhangers, aangevoerd door Marcus Antonius en Octavianus, en zijn tegenstanders, aangevoerd door Brutus en Cassius. Hun legers stonden tegenover elkaar bij Filippoi in oostelijk Macedonië.]

Opgehouden door Brutus en Cassius richtten Marcus Antonius en Octavianus een groot kamp in en begonnen ze met de verkenning van de omgeving. Een moeras maakte een omtrekkende beweging naar het zuiden onmogelijk en bergen belemmerden een noordelijke omweg. Omsingelen was dus onmogelijk.

Een tijd lang kwam het niet tot een formeel gevecht, terwijl Octavianus en Antonius er juist op gebrand waren het snel op een treffen te laten aankomen. Immers, ze hadden wel betere soldaten dan hun tegenstanders, maar hun bevoorrading liet te wensen over. … Cassius en Brutus hadden helemaal niets tegen een formele veldslag. Hun troepen waren weliswaar van mindere kwaliteit, maar ze hadden er wél meer. Maar toen zij de positie van hun tegenstanders nog eens overdachten en die vergeleken met die van henzelf – iedere dag kregen zij er bondgenoten bij en hun schepen zorgden voor een overvloedige aanvoer van proviand – was dat voor hen juist reden om zich niet al te druk te maken. Misschien konden ze wel de overwinning behalen zonder al te veel risico of verlies aan mensenlevens.

Lees verder “De dubbele slag bij Filippoi (2)”

Alesia (4)

Landkaartje van Alesia; Les Laumes is links; de onvoltooide buitenring is linksboven
Landkaartje van Alesia; Les Laumes is links; de onvoltooide buitenring is linksboven

Vercingetorix’ strijdplan had eruit bestaan alle voedsel onder te brengen in een beperkt aantal heuvelforten, die de Romeinen dan zouden moeten belegeren om aan voedsel te komen. De Galliërs zouden dan de Romeinse foerage verstoren en de vijanden dwingen Gallië te ontruimen. Eén van de belegeringen was Alesia, waar de Romeinse legioenen enorme belegeringswerken aanlegden en het Gallische ontzettingsleger laat aankwam om de foerageurs te dwarsbomen.

Toen het arriveerde, was het eigenlijk al te laat: de ring van belegeringswerken was bijna voltooid. Het Gallisch ontzettingsleger bivakkeerde op de heuvels ten westen van Alesia maar het oorspronkelijke krijgsplan was niet langer bruikbaar. Anders dan beoogd waren de voedselvoorraden van de belegerden in Alesia uitgeput en daardoor konden de Galliërs er niet langer mee volstaan de Romeinse foerageurs aan te vallen. Ze moesten ze zo snel mogelijk een veldslag forceren en de belegering opheffen. Caesar kwam de Galliërs daarbij te hulp doordat hij de dag na hun aankomst de cavalerie op hen afstuurde. Hij had er belang bij de aanvallers geen moment rust te gunnen, want het noordelijke deel van de buitenste ring van zijn versterkingen was nog niet voltooid en dat mochten de commandanten van het ontzettingsleger onder geen beding ontdekken.

Lees verder “Alesia (4)”

De slag in het Teutoburgerwoud (7)

Reconstructie van het antieke landschap bij Kalkriese: moeras vooraan, palissade achteraan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In de voorgaande stukjes beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden en hoe generaal Varus drie legioenen verloor. Bij Kalkriese is (een deel van) het slagveld gevonden. Vandaag een enkel woord over de wraakexpedities en het recente onderzoek.]

De Romeinse wraakoperaties leken succesvol. De Chauken werden opnieuw onderworpen en de vallei van de Lippe bleef voorlopig Romeins. Haltern is na 9 zeker in gebruik geweest en de Romeinen exploiteerden de loodmijnen van het Taunusgebergte werden tijdens de regering van Tiberius. De verloren gegane veldtekens werden op de Cheruskische bondgenoten heroverd: in 15 werd de adelaar van het Negentiende bij de Bructeren aangetroffen en in het volgende jaar werd er een heroverd op de Marsen. De derde standaard zou in 41 worden aangetroffen bij de Chauken.

Tiberius had echter al voordat hij de keizerstroon besteeg besloten dat de bezetting van Germanië niet zinvol was. Voor de verdediging van Gallië volstond het de Rijn te bewaken, want door de veranderingen in de Gallische economie was het niet langer noodzakelijk de Lippe- en Mainvalleien te exploiteren. Tiberius oordeelde dat de wraakacties voldoende waren geweest. Germanicus mocht in 17 een triomftocht houden en de bewoners van het Overrijnse werden met rust gelaten. Aloude stammentwisten werden hernomen en Rome had – hoewel onrust bekend is uit de regering van zo’n beetje elke keizer tot en met Trajanus – gedurende ruim twee eeuwen weinig te duchten van de oude vijanden.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (7)”

De slag in het Teutoburgerwoud (5)

Slingerstenen, gevonden bij Kalkriese: bewijs voor de aanwezigheid van lichtbewapende soldaten in Romeinse dienst

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus, het vierde bood de problematische informatie van Cassius Dio en eindigde met de constatering dat de Romeinen door een smalle corridor moesten trekken.]

Zoals gezegd was de Romeinse weg over de smalle strook droog land tussen de heuvels van het Wiehengebirge en de moerassen niet gemakkelijk, maar veel keuze hadden de Romeinen niet. De opstand die “een eind verderop” uitbrak, vond namelijk vrijwel zeker plaats bij de vier jaar eerder onderworpen Chauken aan de monding van de Eems. Vanaf de plaats waar Varus vertrok, vermoedelijk bij Minden, kon hij alleen oprukken over de genoemde smalle strook. Nogmaals de vertaling van Gé de Vries:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (5)”

De slag in het Teutoburgerwoud (4)

Kalkriese, vandaag de dag; rechts werd, op de dag dat we deze foto maakten, nog onderzoek gedaan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus. We weten echter meer.]

In zijn selectie van de gebeurtenissen concentreert Velleius Paterculus zich op de verraderlijkheid van een onmenselijke vijand “die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden”, op de moed van de soldaten en op het feit dat sommige officieren het hoofd niet koel hielden. Het resultaat is meer een pleitrede dan geschiedschrijving, temeer daar het is gebaseerd op de verslagen van ooggetuigen die, zoals te verwachten viel, alleen konden vertellen wat ze hadden gezien in hun eigen sector van het slagveld.

Cassius Dio, die twee eeuwen later schreef, biedt wel een echt overzicht. Zijn bron, een auteur die de verslagen van enkele ooggetuigen met kennis van zaken tot een geheel wist te smeden, is vermoedelijk Plinius de Oudere, een cavalerie-officier die zich een generatie na de gebeurtenissen in het Rijnland bevond, overlevenden van de ramp hielp bevrijden en een Geschiedenis van de Germaanse oorlogen schreef. Hoewel Dio een nauwgezet auteur is, lijkt hij bepaalde informatie niet goed te hebben begrepen en maakt hij soms vergissingen als hij aanvullende informatie biedt. Dat is ook gebeurd in zijn verslag van het gevecht. De vertaling is van Gé de Vries.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (4)”