De zeeslag bij Kanopos

Afbeelding van een zeeslag (Cimetero dei Giordani, Rome)

Als ik u zeg dat het 6 februari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 19 december 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zat nog steeds in het koninklijk paleis van Alexandrië, samen met Kleopatra VII en haar broertje Ptolemaios XIV. Ze werden daar belegerd door Ptolemaios XIII, die sinds kort stond aan het hoofd van het leger dat tot dan toe was gecommandeerd door Arsinoë IV en Ganymedes. Caesar had al wat versterkingen toegezegd gekregen en had gevraagd om méér, maar vooralsnog zat hij opgesloten en verliep de Alexandrijnse Oorlog niet naar zijn wens. Zijn aanvoerlijn was na de verovering van Faros weliswaar redelijk veilig, maar nog altijd precair. De auteur van De Alexandrijnse Oorlog, wiens naam we niet kennen, legt dat eens te meer uit.

Lees verder “De zeeslag bij Kanopos”

De vrijlating van Ptolemaios XIII

Een Ptolemaïsche koning, niet per se Ptolemaios XIII (Archeologische Musea, Istanbul)

Als ik u zeg dat het 1 choiak was in het vijfde regeringsjaar van koningin Kleopatra VII en koning Ptolemaios XIII, en als ik dat omreken naar 1 december 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zat nog steeds in het koninklijke paleis van Alexandrië, met niet alleen Kleopatra, maar ook haar broer Ptolemaios XIII, alsmede hun jongere broer Ptolemaios XIV. Ze werden belegerd door hun zus Arsinoë IV, die met generaal Ganymedes leiding gaf aan het nationale Egyptische verzet tegen de Romeinse aanwezigheid. Caesars positie was onlangs iets verbeterd doordat hij, toen het Zevenendertigste Legioen was aangekomen, het eiland Faros had veroverd en zijn aanvoerlijnen had veilig gesteld, maar verder leek zijn wereld in te storten. De republikeinen verzamelden zich in wat wij Tunesië noemen en in Dalmatië, Andalusië was onrustig, en koning Farnakes II had bij Nikopolis Caesars gouverneur Gnaeus Domitius Calvinus verslagen. Het was tijd concessies te doen en het Alexandrijnse wespennest te verlaten. Zo komen we bij een van de vreemdste gebeurtenissen uit de Alexandrijnse Oorlog: de vrijlating van Ptolemaios XIII.

Lees verder “De vrijlating van Ptolemaios XIII”

Arsinoë laat Achillas doden

Portret van een Ptolemaïsche koningin (Louvre, Parijs)

Als ik noteer dat het 2 december was en daaraan toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat vervolgens omreken naar 18 oktober 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij werd nog altijd belegerd in het koninklijk paleis van Alexandrië. Weliswaar had hij de toegang tot de haven behouden en had hij versterkingen weten te ontbieden, maar zijn positie was verslechterd. Immers, Arsinoë IV was inmiddels bij generaal Achillas. Daarmee was het voortbestaan van de Ptolemaïsche dynastie verzekerd, zelfs als de troepen van Egyptes nationale leger Kleopatra VII, Ptolemaios XIII en Ptolemaios XIV bij een bestorming zouden doden.

Lees verder “Arsinoë laat Achillas doden”

Brand in Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Als ik u zeg dat het 11 november was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dit omreken naar 28 september 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Vechten.

Scheepsbrand

Zoals we eergisteren zagen, had de Ptolemaïsche generaal Achillas de aanval gelast op het koninklijk paleis in Alexandrië, waar Caesar zich had verschanst, samen met de koninklijke familie. De bestorming had weinig opgeleverd maar in de haven, naast het paleis, lagen twee eskaders van samen tweeënzeventig schepen waarmee Caesar volledig viel af te sluiten van de buitenwereld. Een logisch gevechtsdoel.

Lees verder “Brand in Alexandrië”

De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in Alexandrië: Pompeius is nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Lees verder “De tranen van Caesar”

De crematie van Pompeius

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

We zullen het nog hebben over Caesars reactie op de moord op Pompeius. Het verhaal van Ploutarchos oogt betrouwbaar maar laat wel wat vragen onbeantwoord. Als Pompeius met vier begeleiders aan boord was gegaan van de vissersboot, waarin verder alleen Achillas, twee Romeinse officieren en drie of vier anderen zaten, is het toch wat vreemd dat er geen gevecht was. Je zou hebben verwacht dat Pompeius’ begeleiders hun wapens zouden hebben getrokken.

Ploutarchos (die ik zoals steeds citeer in de vertaling van Hetty van Rooijen) beschrijft de reactie aan boord van Pompeius’ schip. Dit gaat terug op het ooggetuigenverslag van Theofanes van Mytilene.

Bij het zien van de moord slaakten de opvarenden een jammerkreet die te horen was tot op het land. Vervolgens lichtten ze snel het anker en sloegen op de vlucht. Een krachtige wind hielp hen bij het uitvaren naar zee, zodat de Egyptenaren, die hen wilden achtervolgen, omkeerden. (Pompeius 80)

Lees verder “De crematie van Pompeius”

Morituri te salutant

Muurschildering van een naumachie uit Pompeii (Nationaal Archeologisch Museum, Napels)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

“Morituri te salutant”

In de Asterix-boeken en in films, maar ook in documentaires, zie je vaak de gladiatoren in een optocht de arena binnengaan en voor de keizer (of de organisator) halt houden om hem te begroeten met de beroemde woorden morituri te salutant (“zij die gaan sterven groeten u”). Deze begroeting staat bij twee antieke auteurs vermeld: bij Suetonius (Claudius 21.6) en bij Cassius Dio (61[60].33.3). Ze verwijzen allebei naar dezelfde gebeurtenis: een door keizer Claudius in het Fucinusmeer georganiseerde naumachia (zeeslag).

Lees verder “Morituri te salutant”

De slag bij Farsalos (8)

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Niet zonder trots legt Julius Caesar in zijn Burgeroorlog uit dat hij bij Farsalos de zege had behaald met minimale verliezen. We hebben hier te maken met geregistreerde Romeinse burgers. Dit zijn niet per se de gebruikelijke overdreven cijfers.

Dit gevecht kostte Caesar niet meer dan tweehonderd soldaten, maar hij verloor ongeveer dertig moedige centurio’s. Ook de reeds genoemde Crastinus sneuvelde, onverschrokken vechtend, doordat hij een zwaard recht in zijn gezicht kreeg. Wat hij had gezegd toen hij ten strijde trok was geen leugen geweest. Want Caesar was van mening dat Crastinus in deze slag buitengewone moed had getoond en dat hij aan hem zeer veel te danken had.

Van het Pompeiaanse leger waren, naar het scheen, ongeveer vijftienduizend man gesneuveld. Meer dan vierentwintigduizend man capituleerden. (Burgeroorlog 3.99)

Lees verder “De slag bij Farsalos (8)”

De slag bij Farsalos (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Tweede deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Ik eindigde het vorige stukje met beschrijvingen, zoals te vinden bij Appianus, van de aarzelingen waarmee de troepen van Pompeius en Caesar zich tegenover elkaar opstelden. Alle aanwezigen – althans de uit Italië afkomstige legionairs – waren zich ervan bewust dat men stond tegenover andere burgers. Appianus lijkt hier een bron te delen met Cassius Dio; misschien is dat Titus Livius.

Telepathie

Ik noem hem, omdat hij in een verloren deel van zijn werk een persoonlijke anekdote opnam over die gebeurtenis, die is overgeleverd bij Ploutarchos.

In Patavium (Padua) zat op die dag Gaius Cornelius, een bekend waarzegger, medeburger en bekende van de schrijver Livius, de vogeltekens te raadplegen. Volgens Livius zag hij eerst het tijdstip van de slag, en hij zei tegen de aanwezigen dat de gebeurtenis aan de gang was en dat de mannen in actie kwamen. Daarna ging hij door met observeren en bij het zien van de tekens sprong hij enthousiast op en riep: “U overwint, Caesar!” De omstanders waren verbijsterd, maar Cornelius nam de krans van zijn hoofd en verklaarde onder ede dat hij hem niet meer op zou zetten totdat het feit voor zijn kunst getuigd had. Livius verzekert in elk geval dat het zo gebeurde. (Caesar 47; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De slag bij Farsalos (2)”

Ambiorix

Een aarden wal bij Kanne-Caestert, misschien waar Ambiorix zegevierde.

Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw na Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij was geïnteresseerd in geschiedenis en schreef een overzicht van de groei en het (zijns inziens) verval van het Romeinse Rijk. Daarbij behandelde hij ook Julius Caesars verovering van de Lage Landen.

De legioenen hadden Gallië al onder de voet gelopen en waren al overgestoken naar Brittannië toen Caesar in de winter van 54/53 v.Chr. te maken kreeg met een inheemse opstand, aangevoerd door Ambiorix, de vorst van de Eburonen, een stam in de Maasvallei. Diens eerste aanvalsdoel was het pas geformeerde Veertiende Legioen. Het was gestationeerd in Atuatuca, de naam die later gegeven zou worden aan Tongeren. Daar zijn geen Romeinse resten uit die tijd; een alternatief is dat het legioen zich bevond bij Kanne-Caestert, op het Belgische gedeelte van de Sint-Pietersberg, maar dan is het weer wat vreemd hoe de naam zeventien kilometer (een dagreis) kan zijn verplaatst. Enfin, we bevinden ons ergens in de Haspengouw.

Lees verder “Ambiorix”