
[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?
Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.
Henotheïsme
Henotheïsme is een manier om naar de cultus van Elagabal te kijken: er bestond slechts één god die de moeite van het vereren waard was. Alle andere goden waren opgenomen in deze ene godheid. Van Isis is dit ook bekend.
In het oosten was het niet ongebruikelijk dat één god de leider was en dat andere goden aan hem ondergeschikt waren, alsof ze deel uitmaakten van een huishouden. Oosterse astronomen zagen de oppergod bijvoorbeeld als Basileus Helios, “koning zon”, omringd door dienaren die andere hemellichamen regelden. Heliogabalus kan dit concept in Rome hebben willen introduceren. Dit zou verklaren waarom verschillende altaren rond de tempel van Elagabal zijn geplaatst en waarom de andere goden – in Dio’s optiek – waren gedegradeerd tot bedienden.
Verspreiding van de cultus
Verschillende geleerden hebben geopperd dat de eredienst voor Elagabal met Heliogabalus naar Rome kwam en de stad weer verliet toen hij was vermoord. Inscripties bewijzen het tegendeel en er valt iets te zeggen voor het idee dat de cultus populair werd door de Crisis van de Derde Eeuw, waarop de oude religies – in deze visie – geen antwoord hadden.
Oosterse zonnegoden als Elagabal waren bovendien al eerder bekend in het westen. Dit wordt goed geïllustreerd door een inscriptie uit het Romeinse fort Laurum ofwel Woerden, waar iemand al tijdens de regering van Antoninus Pius (r.138-161) een inscriptie van kostbare natuursteen wijdde aan Elagabal. Tijdens het bewind van keizer Septimius Severus (r.193-211), de stichter van de Severische dynastie, werden oosterse culten populairder. Zijn keizerin, Julia Domna, kwam uit Emesa en was de dochter van de hogepriester van Elagabal. Je zou kunnen zeggen dat zij het voorbereidende werk heeft gedaan.

Evengoed kan de invoering van de Elagabal-cultus ten tijde van Heliogabalus als overhaast en geforceerd zijn ervaren. Heliogabalus was tijdens de eerste twee jaar van zijn bewind dan wel terughoudend, maar vanaf 220 kon er geen twijfel bestaan over zijn voorkeuren. De sacerdos amplissimus wijdde twee tempels aan de god en in 220 en 221 waren er grootse festivals. Elke dag offerde Heliogabalus aan zijn god, na een muzikale, exotische processie. Veel mensen woonden deze offers bij, hoewel ze dat misschien niet vrijwillig deden.
De cultus speelde dus een belangrijke rol in het dagelijkse leven van de stad Rome, omdat het de keizer zelf was die zo prominent voorging en de gebruiken dwingend voorlegde. De korte periode waarin ze domineerde was voldoende om de cultus wortel te doen schieten. Ze verdween, zo tonen de inscripties, niet volledig na zijn dood, maar was minder zichtbaar dan voorheen omdat de opvallendste representant was veroordeeld met de damnatio memoriae.
***
Deze gastbijdrage van Lauren van Zoonen wordt vervolgd. Dank je wel Lauren!
Zelfde tijdvak
De joden van Romemaart 9, 2023
Circus Maximus (2)juli 5, 2023
De vallus, de Gallische maaimachinenovember 15, 2022

Geen stukje over het Nieuwe Testament, maar dit is een mooi alternatief. Een heel informatieve reeks. Dank!
Even terug naar die paleistuinen ‘ad Spem Veterem’ waar Heliogabalus aan een aanslag ontsnapte. Spes Vetus, de Oude (tempel van de) Hoop, was een heilgdom op de Esquilijn waarvan de locatie onzeker is. Livius vermeldt dat er een confrontatie plaatsvond tussen een consul Horatius en de Etrusken in 477-476 v.Chr. ‘ad Spei’, dus zonder het epitheton oud. Ook Dionysius van Halicarnassus omschrijft deze tempel zo en situeert hem 8 stadiën van de stad. Mogelijk kwam de kwalificatie vetus er nadat een nieuwe tempel voor de Hoop werd opgericht op het Forum Holitorium.
Het heiligdom moet al vroeg verdwenen zijn (volgens Richardson) maar gaf zijn naam aan een district en later aan de tuinen van de keizer. Omdat op die hoge plek nogal wat aquaducten de stad binnenkwamen, komt de naam geregeld voor in Frontinus’ De Aquis Urbis Romae. Dat levert helaas geen preciezere locatie op omdat de enige vermelding die nauwkeurigheid belooft dat doet aan de hand van andere, onbekende tuinen. Carandini situeert Spes Vetus in de buurt van de Porta Maggiore.
Dank je wel!