Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.
Senaat en Volksvergadering
Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.
Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.
[Dit is het laatste blogje van Lauren van Zoonen over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het moge duidelijk zijn: keizer Heliogabalus leidde niet wat anderen beschouwden als een Romeins leven. In de hoofdstad van het Romeinse Rijk volgde hij de regels van zijn Syrische religie. Zijn hogepriesterschap vergde veel van hem en hij verwaarloosde de staatzaken, die hij overliet aan zijn moeder Julia Soaemias en zijn grootmoeder Julia Maesa.
Trias
De cultus van Elagabal was in Rome al bekend, maar hij probeerde – zoals in Syrië gebruikelijk – een “trias” ofwel drie-eenheid te vormen. Door met een priesteres van Vesta te trouwen en het palladium naar de tempel van Elagabal te brengen, verhief hij een godin tot de zijns inziens rechtmatige plaats. Vervolgens werd ook de Karthaagse godin Tanit, de Hemelse Venus, naar Rome gebracht en uitgehuwelijkt aan Elagabal. Zo verhief Heliogabalus ook de tweede vrouwelijke godheid. Andere Romeinse goden werden geëerd door hun cultusvoorwerpen over te brengen naar de tempel van Elagabal.
Julia Soaeamias (Archeologisch Museum, Antalya)
Zo overtrad hij allerlei Romeinse wetten. Heliogabalus wilde de andere erediensten echter niet vernietigen maar integreren in de cultus voor de voornaamste god, de zon. Mogelijk heeft hij Elagabal gezien als koning der goden en de andere godheden als leden van zijn huishouding. De bewoners van Rome begrepen zulke acties echter niet. Zij zagen vooral heiligschennis. Een keizer die tijdens de offers gekleed ging in zijn zijden gewaden en die zich door muzikanten en dansers liet begeleiden, was in het begin weliswaar spectaculair, maar de aandacht zal zijn verflauwd toen het nieuwe ervan af was. Bovendien stond deze extravagantie haaks op de Romeinse gravitas, “ernst”. De keizerlijke onbeschaamdheid, of wat men daarvoor hield, was nog nooit eerder gezien.
De beschuldigingen dat kinderen zijn geofferd, zijn vrijwel zeker lasterpraatjes. Verhalen over tempelprostitutie en castratie zullen daarentegen een kern van waarheid bevatten. Weliswaar hangen tempelprostitutie en castratie meestal samen met vrouwelijke goden, maar Heliogabalus kan deze handelingen hebben willen verrichten als deel van zijn trias.
Kritiek
De in onze bronnen weergegeven kritiek is vooral afkomstig van Romes aristocraten. Na verloop van tijd zwol echter ook onder het volk en de soldaten de ontevredenheid aan. Iedereen bekritiseerde een religie waarvan men eigenlijk maar weinig wist. De oosterse religies waren weliswaar enigszins bekend – Isis en Dolichenus zijn andere voorbeelden – maar de Romeinen moesten nu zien dat de keizer publiekelijk voorging in een oosterse eredienst. Dat was een schok. De man die Romeinse deugden moest belichamen, was in alle opzichten een Syriër en bewees vooral dat alle oude vooroordelen juist waren. Wat in Emesa aanvaardbaar was, was dat in Rome niet.
We hebben we in elk geval een antwoord op de vraag hoe de cultus werd ervaren, te beginnen met kritiek van de elite, die spoedig steun instemming kreeg van andere bevolkingsgroepen. De groep van fanatieke vereerders zal niet heel groot zijn geweest. Weliswaar vond de keizer dat hij mensen een eer bewees door ze te laten deelnemen aan de offers, maar niet iedereen zag dat zo. Als de Romeinse adel al voor de nieuwe eredienst te winnen was, moet het exotische gedrag van Heliogabalus de leden al snel van gedachten hebben doen veranderen.
Romeinen waren doorgaans tolerant ten opzichte van nieuwe religieuze gebruiken, zolang de Romeinse wetten en moraal maar werden gerespecteerd. De jonge keizer leek dat respect niet te kunnen opbrengen en kon het rijk niet leiden met zijn voorbeeldige gedrag. Weinigen zullen hebben getreurd om zijn dood.
[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?
Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.
Heliogabalus als hogepriester (Musée Grand Curtius, Luik)
[Dit is het zesde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het priesterschap
Als hogepriester van Elagabal voerde Heliogabalus allerlei extatische rituelen uit. Elke ochtend verscheen hij in het openbaar, gekleed in dure Syrische gewaden. (Als we onze bronnen mogen geloven, was hij de eerste keizer die zich hulde in Chinese zijde.) Begeleid door danseressen en muzikanten, offerde hij aan zijn god, bijgestaan door het priestercollege.
Zijn grootmoeder, Julia Maesa, maakte zich al zorgen over dit gedrag, dat in Rome slecht zou worden begrepen. Ze probeerde haar kleinzoon over te halen om althans Romeinse kleding te dragen. Dit weigerde hij. Cassius Dio noemt zijn kleding barbaars en vertelt dat de keizer spottend “de Assyriër” werd genoemd. De Romeinse bevolking vond het echter allemaal niet zo verrassend als Julia Maesa had gevreesd, omdat Heliogabalus vóór zijn aankomst al een geschilderd portret had gestuurd. Bovendien aanbaden veel Romeinen al oosterse goden.
[Dit is het vijfde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Omdat de geschreven bronnen zo’n slecht chronologisch kader bieden, benutten oudheidkundigen munten en inscripties om de volgorde van de gebeurtenissen te reconstrueren. Dan valt op dat de eerste munten zelden verwijzen naar Heliogabalus’ favoriete god Elagabal. Slechts vier munten uit ongeveer 220 hebben afbeeldingen van de god.
[Dit is het vierde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Matiging
Hoewel de bronnen, zoals gezegd, geen goede chronologie bieden, hebben we een beeld van de laatste maanden van Heliogobalus’ bewind. Naarmate de tijd verstreek, radicaliseerde de keizer. Hij werd volwassen, begon zelf te regeren en begreep Rome niet. Zowel de bevolking als de soldaten ergerden zich, maar volgens Cassius Dio en Herodianos kwam de meeste kritiek van de elite.
Heliogobalus’ grootmoeder Julia Maesa vreesde dat de soldaten de heiligschennis en de curieuze verschijningen niet lang zouden verdragen. Ze haalde Heliogabalus er daarom toe over om zijn neef Alexianus, de zoon van Julia Mamaea, aan te wijzen als zijn opvolger (caesar). Het voorwendsel zou zijn geweest dat deze Heliogabalus kon helpen bij de staatszaken, terwijl hij zich kon wijdde aan religie en andere belangrijkere kwesties.
[Dit is het derde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Cassius Dio vermeldt slechts één goede daad van keizer Heliogabalus: hij nam nooit wraak op degenen die zijn naam of die van zijn vader hadden besmeurd. Van de andere kant gaf hij zich over aan “de meest beschamende, wetteloze en wrede praktijken”. Hij had zijn karakter natuurlijk van zijn oosterse moeder, Julia Soaemias, een pervers wezen. Zij was de macht achter de troon – en dat zal grotendeels waar zijn – en ze verving allerlei respectabele mannen door wagenmenners, acteurs, mimespelers, slaven, vrijgelatenen en degenen die ’s keizers seksuele verlangens bevredigden. Dat zal overdreven zijn, maar Dio’s onderliggende verwijt, dat senatoren werden benoemd zonder onderscheid te maken in leeftijd, afkomst of fortuin, klinkt authentiek.
Seksualiteit, gender en machtige vrouwen
Cassius Dio en Herodianos tonen zich geschokt door het verwijfde gedrag van de vorst, die zich als man en als vrouw presenteerde en in beide gedaanten allerlei losbandige relaties aanging. Heliogabalus’ verwijfdheid zou blijken uit zijn stem en gedrag. Niet alleen had hij gemeenschap met veel vrouwen, hij vond het ook geweldig om als vrouw op te treden als hij met zijn minnaars lag. Dio insinueert dat de keizer zich vaak als prostituee verkleedde en naar een bordeel ging om zichzelf te verkopen. Deze praktijken vonden plaats in het paleis, omdat de keizer een bordeel liet bouwen dat open was voor vrienden, klanten en slaven.
[Dit is het tweede van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
In de Vaticaanse Musea is de sarcofaag te zien van Sextus Varius Marcellus (ca.165-ca.215), een voorname Romein uit Syrië, die carrière maakte ten tijde van Septimius Severus (r.193-211) en Caracalla (r.211-217). Die carrière was niet weinig geholpen door het feit dat hij was getrouwd met Julia Soaemias, het nichtje van Julia Domna, de echtgenote van Septimius Severus. Net als haar man kwam ze uit Syrië: ze behoorde tot de hogepriesterlijke familie van Emesa. Varius Marcellus en Julia Soaemias waren de ouders van Varius Avitus Bassianus ofwel Heliogabalus.
De jonge keizer Heliogabalus regeerde slechts vier jaar, van 218 tot 222, maar hij is in ons taalgebied een van de bekendere onder Romes meer onbekende heersers. Het zal deels komen door de mooie roman van Louis Couperus, De berg van licht (1905). Daar zit natuurlijk een fors element in van verbeelding en taaltovenarij. Wie was Heliogabalus werkelijk? Was hij echt een oosterse godsdienstwaanzinnige of zit er een al dan niet oosterse rationaliteit achter zijn voor Romeinen schokkende beleid? Vereerde hij Elagabal? We moeten beginnen bij de bronnen, kijken dan naar zijn staatsgreep, zijn algemene beleid en zijn ondergang, vervolgen dan met zijn religieuze beleid, en komen dan tot een conclusie.
Drie bronnen
Er zijn drie literaire bronnen voor het leven van Heliogabalus of – zoals hij voluit heette – Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Augustus:
Wijding aan Elagabal uit Augsburg; de man die deze inscriptie liet maken, Gaius Julius Avitus Alexianus, was de grootvader van keizer Heliogabalus.
Elagabal zal voor menigeen een bekende onbekende zijn. Dankzij romans als Louis Couperus’ De berg van licht kunt u hem kennen als oosterse godheid. Verder is hij niet heel bekend. En hij laat zich ook slecht kennen, al staat vast dat het voornaamste heiligdom was in de Syrische stad Emesa, het huidige Homs. De oudste vermelding is een Palmyreense stèle uit de eerste eeuw na Chr., die een Aramese naam weergeeft die “god van de berg” zou betekenen. De berg in kwestie zal wel de citadel van Emesa zijn geweest.
Omdat Emesa in de eerste eeuw na Chr. een Arabischsprekende stad was, mogen we aannemen dat een god met een Aramese naam ouder is dan de Arabische aanwezigheid. Lange tijd golden de Arabieren inderdaad als immigranten, maar de afgelopen kwart eeuw is door de bestudering van tienduizenden inscripties duidelijk geworden dat ze al in de Vroege IJzertijd leefden in Syrië en Jordanië. Evengoed moet de verering van Elagabal oeroud zijn. Berggoden waren in Anatolië en de Levant al sinds de Hittitische Bronstijd bekend. Men beeldde zulke godheden vaak af met adelaars – net als Elagabal in de Romeinse tijd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.