Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.
Wie was Julius Caesar?
Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.
Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)
Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.
Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.
In onze reeks over Alexander de Grote komen we nu aan bij een weinig bekende scène: het bezoek aan de tempelstad Jeruzalem. Het was oktober of november 332 v.Chr. en de oorlog verkeerde in een impasse. Het eerste Macedonische krijgsdoel was, zoals gezegd, Egypte, maar het leger had in de voorafgaande maanden enorme verliezen geleden, eerst bij Tyrus en daarna bij Gaza. Alexanders rechterhand Parmenion was in Syrië om te verhinderen dat de Perzen Alexanders aanvoerlijnen zouden afsnijden, maar ook dat Syrische garnizoen moest worden versterkt. Alexander stuurde dus een gezant naar huis om extra manschappen te halen.
Zelf ging hij naar Jeruzalem. De gangbare bronnen vermelden dit niet, maar het is overgeleverd door de Joodse historicus Flavius Josephus (37-ca. 102). Zijn verhaal is echter deels legendarisch, en wordt daarom vaak genegeerd. Ik vermoed echter dat er wel degelijk een historische kern kan zijn.
Zodiak uit de tijd van Caesar (Museo Nazionale, Rome)
Als ik u zeg dat het 1 december had moeten zijn in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
De dictator besloot dat het nog maar eens november moest wezen. Op de laatste dag van november volgde dus de eerste dag van de tweede november. En toen de tweede maand november was afgelopen, kwam er nog een derde. Pas daarna begon de maand december. De inhaalslag was noodzakelijk omdat de Romeinse kalender, waarin soms een extra maan werd geschrikkeld, ernstig uit de pas liep met de seizoenen. Als hogepriester moet Caesar zich dat bewust zijn geweest. Zijn biograaf Suetonius schrijft:
Caesar hervormde de kalender, die door de schuld van de priesters in het ongerede was geraakt, omdat zij naar willekeur schrikkelmanen invoegden. Het gevolg was dat de oogstfeesten niet meer in de zomer, en de wijnfeesten niet meer in de herfst vielen.noot Suetonius, Caesar 39; vert. Daan den Hengst.
[Dit is het laatste blogje van Lauren van Zoonen over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het moge duidelijk zijn: keizer Heliogabalus leidde niet wat anderen beschouwden als een Romeins leven. In de hoofdstad van het Romeinse Rijk volgde hij de regels van zijn Syrische religie. Zijn hogepriesterschap vergde veel van hem en hij verwaarloosde de staatzaken, die hij overliet aan zijn moeder Julia Soaemias en zijn grootmoeder Julia Maesa.
Trias
De cultus van Elagabal was in Rome al bekend, maar hij probeerde – zoals in Syrië gebruikelijk – een “trias” ofwel drie-eenheid te vormen. Door met een priesteres van Vesta te trouwen en het palladium naar de tempel van Elagabal te brengen, verhief hij een godin tot de zijns inziens rechtmatige plaats. Vervolgens werd ook de Karthaagse godin Tanit, de Hemelse Venus, naar Rome gebracht en uitgehuwelijkt aan Elagabal. Zo verhief Heliogabalus ook de tweede vrouwelijke godheid. Andere Romeinse goden werden geëerd door hun cultusvoorwerpen over te brengen naar de tempel van Elagabal.
Julia Soaeamias (Archeologisch Museum, Antalya)
Zo overtrad hij allerlei Romeinse wetten. Heliogabalus wilde de andere erediensten echter niet vernietigen maar integreren in de cultus voor de voornaamste god, de zon. Mogelijk heeft hij Elagabal gezien als koning der goden en de andere godheden als leden van zijn huishouding. De bewoners van Rome begrepen zulke acties echter niet. Zij zagen vooral heiligschennis. Een keizer die tijdens de offers gekleed ging in zijn zijden gewaden en die zich door muzikanten en dansers liet begeleiden, was in het begin weliswaar spectaculair, maar de aandacht zal zijn verflauwd toen het nieuwe ervan af was. Bovendien stond deze extravagantie haaks op de Romeinse gravitas, “ernst”. De keizerlijke onbeschaamdheid, of wat men daarvoor hield, was nog nooit eerder gezien.
De beschuldigingen dat kinderen zijn geofferd, zijn vrijwel zeker lasterpraatjes. Verhalen over tempelprostitutie en castratie zullen daarentegen een kern van waarheid bevatten. Weliswaar hangen tempelprostitutie en castratie meestal samen met vrouwelijke goden, maar Heliogabalus kan deze handelingen hebben willen verrichten als deel van zijn trias.
Kritiek
De in onze bronnen weergegeven kritiek is vooral afkomstig van Romes aristocraten. Na verloop van tijd zwol echter ook onder het volk en de soldaten de ontevredenheid aan. Iedereen bekritiseerde een religie waarvan men eigenlijk maar weinig wist. De oosterse religies waren weliswaar enigszins bekend – Isis en Dolichenus zijn andere voorbeelden – maar de Romeinen moesten nu zien dat de keizer publiekelijk voorging in een oosterse eredienst. Dat was een schok. De man die Romeinse deugden moest belichamen, was in alle opzichten een Syriër en bewees vooral dat alle oude vooroordelen juist waren. Wat in Emesa aanvaardbaar was, was dat in Rome niet.
We hebben we in elk geval een antwoord op de vraag hoe de cultus werd ervaren, te beginnen met kritiek van de elite, die spoedig steun instemming kreeg van andere bevolkingsgroepen. De groep van fanatieke vereerders zal niet heel groot zijn geweest. Weliswaar vond de keizer dat hij mensen een eer bewees door ze te laten deelnemen aan de offers, maar niet iedereen zag dat zo. Als de Romeinse adel al voor de nieuwe eredienst te winnen was, moet het exotische gedrag van Heliogabalus de leden al snel van gedachten hebben doen veranderen.
Romeinen waren doorgaans tolerant ten opzichte van nieuwe religieuze gebruiken, zolang de Romeinse wetten en moraal maar werden gerespecteerd. De jonge keizer leek dat respect niet te kunnen opbrengen en kon het rijk niet leiden met zijn voorbeeldige gedrag. Weinigen zullen hebben getreurd om zijn dood.
[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?
Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.
Heliogabalus als hogepriester (Musée Grand Curtius, Luik)
[Dit is het zesde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het priesterschap
Als hogepriester van Elagabal voerde Heliogabalus allerlei extatische rituelen uit. Elke ochtend verscheen hij in het openbaar, gekleed in dure Syrische gewaden. (Als we onze bronnen mogen geloven, was hij de eerste keizer die zich hulde in Chinese zijde.) Begeleid door danseressen en muzikanten, offerde hij aan zijn god, bijgestaan door het priestercollege.
Zijn grootmoeder, Julia Maesa, maakte zich al zorgen over dit gedrag, dat in Rome slecht zou worden begrepen. Ze probeerde haar kleinzoon over te halen om althans Romeinse kleding te dragen. Dit weigerde hij. Cassius Dio noemt zijn kleding barbaars en vertelt dat de keizer spottend “de Assyriër” werd genoemd. De Romeinse bevolking vond het echter allemaal niet zo verrassend als Julia Maesa had gevreesd, omdat Heliogabalus vóór zijn aankomst al een geschilderd portret had gestuurd. Bovendien aanbaden veel Romeinen al oosterse goden.
[Dit is het vijfde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Omdat de geschreven bronnen zo’n slecht chronologisch kader bieden, benutten oudheidkundigen munten en inscripties om de volgorde van de gebeurtenissen te reconstrueren. Dan valt op dat de eerste munten zelden verwijzen naar Heliogabalus’ favoriete god Elagabal. Slechts vier munten uit ongeveer 220 hebben afbeeldingen van de god.
[Dit is het vierde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Matiging
Hoewel de bronnen, zoals gezegd, geen goede chronologie bieden, hebben we een beeld van de laatste maanden van Heliogobalus’ bewind. Naarmate de tijd verstreek, radicaliseerde de keizer. Hij werd volwassen, begon zelf te regeren en begreep Rome niet. Zowel de bevolking als de soldaten ergerden zich, maar volgens Cassius Dio en Herodianos kwam de meeste kritiek van de elite.
Heliogobalus’ grootmoeder Julia Maesa vreesde dat de soldaten de heiligschennis en de curieuze verschijningen niet lang zouden verdragen. Ze haalde Heliogabalus er daarom toe over om zijn neef Alexianus, de zoon van Julia Mamaea, aan te wijzen als zijn opvolger (caesar). Het voorwendsel zou zijn geweest dat deze Heliogabalus kon helpen bij de staatszaken, terwijl hij zich kon wijdde aan religie en andere belangrijkere kwesties.
[Dit is het derde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Cassius Dio vermeldt slechts één goede daad van keizer Heliogabalus: hij nam nooit wraak op degenen die zijn naam of die van zijn vader hadden besmeurd. Van de andere kant gaf hij zich over aan “de meest beschamende, wetteloze en wrede praktijken”. Hij had zijn karakter natuurlijk van zijn oosterse moeder, Julia Soaemias, een pervers wezen. Zij was de macht achter de troon – en dat zal grotendeels waar zijn – en ze verving allerlei respectabele mannen door wagenmenners, acteurs, mimespelers, slaven, vrijgelatenen en degenen die ’s keizers seksuele verlangens bevredigden. Dat zal overdreven zijn, maar Dio’s onderliggende verwijt, dat senatoren werden benoemd zonder onderscheid te maken in leeftijd, afkomst of fortuin, klinkt authentiek.
Seksualiteit, gender en machtige vrouwen
Cassius Dio en Herodianos tonen zich geschokt door het verwijfde gedrag van de vorst, die zich als man en als vrouw presenteerde en in beide gedaanten allerlei losbandige relaties aanging. Heliogabalus’ verwijfdheid zou blijken uit zijn stem en gedrag. Niet alleen had hij gemeenschap met veel vrouwen, hij vond het ook geweldig om als vrouw op te treden als hij met zijn minnaars lag. Dio insinueert dat de keizer zich vaak als prostituee verkleedde en naar een bordeel ging om zichzelf te verkopen. Deze praktijken vonden plaats in het paleis, omdat de keizer een bordeel liet bouwen dat open was voor vrienden, klanten en slaven.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.