Portret van een tijdgenoot van Hadrianus (Archeologisch museum, Zadar)
Al een paar keer heb ik op deze blog de Romeinse schrijver Publius Annius Florus genoemd, die zeker niet verbleef op de toppen der Parnassos, maar waaraan best een blogje te wijden valt. Florus weet namelijk wel hoe hij een verhaal moet vertellen en is bovendien een vertegenwoordig van wat weleens wordt aangeduid als het Zilveren Latijn. Die naam verraadt een oud waardeoordeel, namelijk dat het Latijn van de eerste eeuw v.Chr. het allerbeste was geweest. Toen stond er voor redenaars echt iets op het spel, en dat maakte het Latijn van auteurs als Cicero zo briljant. Daarna was de retorica in verval geraakt, en zouden geschiedschrijvers hielenlikkers zijn geweest. Nog steeds aardig Latijn, luidde het vooroordeel, maar geen Cicero.
Het vooroordeel is allang weerlegd. Ook een feestrede kan immers een literair hoogtepunt zijn. Los daarvan: geen taalkundige zal zeggen dat het taalgebruik van de ene eeuw beter is dan het andere. Desondanks blijven de zilveren schrijvers (zeker in het onderwijs) wat onderbelicht, hoewel het project van Plinius de Oudere, die feitelijk de wetenschap op de Grieken veroverde, een enorme ambitie verraadt, hoewel een Tacitus echt wel iets te melden heeft, en hoewel je nog altijd kunt lachen om dichters als Juvenalis en Martialis.
In 161 na Chr. kwam keizer Marcus Aurelius aan de macht. Hij is interessant omdat de beeldvorming zo verschrikkelijk uit de pas loopt met zijn verdiensten. Enerzijds de beeldvorming: deze man was de ideale heerser, de filosoof op de troon waarover Plato een half millennium eerder al had nagedacht. Ik kan echter zo snel niets noemen waaruit blijkt dat zijn beleid werd ingegeven door welke wijsgerige gedachte dan ook. Marcus’ werkelijke verdiensten: de generaal die leiding gaf aan een van Romes grootste oorlogen. Hij deed gewoon wat van ’m werd verwacht.
Dat zijn zoon Commodus niet wilde deugen, heeft Marcus’ reputatie geholpen, want de Romeinse historiografische traditie zette graag contrasten neer: Drusus versus Tiberius, Titus versus Domitianus, Severus Alexander versus Heliogabalus, de good guy tegenover de bad guy. Commodus is dus te zeer geportretteerd als ontaard, Marcus is te zeer gepresenteerd als ideale heerser. Deze tendens heeft ook invloed op de portrettering van zijn echtgenote, keizerin Faustina II.
Antoninus Pius (Archeologisch museum, Constantine)
[Laatste van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]
Antoninus Pius stond hoog in aanzien bij zowel het Griekse als joodse establishment, en zelfs bij verre mogendheden zoals het Indische Kushanarijk. Zijn schitterende reputatie steunde niet alleen op zijn weldadige en rechtvaardige regime, maar ook op zijn knappe voorkomen.
Toen Antoninus de gezegende leeftijd van zeventig naderde, droeg hij de macht over aan niet één maar twee adoptiefzoons: Marcus Aurelius en Lucius Verus, zoals zijn voorganger Hadrianus het hem had opgedragen. Zijn laatste woord sprak hij volgens de overlevering tot een schildwacht, aan wie hij het wachtwoord voor de komende dag gaf: “gelijkmoedigheid”. Hij ging liggen als om te slapen en stierf. Zijn regering was de langste sinds Augustus en zou dat blijven tot Constantijn de Grote. Als we al het bovenstaande beschouwen en vooral geloven, moeten we hem zien als een van de beste keizers die Rome ooit heeft gekend.
Amsterdam ligt aan de Amstel, Antwerpen aan de Schelde en Rome aan de Tiber. Dat was destijds, vóór de kanalisering van 1870, een wispelturige rivier die vaak buiten haar oevers trad. Helaas stonden de Romeinse graanpakhuizen stroomafwaarts, tussen de heuvel Aventijn en de rivier. Als ze onder water kwamen staan, was de ellende niet te overzien. De Historia Augusta geeft een beschrijving:
[Keizer] Marcus Aurelius gaf zich geheel en al over aan de filosofie en won de genegenheid van de burgerij. Maar de overstroming van de Tiber, de ergste in zijn tijd, verstoorde dat geluk. Ze trof veel gebouwen in de stad, doodde talloze dieren en veroorzaakte een zeer ernstige hongersnood. Maar Marcus en [zijn medekeizer] Lucius Verus verlichtten de nood door hun zorgzaamheid en aanwezigheid.noot Historia Augusta, Marcus Aurelius 8.2-5.
Ik vroeg StableDiffusion een illustratie te leveren bij een blogje over stylometrie.
Over stylometrie heb ik weleens eerder geblogd, maar ik heb het thema nooit systematisch behandeld. Het is, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het meten van de stijl van een auteur. Die kan allerlei eigenschappen verraden. Als iemand vaker “gedaan hebben” schrijft dan “hebben gedaan”, is er een redelijke kans dat hij komt uit het oosten van Nederland. De verhouding tussen woorden als ik/mij/me en jij/je/jouw schijnt bij mannen en vrouwen niet dezelfde te zijn.
Vingerafdruk
Veel van dit soort zaken zijn vrijwel onbewust. Ik heb voor mezelf eens vastgesteld hoe vaak ik in mijn boeken een puntkomma gebruikte, en dat leidde tot een geloofwaardige grafiek, waarop je meteen herkende wanneer ik een goede meelezer kreeg die me bewust maakte van dit aspect van mijn schrijfstijl.
[Dit is het laatste blogje van Lauren van Zoonen over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het moge duidelijk zijn: keizer Heliogabalus leidde niet wat anderen beschouwden als een Romeins leven. In de hoofdstad van het Romeinse Rijk volgde hij de regels van zijn Syrische religie. Zijn hogepriesterschap vergde veel van hem en hij verwaarloosde de staatzaken, die hij overliet aan zijn moeder Julia Soaemias en zijn grootmoeder Julia Maesa.
Trias
De cultus van Elagabal was in Rome al bekend, maar hij probeerde – zoals in Syrië gebruikelijk – een “trias” ofwel drie-eenheid te vormen. Door met een priesteres van Vesta te trouwen en het palladium naar de tempel van Elagabal te brengen, verhief hij een godin tot de zijns inziens rechtmatige plaats. Vervolgens werd ook de Karthaagse godin Tanit, de Hemelse Venus, naar Rome gebracht en uitgehuwelijkt aan Elagabal. Zo verhief Heliogabalus ook de tweede vrouwelijke godheid. Andere Romeinse goden werden geëerd door hun cultusvoorwerpen over te brengen naar de tempel van Elagabal.
Julia Soaeamias (Archeologisch Museum, Antalya)
Zo overtrad hij allerlei Romeinse wetten. Heliogabalus wilde de andere erediensten echter niet vernietigen maar integreren in de cultus voor de voornaamste god, de zon. Mogelijk heeft hij Elagabal gezien als koning der goden en de andere godheden als leden van zijn huishouding. De bewoners van Rome begrepen zulke acties echter niet. Zij zagen vooral heiligschennis. Een keizer die tijdens de offers gekleed ging in zijn zijden gewaden en die zich door muzikanten en dansers liet begeleiden, was in het begin weliswaar spectaculair, maar de aandacht zal zijn verflauwd toen het nieuwe ervan af was. Bovendien stond deze extravagantie haaks op de Romeinse gravitas, “ernst”. De keizerlijke onbeschaamdheid, of wat men daarvoor hield, was nog nooit eerder gezien.
De beschuldigingen dat kinderen zijn geofferd, zijn vrijwel zeker lasterpraatjes. Verhalen over tempelprostitutie en castratie zullen daarentegen een kern van waarheid bevatten. Weliswaar hangen tempelprostitutie en castratie meestal samen met vrouwelijke goden, maar Heliogabalus kan deze handelingen hebben willen verrichten als deel van zijn trias.
Kritiek
De in onze bronnen weergegeven kritiek is vooral afkomstig van Romes aristocraten. Na verloop van tijd zwol echter ook onder het volk en de soldaten de ontevredenheid aan. Iedereen bekritiseerde een religie waarvan men eigenlijk maar weinig wist. De oosterse religies waren weliswaar enigszins bekend – Isis en Dolichenus zijn andere voorbeelden – maar de Romeinen moesten nu zien dat de keizer publiekelijk voorging in een oosterse eredienst. Dat was een schok. De man die Romeinse deugden moest belichamen, was in alle opzichten een Syriër en bewees vooral dat alle oude vooroordelen juist waren. Wat in Emesa aanvaardbaar was, was dat in Rome niet.
We hebben we in elk geval een antwoord op de vraag hoe de cultus werd ervaren, te beginnen met kritiek van de elite, die spoedig steun instemming kreeg van andere bevolkingsgroepen. De groep van fanatieke vereerders zal niet heel groot zijn geweest. Weliswaar vond de keizer dat hij mensen een eer bewees door ze te laten deelnemen aan de offers, maar niet iedereen zag dat zo. Als de Romeinse adel al voor de nieuwe eredienst te winnen was, moet het exotische gedrag van Heliogabalus de leden al snel van gedachten hebben doen veranderen.
Romeinen waren doorgaans tolerant ten opzichte van nieuwe religieuze gebruiken, zolang de Romeinse wetten en moraal maar werden gerespecteerd. De jonge keizer leek dat respect niet te kunnen opbrengen en kon het rijk niet leiden met zijn voorbeeldige gedrag. Weinigen zullen hebben getreurd om zijn dood.
Heliogabalus als hogepriester (Musée Grand Curtius, Luik)
[Dit is het zesde van een achttal blogjes dat Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Het priesterschap
Als hogepriester van Elagabal voerde Heliogabalus allerlei extatische rituelen uit. Elke ochtend verscheen hij in het openbaar, gekleed in dure Syrische gewaden. (Als we onze bronnen mogen geloven, was hij de eerste keizer die zich hulde in Chinese zijde.) Begeleid door danseressen en muzikanten, offerde hij aan zijn god, bijgestaan door het priestercollege.
Zijn grootmoeder, Julia Maesa, maakte zich al zorgen over dit gedrag, dat in Rome slecht zou worden begrepen. Ze probeerde haar kleinzoon over te halen om althans Romeinse kleding te dragen. Dit weigerde hij. Cassius Dio noemt zijn kleding barbaars en vertelt dat de keizer spottend “de Assyriër” werd genoemd. De Romeinse bevolking vond het echter allemaal niet zo verrassend als Julia Maesa had gevreesd, omdat Heliogabalus vóór zijn aankomst al een geschilderd portret had gestuurd. Bovendien aanbaden veel Romeinen al oosterse goden.
[Dit is het vijfde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Omdat de geschreven bronnen zo’n slecht chronologisch kader bieden, benutten oudheidkundigen munten en inscripties om de volgorde van de gebeurtenissen te reconstrueren. Dan valt op dat de eerste munten zelden verwijzen naar Heliogabalus’ favoriete god Elagabal. Slechts vier munten uit ongeveer 220 hebben afbeeldingen van de god.
[Dit is het vierde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
Matiging
Hoewel de bronnen, zoals gezegd, geen goede chronologie bieden, hebben we een beeld van de laatste maanden van Heliogobalus’ bewind. Naarmate de tijd verstreek, radicaliseerde de keizer. Hij werd volwassen, begon zelf te regeren en begreep Rome niet. Zowel de bevolking als de soldaten ergerden zich, maar volgens Cassius Dio en Herodianos kwam de meeste kritiek van de elite.
Heliogobalus’ grootmoeder Julia Maesa vreesde dat de soldaten de heiligschennis en de curieuze verschijningen niet lang zouden verdragen. Ze haalde Heliogabalus er daarom toe over om zijn neef Alexianus, de zoon van Julia Mamaea, aan te wijzen als zijn opvolger (caesar). Het voorwendsel zou zijn geweest dat deze Heliogabalus kon helpen bij de staatszaken, terwijl hij zich kon wijdde aan religie en andere belangrijkere kwesties.
[Dit is het tweede van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]
In de Vaticaanse Musea is de sarcofaag te zien van Sextus Varius Marcellus (ca.165-ca.215), een voorname Romein uit Syrië, die carrière maakte ten tijde van Septimius Severus (r.193-211) en Caracalla (r.211-217). Die carrière was niet weinig geholpen door het feit dat hij was getrouwd met Julia Soaemias, het nichtje van Julia Domna, de echtgenote van Septimius Severus. Net als haar man kwam ze uit Syrië: ze behoorde tot de hogepriesterlijke familie van Emesa. Varius Marcellus en Julia Soaemias waren de ouders van Varius Avitus Bassianus ofwel Heliogabalus.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.