Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

Lees verder “Ernest Renan over godsdienst”

De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

High place of worship

Sfiré, Tempel D

De laatste antieke auteur die meende dat de aarde een platte schijf was, is Herodotos. Hij schrijft ergens dat de zon in India in de ochtend het heetst is en is evident niet op de hoogte van de bolvorm van de aarde in zijn verslag van de fantastische vaart om Afrika. Daarna is er eigenlijk geen auteur meer die niet wist dat de aarde een bol was. De materie is leuk behandeld door Hans Dijkhuis in De platte aarde.

Toch bleven er altijd sporen van het oude idee. Het is niet anders dan hoe wij nog zeggen dat de zon opkomt, hoewel we allemaal weten dat de aarde onder de zon door draait. Op soortgelijke wijze was voor de mensen in de oude wereld de aarde soms nog een platte schijf. Daar overheen was een uitspansel, niet zo heel ver van de aarde. De hemel was dichtbij. Het was dus logisch op om een altaar te bouwen en tot de goden te bidden op een bergtop. Waar geen heuvel of berg voorhanden was, bouwden ze die: denk aan de ziggurats in Mesopotamië.

Lees verder “High place of worship”

De beproeving in de woestijn (2)

De “high place of worship” in Petra

In het vorige stukje presenteerde ik de twee uitwerkingen die Matteüs en Lukas gaven van het simpele zinnetje in Marcus, die had geschreven dat Jezus door de Satan op de proef werd gesteld in de woestijn. De uitwerkingen tonen allebei een gesprek dat bijna lijkt op een spelletje: de duivel daagt Jezus drie keer uit, Jezus geeft lik op stuk met een citaat uit Deuteronomium.

Challenge and riposte

Dit soort gesprekken staat bekend als challenge and riposte. We kennen het goed uit de oude wereld, waarin iemands eer belangrijk was. Dat was iets heel concreets. Een mens had recht op een bepaalde hoeveelheid respect, dat hij in bepaalde situaties kon verliezen. (“Respect” is dus anders dan bij ons, waarin respect iets is dat je verwerft.) Een voorbeeld dat u morgen mooi kunt citeren is het gesprek tussen Julius Caesar en een ziener, die hem had gewaarschuwd op zijn hoede te zijn voor de vijftiende maart. Op die vijftiende maart sneerde Caesar “Nou, die vijftiende maart van je is mooi aangebroken.” Dit is de uitdaging (challenge) van de eer van de ziener. Die is niet uit het veld geslagen: de riposte is “Gekomen maar niet voorbij”. Eer hersteld. De rest is geschiedenis.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (2)”