Een ruiter uit Byblos

Fenicisch ruiterbeeldje (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Nog even een kleinigheidje uit Byblos, de havenstad waarover ik onlangs heb geblogd: een beeldje van een ruiter. Het is tegenwoordig te zien in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst- en Geschiedenis in Brussel. Kijk hier even wat u, als u daar nog nooit bent geweest, allemaal hebt gemist.

Dit soort beeldjes zijn niet uniek. Ze dateren uit ongeveer 700 v.Chr. en zijn ook gevonden in Amrit in het zuiden van Syrië, het antieke Marathous. Ik lees dat kunsthistorici vermoeden dat er Grieks-Cypriotische invloeden in deze beeldjes zijn te herkennen, en dat is zowel interessant als logisch. In deze tijd zijn er immers allerlei Levantijnse invloeden in Griekenland, met het alfabet als bekendste voorbeeld, dus het viel te verwachten dat er ook Griekse invloeden zijn geweest in de Levant.

Lees verder “Een ruiter uit Byblos”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

Byblos in de Late Bronstijd

El (Nationaal Museum, Beiroet)

De Late Bronstijd was de eerste grote bloeiperiode van de Mediterrane culturen. Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan – ik verwijs naar de stukjes die ik al eerder heb geschreven over de Hittieten in Anatolië, over het Mykeense schrift Lineair-B, over het scheepswrak bij Uluburun, over de tegenover Byblos gelegen Cypriotische havenstad Enkomi, over de godin Astarte, over de Egyptische buitenpost Kamed el-Loz, over de mythologie van Ugarit, over briefwisselingen en over Troje. Een fascinerende tijd, die in Egypte wordt getypeerd door de dynastieën 1819 en 20. Farao Toetmozes III veroverde Kanaän – ook daarover heb ik al eens geblogd – en bereikte de rivier de Eufraat.

Byblos was nu een Egyptisch vazalkoninkrijk, maar herwon enige vrijheid toen de Hittieten naar het zuiden oprukten. Een stuk of zestig brieven, gevonden in het Tell Amarna, illustreren hoe de Egyptische heersers probeerden de Byblische vorsten Rib-Hadda en Ili-Rapih loyaal te houden. Overigens verwijst het eerste element in de laatste naam, Ili dus, naar de Kanaänitische godheid die we uit de Bijbel kennen als El. Zie het plaatje hierboven: dat er Egyptische invloed is aan te wijzen, is een understatement. Uit de kleitabletten van Ugarit, een havenstad ten noorden van Byblos, kennen we de mythologie rond deze god, die wordt vervangen door Ba’al maar een eerbiedwaardige oergod blijft.

Lees verder “Byblos in de Late Bronstijd”

Byblos in de Bronstijd

Het tempeltje bij de Grote Residentie, met ankerstenen onder de hoek links vooraan

Ik beschreef gisteren hoe Byblos was ontstaan: rond 3000 v.Chr. was het al een internationaal handelscentrum van betekenis, dat contacten had met Anatolië, Soedan en Baktrië. Dat veranderde in de Bronstijd niet. De stad exporteerde cederhout, gekapt op de westelijke hellingen van het Libanongebergte. Naar Byblos geïmporteerde producten als olijfolie, wol, pek en hars werden verder verhandeld aan het Egypte van de dynastieën 34 en 5, (ca. 2675-2350 v.Chr.). Daarvandaan kwamen papyrus, graanproducten, touw, peulvruchten en vlas, zaken die de Bybliërs weer exporteerden naar Anatolië en Mesopotamië.

Naast de handel kende Byblos ook visserij, akkerbouw en veeteelt. De enorme welvaart van de stad blijkt wel uit de “Grote Residentie”, die zo’n 900 vierkante meter groot was. Daarnaast stond een tempeltje dat was versierd met ankerstenen. Je kunt je voorstellen hoe een dankbare schipper zijn anker als bedankje heeft achtergelaten in het heiligdom van het Bronstijdequivalent van Sint-Nikolaas, de beschermer van de zeevarenden. Het viel me afgelopen december pas voor het eerst op: bij eerdere gelegenheden moeten de ankers overwoekerd zijn geweest door gras. Grappig genoeg zag ik dezelfde decoratie deze lente ook in het aanzienlijke jongere Kition op Cyprus.

Lees verder “Byblos in de Bronstijd”

Het ontstaan van Byblos

De bron van Byblos

Je hebt steden, je hebt steden en je hebt Byblos in Libanon, dat een van de oudste steden ter wereld is. Het is ook een van de mooiste opgravingen die ik ken, al vermoed ik dat de wijze waarop een en ander wordt gepresenteerd, anno vandaag de dag niet meer mogelijk is. Daarover eerst een woord.

Zoals u weet kennen opgravingen vaak diverse lagen en dat betekent normaliter dat je als archeoloog het publiek maar één laag kunt tonen. Als je Troje VI toont, kun je op die plek niet ook Troje II tonen, dat er immers onder verborgen ligt. De opgravers van Byblos hebben dit probleem opgelost door de gebouwen simpelweg over te plaatsen: het Romeinse odeon ligt nu apart in het noordwesten van de site, maar lag ooit bovenop de “tempel met de obelisken”, die op zijn beurt weer lag boven de “L-vormige tempel” en nu een eindje verder in het oosten is gelegd. Wat ooit verticaal boven elkaar lag, is dus nu horizontaal gescheiden geraakt. Dat is geen heel wetenschappelijke manier om een opgraving te conserveren, maar voor de bezoeker is het ideaal. Jammer genoeg zijn er zelden bezoekers: ik ben er vier of vijf keer geweest en heb er nooit meer dan vier of vijf andere bezoekers gezien. En dat terwijl er zo verschrikkelijk veel moois is te zien.

Lees verder “Het ontstaan van Byblos”

De kolossus van Byblos

De kolossus van Byblos (Beiroet, Nationaal Museum)

Het beeld hierboven staat op een ereplek in het Nationaal Museum in Beiroet. Het is opgegraven in Byblos, maar de vindplaats is helaas niet goed te dateren: de bouw van een kruisvaarderskasteel ter plekke heeft de stratigrafie behoorlijk verstoord. Het beeld intrigeert me. Ik ken weinig antieke kunstwerken die ik krachtiger vind dan deze stoere kolos. Misschien komt het wel doordat het nogal te lijden heeft gehad van de elementen en zich kranig heeft geweerd.

Wat doet zo’n Egyptisch beeld in Byblos? Uniek is het bepaald niet, er zijn parallellen. In de koninklijke graven van Byblos zijn allerlei voorwerpen aangetroffen die afkomstig zijn uit de Nijlvallei. De stad kende ook een heiligdom dat de opgravers aanduidden als de temple aux obélisques. Het museum in Beiroet is de trotse bezitter van een verzameling voorwerpen uit het Middenrijk, opgegraven in Byblos en van de allerhoogste kwaliteit. Een standbeeld van vijf, zes meter hoog importeer je echter zo makkelijk nog niet, al is zoiets nou ook weer niet volledig uitgesloten.

Lees verder “De kolossus van Byblos”

Wen-Amun (3)

Een Libanese cederboom in de winter

In het eerste en tweede deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. In Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, was Wen-Amun echter beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, had Wen-Amun het zilver geconfisqueerd van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar koning Zakar-Baal hem uitlegde dat hij het hout niet zomaar kon komen opeisen: Byblos was onafhankelijk en farao Nesbanebdjed diende de volle prijs te betalen.

***

Hoewel de verhoudingen duidelijk waren bekoeld, vonden Wen-Amun en koning Zakar-Baal toch een compromis. Er werd alvast wat hout naar Egypte gestuurd en een bediende voer mee om een brief van Wen-Amun over te brengen, waarin deze vroeg om extra zilver. In Egypte lijkt men te hebben gedacht dat als men snel zou antwoorden, het minder erg zou zijn als men probeerde het hout alsnog op een koopje te krijgen, want Nesbanebdjed stuurde nog in de winter

vier kruiken en één vaas van goud, vijf kruiken zilver, tien kledingstukken van koningslinnen, tien kledingstukken van fijn linnen, 500 zachte linnen matten, 500 ossenhuiden, 500 touwen, twintig zakken linzen en dertig manden vis.

Lees verder “Wen-Amun (3)”