Het moderne Mohammed-onderzoek

Het biografische materiaal over Mohammed, dat bekendstaat als de Sīra, is in zijn geheel zo omvangrijk en verscheiden dat er geen coherent beeld van de profeet uit kan worden verkregen. Kan het wel worden gebruikt voor een betrouwbare biografie van Mohammad, of als bron voor de geschiedenis van de vroege islam?

Moslims stellen zo’n vraag gewoonlijk niet; het is typisch een vraag van oriëntalisten. Negentiende-eeuwse geleerden als Ernest Renan (1823-1893; ‘De islam ontstond in het volle licht der geschiedenis’), Julius Wellhausen (1844-1918), Ignaz Goldziher (1850-1921) en anderen waren nog vol vertrouwen. Zij verwierpen veel teksten als onbetrouwbaar, maar geloofden dat het mogelijk was, met de rest het historische verleden te reconstrueren ‘zoals het werkelijk was geweest’.

Lees verder “Het moderne Mohammed-onderzoek”

Maurice Barrès in Beiroet

Zonsondergang in Beiroet

De conservatieve, nationalistische Franse schrijver Maurice Barrès bezocht Libanon kort voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hij vond Beiroet een prettige stad, waar hij zijn Franse hart kon ophalen, want de maronitische christenen waren Fransgezind en slaagden erin zelfs de hemel – waar net de Franse piloot Jules Védrines langs was komen vliegen, te associëren met Frankrijk.

In het onderstaande fragment, genomen uit Une enquête aux pays du Levant (1923), is sprake van een meneer Tobia. Dat was in Amchit de gastheer van de grote geleerde Ernest Renan, de vader van de fenicologie.

Lees verder “Maurice Barrès in Beiroet”

Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

Lees verder “Ernest Renan over godsdienst”

Hadrianus’ houtvesters

Houtvestersinscriptie uit Bayt az-Zahlah (American University, Beiroet)

De hier afgebeelde inscriptie ligt in de tuin voor de ingang van het Archeologische Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. De Romeinse steenhouwer had weinig ruimte en heeft aan het begin, linksboven, vier letters verstrengeld tot één complex teken, dat vrijwel iedereen destijds kon ontstrengelen tot IMP H. Omdat daarop de letters AD volgen, samen met de nu niet meer zo goed leesbare letters AU, was het te lezen als IMP HAD AU. Op de volgende twee regels was G DEFINITIO SILVARUM te lezen. Als we de diverse afkortingen uitschrijven, staat er:

IMP(eratoris) HAD(riani) AU-
G(usti) DEFINITIO
SILVARUM

Vertaald: grens van de wouden van keizer Hadrianus Augustus.

Lees verder “Hadrianus’ houtvesters”

Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Lees verder “Interview met Marcel Hulspas”

Hulspas’ Mohammed (1)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamHet is bijna cliché: stukjes over de historische Mohammed beginnen met een verwijzing naar de negentiende-eeuwse Franse geleerde Ernest Renan, die ooit schreef dat de islam was ontstaan en gegroeid “in het volle licht der geschiedenis”. Hij vergiste zich. Hij zag over het hoofd dat de bronnen over het optreden van de profeet Mohammed zijn geschreven door mensen die niet langer waren geïnteresseerd in de opvattingen van de persoon over wie ze schreven, maar in de op hem teruggrijpende religie.

Dat is niet hetzelfde, zoals een vergelijking met het christendom leert. Jezus en Mohammed meenden allebei dat ze leefden in een Eindtijd, en zoals u weet is die nog altijd niet aangebroken. Ook al was de Eindtijd voor de betrokkenen de kern van de zaak, voor de gelovigen ligt dat anders. Het christendom is daarom het geloof in Jezus maar niet het geloof van Jezus. Evenzo geloven moslims andere dingen dan hun profeet. De geloofsinhoud is veranderd en dat proces van verandering loopt door tot op de dag van vandaag: de gelovigen leven in een veranderende wereld en zoeken in de gevarieerde traditie van hun godsdienst naar bruikbare elementen.

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (1)”

Renan, Renan, steeds Renan (4)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het laatste van vier stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik heb nu driemaal geblogd over de Franse geleerde Ernest Renan, die, zoals zoveel van zijn tijdgenoten, dacht vanuit een sjabloon over oostelijke, Semitisch-sprekende, nomadische, religieuze volken en westelijke, Indo-Europees-sprekende, in steden wonende, meer filosofisch ingestelde volken. De sjabloon is onhoudbaar, maar Renan was niet de enige die meende dat er een karakterverschil bestond tussen Oost en West. Nog altijd zijn er kwakhistorici die denken dat de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen verhinderde dat het ontluikende, verondersteld vrije westen zou zijn gesmoord door het tirannieke, verondersteld mystieke oosten.

Wat Renans ideeën in positieve zin onderscheidde van deze in feite pre-wetenschappelijke opvattingen, was dat hij de sjabloon niet voor vanzelfsprekend aannam, maar kritisch doorlichtte. Ibn Rushd behoorde, als Arabischsprekende, tot de oosterse wereld, maar was toch een filosoof die de westerse wereld had helpen vormen. Omgekeerd kon Renan van Jezus van Nazaret stellen dat deze altijd in zijn joodse (Semitische) wereld was gebleven: daar paste de sjabloon volgens hem dus wel.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (4)”

Renan, Renan, steeds Renan (3)

Renan, ontdekker van Fenicië

[Dit is het derde van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik betoogde dat Renan werkte vanuit een soort sjabloon, waarin de Semitische volken neigden tot mystiek, geweldige poëzie schreven en het monotheïsme hadden uitgevonden, terwijl de Indo-Europees-sprekenden polytheïsten waren die zich uitdrukten via mythen en later de filosofie hadden uitgevonden. Dit was Renans vorm van een al oudere visie dat “Het Despotische Oosten” tegenover “Het Vrije Westen” zou staan.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (3)”

Renan, Renan, steeds Renan (2)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het tweede van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Steeds wordt aangenomen dat “onze” beschaving afkomstig is uit Griekenland, en ik vraag me af waarom. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Het gaat om een heel moeilijke stelling, die je alleen kunt bewijzen door een aantal deelstellingen te bewijzen:

  1. dat wij ideeën delen met de oude Grieken;
  2. dat die ideeën uitsluitend in Griekenland zijn ontstaan;
  3. dat die ideeën continu zijn geweest van toen tot nu;
  4. dat de ideeën die we niet delen met de Grieken, minder talrijk en/of minder belangrijk zijn.

Over deze materie is veel gepubliceerd, en deze publicaties bestaan veelal uit lange reeksen voorbeelden van aspecten van de moderne cultuur die Griekse antecedenten hebben. Daarmee bewijs je de eerste deelstelling, maar niet de tweede en de derde. Door niet te zoeken naar tegenvoorbeelden en dus de vierde deelstelling te negeren, maken de auteurs van dit soort boeken zich schuldig aan de in artikelen over wetenschapsfraude vaak genoemde redenatiefout die bekendstaat als de confirmation bias.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (2)”

Renan, Renan, steeds Renan (1)

Renan, ontdekker van Fenicië

Al sinds jaar en dag geef ik onderwijs over de “historische Jezus”, dat wil zeggen de zoektocht naar de historische waarheid over de in Jeruzalem als troonpretendent gekruisigde timmerman uit Nazaret. De reformatoren kwamen al tot de conclusie dat er verschil was tussen wat de Kerk daarover leerde en wat erover viel te lezen in de Bijbel, en ontdeden de theologie van allerlei middeleeuwse aanslibsels. In de Verlichting werd de vraag aangescherpt: hoe betrouwbaar was de Bijbel zelf? Wat wisten we eigenlijk over Jezus?

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (1)”