Renan, Renan, steeds Renan (4)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het laatste van vier stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik heb nu driemaal geblogd over de Franse geleerde Ernest Renan, die, zoals zoveel van zijn tijdgenoten, dacht vanuit een sjabloon over oostelijke, Semitisch-sprekende, nomadische, religieuze volken en westelijke, Indo-Europees-sprekende, in steden wonende, meer filosofisch ingestelde volken. De sjabloon is onhoudbaar, maar Renan was niet de enige die meende dat er een karakterverschil bestond tussen Oost en West. Nog altijd zijn er kwakhistorici die denken dat de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen verhinderde dat het ontluikende, verondersteld vrije westen zou zijn gesmoord door het tirannieke, verondersteld mystieke oosten.

Wat Renans ideeën in positieve zin onderscheidde van deze in feite pre-wetenschappelijke opvattingen, was dat hij de sjabloon niet voor vanzelfsprekend aannam, maar kritisch doorlichtte. Ibn Rushd behoorde, als Arabischsprekende, tot de oosterse wereld, maar was toch een filosoof die de westerse wereld had helpen vormen. Omgekeerd kon Renan van Jezus van Nazaret stellen dat deze altijd in zijn joodse (Semitische) wereld was gebleven: daar paste de sjabloon volgens hem dus wel.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (4)”

Renan, Renan, steeds Renan (3)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het derde van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik betoogde dat Renan werkte vanuit een soort sjabloon, waarin de Semitische volken neigden tot mystiek, geweldige poëzie schreven en het monotheïsme hadden uitgevonden, terwijl de Indo-Europees-sprekenden polytheïsten waren die zich uitdrukten via mythen en later de filosofie hadden uitgevonden. Dit was Renans vorm van een al oudere visie dat “Het Despotische Oosten” tegenover “Het Vrije Westen” zou staan.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (3)”

Renan, Renan, steeds Renan (2)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het tweede van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Steeds wordt aangenomen dat “onze” beschaving afkomstig is uit Griekenland, en ik vraag me af waarom. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Het gaat om een heel moeilijke stelling, die je alleen kunt bewijzen door een aantal deelstellingen te bewijzen:

  1. dat wij ideeën delen met de oude Grieken;
  2. dat die ideeën uitsluitend in Griekenland zijn ontstaan;
  3. dat die ideeën continu zijn geweest van toen tot nu;
  4. dat de ideeën die we niet delen met de Grieken, minder talrijk en/of minder belangrijk zijn.

Over deze materie is veel gepubliceerd (recent voorbeeld), en deze publicaties bestaan veelal uit lange reeksen voorbeelden van aspecten van de moderne cultuur die Griekse antecedenten hebben. Daarmee bewijs je de eerste deelstelling, maar niet de tweede en de derde. Door niet te zoeken naar tegenvoorbeelden en dus de vierde deelstelling te negeren, maken de auteurs van dit soort boeken zich schuldig aan de in artikelen over wetenschapsfraude vaak genoemde redenatiefout die bekendstaat als de confirmation bias.

Wat ik maar zeggen wil: het is makkelijker een culturele continuïteit te claimen dan te bewijzen. Het probleem is echter nog complexer, want er wordt vaak niet alleen een continuïteit tussen Griekenland en ons gepostuleerd. Er zou ook een continuïteit zijn tussen het vrije Westen en het verondersteld despotische Oosten. Dan moet je dus, om te beginnen, uitleggen wat er despotisch is in álle oosterse samenlevingen dat ontbreekt in de westerse samenlevingen, en vervolgens uitleggen dat ook dit continu is, en ten slotte uitleggen dat het conflict tussen Oost en West duurzaam is, zelfs als mensen in de praktijk in vrede leefden.

Het idee dat Oost en West eeuwig tegenover elkaar staan, ja het idee dat “het” Oosten en “het” Westen überhaupt zouden bestaan, is te simpel. Het is ook gevaarlijk: de problemen die Europa en de Verenigde Staten momenteel ondervinden in de islamitische wereld, hebben alles te maken met het voortbestaan van deze sjabloon. Politici zouden er goed aan doen kennis te nemen van de historische en andere geesteswetenschappen (meer).

De sjabloon is ontstaan in de achttiende eeuw, toen de grote kunsthistoricus J.J. Winckelmann (1717-1768) wilde verklaren waarom de Griekse kunst zoveel natuurlijker oogde dan die van andere oude volken. De verklaring is natuurlijk dat men al eeuwen overal heeft gezocht naar de perfecte manier om dingen weer te geven, en dat de oud-Egyptische en de Mesopotamische kunst eerdere fasen van dit proces representeren dan de Griekse. Winckelmann had echter moeite met de chronologie en meende dat de Griekse kunst natuurgetrouwer was dan de andere kunstuitingen, doordat de Grieken veel vrijer waren dan de oosterlingen.

Dit idee kreeg een extra lading in de tijd van de romantiek. Men nam aan dat mensen denken in een taal, en dat daarom onze perceptie van de werkelijkheid is gebonden aan de taal die we spreken. Toen ook nog werd ontdekt dat er een Semitische en een Indo-Europese taalfamilie was, was het vrij makkelijk de naar despotisme neigende Semieten te onderscheiden van de naar vrijheid neigende Indo-Europeanen.

Zo ontstond de sjabloon, waarin Oost en West niet slechts geografische tegenstellingen waren, maar stonden voor een tegenstelling tussen twee taalfamilies, en daarmee voor een tegenstelling tussen twee percepties van de werkelijkheid. Zoals gezegd doet de sjabloon haar invloed nog steeds voelen, zoals wel blijkt uit de krantenkop die ik vanavond zag in Het Parool: de twee worden weer eens tegenover elkaar geplaatst, als symbolen voor iets groters.

Wat ik tot enkele dagen geleden niet wist, was dat een van de meest uitgesproken advocaten van deze sjabloon Ernest Renan was. Ik kende hem van het beroemde Jezusboek en van de twee onderwerpen die ik nog zal behandelen, maar dit was nieuw voor me. “Je komt die man ook overal tegen,” dacht ik.

Renan meende dat de Semitische volken nomaden waren die neigden tot mystiek, geweldige poëzie schreven en het monotheïsme hadden uitgevonden, terwijl de Indo-Europees-sprekenden polytheïsten waren die zich uitdrukten via mythen en later de filosofie hadden uitgevonden. In de negentiende eeuw, waarin de Kerk nog grote invloed had, was dit een baanbrekende visie: godsdienst werd niet beschouwd als een openbaring van Hogerhand, maar als een historisch en sociaal, ja linguïstisch verschijnsel.

Het klinkt als een niet-biologisch racisme, waarin taal, en niet biologie, de verschillen tussen de volken moet verklaren. En hoewel het biologische racisme inmiddels niet langer serieus wordt genomen, zijn ideeën over de tegenstellingen tussen Het Oosten en Het Westen, gebaseerd op taal en cultuur, nog altijd populair – hoewel het, zoals we al zagen, dus gaat om generalisaties die heel moeilijk hard te maken zijn.

Renan sloeg de plank dus mis. Maar het aardige is: hij ging op zoek naar de grensgevallen. Achteraf heeft hij de verkeerde sjabloon verdedigd, maar anders dan degenen die het erflaterschap van Griekenland menen te kunnen bewijzen aan de hand van catalogi van voorbeelden – en die dus ten prooi vallen aan de confirmation bias – begreep hij wél wat wetenschap was.

[wordt vervolgd]

Renan, Renan, steeds Renan (1)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

Al sinds jaar en dag geef ik onderwijs over de “historische Jezus”, dat wil zeggen de zoektocht naar de historische waarheid over de in Jeruzalem als troonpretendent gekruisigde timmerman uit Nazaret. De reformatoren kwamen al tot de conclusie dat er verschil was tussen wat de Kerk daarover leerde en wat erover viel te lezen in de Bijbel, en ontdeden de theologie van allerlei middeleeuwse aanslibsels. In de Verlichting werd de vraag aangescherpt: hoe betrouwbaar was de Bijbel zelf? Wat wisten we eigenlijk over Jezus?

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (1)”