Voor-westerse geschiedenis (2): landschap

Bergen aan zee bij het Dalmatische eiland Krk

De regio waarover ik in mijn reeks over de voor-westerse geschiedenis wil schrijven, is ruwweg die van het Middellandse Zee-gebied en het Nabije Oosten, met een open oog voor Noordwest-Europa en Centraal-Eurazië. en de gebieden langs de Rode Zee en Nijl. Dat sluit contact met China, India, Zuid-Arabië, Nubië en de Sao– en Nok-culturen overigens niet uit. De kern ligt echter rond de Middellandse Zee en in het Nabije Oosten en het is moeilijk te ontkennen dat dat een rommelig stukje wereld is.

Het komt allemaal door de tektonische platen. De Afrikaanse plaat schuift elk jaar ruim vijf centimeter naar het noorden, terwijl de Arabische plaat zo’n zestien centimeter naar het noorden schuift. Onderling bewegen deze twee platen van elkaar af, waardoor de Grote Rift-vallei is ontstaan: de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan, de Bekaavallei. De Afrikaanse en de Arabische platen botsen tegen de Euraziatische Plaat, en zo zijn de Atlas, de Pyreneeën, de Alpen, de Taurus en de Zagros ontstaan. Een vooruitgeschoven deel van de Afrikaanse plaat zorgt voor de enorme kreukel die Sicilië heet, en scheidt de Middellandse Zee in twee bassins.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (2): landschap”

De ceders van de Libanon

De ceders die Buckingham zag (maar dan twee eeuwen later)

Op weg naar India bezocht de reislustige Britse journalist James Buckingham (1786-1855) Libanon. Ik blogde al over hem. Later publiceerde hij Travels among the Arab Tribes Inhabiting the Countries East of Syria and Palestine (1825), waaruit de volgende beschrijving van de ceders komt. De bovenstaande foto toont het door Buckingham genoemde “kleine bosje”. Ik heb er zelf eens rechtsomkeert moeten maken naar Bcharre.

***

Bcharre verlatend, klommen we een uur over lichte sneeuw tot we bij de Arz el-Libenein kwamen, of de ceders van de Libanon. De bomen vormen een klein bosje op zichzelf, alsof ze zo zijn geplant, en staan in een holte, omgeven door rotsachtige uitsteeksels, aan de voet van de berg die de hoogste top van de Libanon is. Er zijn, denk ik, op dit moment ongeveer 200 ceders, allemaal fris en groen.

Lees verder “De ceders van de Libanon”

Ernest Renan over godsdienst

Machnaqa

Toen de Franse keizer Napoleon III in 1860 een leger naar Libanon stuurde om daar de druzen en maronieten uit elkaar te houden, suggereerde de Franse geleerde Ernest Renan hem dat hij ook wat wetenschappers mee zou sturen. De eerste Napoleon had geholpen om van de egyptologie een echte wetenschap te maken, Napoleon III kon de fenicologie stimuleren. En zo reisde Renan naar Libanon. Ik heb al wel eens eerder naar zijn Mission de Phénice (1864) verwezen. Het is een fascinerend, speels boek.

Het volgende citaat toont een romantische geest aan het werk; je zou het zo niet meer schrijven. Maar Renan maakt duidelijk dat de christenen de Libanonbergen hebben gekerstend en daarbij niet iets volledig nieuws brachten, maar iets ouds aanpasten.

Lees verder “Ernest Renan over godsdienst”

Wat is een nahiru?

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen: een nahiru?

De Assyrische koning Tiglat-Pileser I regeerde veertig jaar, van 1115 tot 1076 v.Chr. Zijn koninkrijk had de chaotische overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd, traditioneel geassocieerd met de Zeevolken, vrij goed doorstaan, maar in het westen was het rijk van de Hittieten gedesintegreerd. Nieuwe, kleinere politieke eenheden namen de macht over. Historici noemen het de Neo-Hittitische koninkrijkjes, of ook wel de Arameeërs. De onrust in het westen dwong Tiglat-Pileser tot interventie, niet minder dan veertien keer.

Veldtocht naar zee

De campagnes waren meestal extreem gewelddadig, maar niet altijd. Een expeditie rond het jaar 1000 v.Chr. vermeldt in elk geval niet de wreedheden die voor andere jaren wel worden genoemd. Hij rukte eerst op naar Homs in het huidige Syrië en reisde daarvandaan naar de Middellandse Zee, door de vallei die nu de grens is tussen Libanon en Syrië. Zo bereikte hij Amurru, de kuststrook. Tiglat-pileser was de eerste Assyrische vorst die de zee bereikte en daar was hij overduidelijk trots op. De boottocht was het hoogtepunt van zijn reis.

Lees verder “Wat is een nahiru?”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Pons van Tripoli

De zuidgrens van het graafschap Tripoli. Dromedarissen waden door de monding van de Nahr al-Kalb; de kaap erachter is nauwelijks te passeren (schets van Joseph Bonomi, 1834).

Ik vertelde al over de kruisvaarder Raymond van Saint-Gilles, die in het noorden van Libanon een graafschap voor zichzelf was begonnen. Toen hij in 1105 sneuvelde, ontbrak alleen de hoofdstad Tripoli nog, maar zijn zoon Bertrand wist die in te nemen. Daarvoor had hij zich weliswaar moeten verplichten tot leenhulde aan koning Boudewijn I van Jeruzalem, maar keizer Alexios I Komnenos in Constantinopel en emir Toghtekin van Damascus erkenden hem als zelfstandig. Tot zover was ik gistermorgen gekomen.

De jeugd van Pons van Tripoli

Graaf Bertrand bezweek op 3 februari 1112 aan een ziekte, waarna enkele voorname officieren het regentschap aanvaardden voor zijn minderjarige zoon Pons van Tripoli. Dus niet zijn moeder, zoals we zouden hebben verwacht. Het is jammer dat we niet veel meer weten over de regenten, want ze namen het cruciale besluit Pons op te laten nemen onder de ridders van prins Tancred van Hauteville in Antiochië. Dat komt als verrassing na het conflict in 1109, waarin Pons’ vader tegenover de Antiochenen had gestaan en zich had geplaatst onder bescherming van koning Boudewijn van Jeruzalem.

Lees verder “Pons van Tripoli”

Hadrianus’ houtvesters

Houtvestersinscriptie uit Bayt az-Zahlah (American University, Beiroet)

De hier afgebeelde inscriptie ligt in de tuin voor de ingang van het Archeologische Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. De Romeinse steenhouwer had weinig ruimte en heeft aan het begin, linksboven, vier letters verstrengeld tot één complex teken, dat vrijwel iedereen destijds kon ontstrengelen tot IMP H. Omdat daarop de letters AD volgen, samen met de nu niet meer zo goed leesbare letters AU, was het te lezen als IMP HAD AU. Op de volgende twee regels was G DEFINITIO SILVARUM te lezen. Als we de diverse afkortingen uitschrijven, staat er:

IMP(eratoris) HAD(riani) AU-
G(usti) DEFINITIO
SILVARUM

Vertaald: grens van de wouden van keizer Hadrianus Augustus.

Lees verder “Hadrianus’ houtvesters”

Terug naar Libanon

Sint-Elias, Beiroet
Sint-Elias, Beiroet

Als deze blogpost online zichtbaar wordt, ben ik in Beiroet. Ik ben een bevoorrecht mens, want dit is de derde keer in een jaar dat ik zal rondwandelen in een van de meest mondaine en kosmopolitische steden in het Middellandse Zee-gebied. Ik weet dat dat heel wonderlijk klinkt, want “Libanon” en “Beiroet” zijn in het Nederlands taalgebruik synoniem met verwoesting, ruïnes en geweld, maar het land is, met uitzondering van de oorlog tussen Israël en de Hezbollah in 2006, niet onrustiger dan bijvoorbeeld Turkije. Lees hier een citaat van William Dalrymple, uit zijn mooie boek From the Holy Mountain. Als je van moderne architectuur houdt, kom naar Beiroet.

Modern Libanon

Je kunt in Libanon ook verschrikkelijk lekker eten, want hier komen de Arabische, de Ottomaanse en de Franse keukens samen. De musea zijn schitterend, het verkeer is een bron van eindeloze verbazing en de mensen, tja, ik weet dat ik een cliché gebruik, maar ze zijn werkelijk aardig.

Lees verder “Terug naar Libanon”

Epische strijd in de Bekaavallei

Humbaba (British Museum, Londen)

Van alle wezens uit het Griekse bestiarium is Medousa een van de bekendste. Ze was een zogenaamde gorgoon, een vrouw met slagtanden, slangenhaar en een blik die letterlijk kon doden. Het staat vast dat het monster is geïnspireerd door de iconografie van Humbaba, een even monsterlijk wezen dat wordt genoemd in het Epos van Gilgameš, het nationale gedicht van de Babyloniërs.

Over die Humbaba valt meer te vertellen. Hij bewaakte in het Libanongebergte de ceders der goden, maar had de pech dat Gilgameš en zijn vriend Enkidu hout nodig hadden. Een epische strijd volgde, waarin Gilgameš vrij onverwacht de steun kreeg van de zonnegod Šamaš, die door het sturen van allerlei stormwinden Humbaba zó verlamde dat deze een makkelijk doelwit vormde voor de wapens van Gilgameš.

Lees verder “Epische strijd in de Bekaavallei”