Het ontstaan van de islam (2)

Zoals ik al aangaf, meende ik dat het onderzoek naar de historische Mohammed een doodlopende weg was. Aan de ene kant is veel van de kritiek op de gerationaliseerde legende die moest doorgaan voor een wetenschappelijk beeld, volledig terecht: de bronnen zijn inderdaad laat, de aanwezigheid van christelijke soldaten in de islamitische legers schreeuwt om een verklaring, en de overlevering van de Koran is – zonder wetenschappelijke uitgave – onduidelijk.

Tegelijk zijn de voorgestelde alternatieven nog erger dan de kwaal, en helpt het ook al niet dat sommige arabisten vooral politiek bedrijven. (In het tweede deel van De historische Mohammed schiet Hans Jansen bijvoorbeeld over zijn doel.) Ik meende daarom dat we niet langer konden achterhalen wat er echt is gebeurd in Mekka en Medina in de eerste helft van de zevende eeuw.

Ik was echter te somber, zo heb ik ontdekt. Ik las zojuist Fred Donners vrij recente boek Muhammad and the Believers, dat we mogen beschouwen als het equivalent van E.P. Sanders’ The Historical Figure of Jesus: een no-nonsense boek over een religieuze vernieuwer dat, zelfs als niet elke geleerde het met elk aspect eens zal zijn, een gerespecteerde basis wordt voor verdere discussie. Ik ben onder de indruk van Donners boek.

Mohammed zou, zo lees ik, er niet op uit zijn geweest een nieuwe religie te scheppen. Hij was een radicale monotheïst, die in zijn gezelschap elke jood, christen of Arabier die in één God geloofde wilde opnemen. Aan deze oecumenische consensus voegden de gelovigen enkele eigen geloofsstandpunten toe, maar het voornaamste punt was toch het geloof in het einde der tijden, dat nabij zou zijn en dat alleen door gelovigen zou worden overleefd. Ze wilden de mensheid voorbereiden op het Laatste Oordeel, waarbij samenwerking tussen rechtgeaarde monotheïsten de kern van de zaak vormde.

Het was pas veel later, in de vroege achtste eeuw, dat de moslims zich begonnen te beschouwen als een aparte religie. Een van de redenen was dat de gelovigen begonnen te begrijpen dat hun ideeën onverenigbaar waren met het triniteitsdogma van de christenen. Een andere factor, minstens even belangrijk, was de ontdekking dat niet alle volken de Koran zouden aanvaarden als belangrijkste openbaring en Mohammed als het zegel der profeten. Hieraan kan het einde van de islamitische expansie hebben bijgedragen: de verovering van Oezbekistan was moeizaam geweest en een crisis in Andalusië maakte verdere expansie in Europa onwaarschijnlijk. Het is geen punt waarop Donner lang ingaat.

Hij vertelt zijn verhaal goed. Ik vond het echt een fijn boek, niet alleen omdat de algemene these me niet onaannemelijk toeschijnt, maar ook omdat Donner en passant tal van interessante observaties biedt. Zo merkt hij bij zijn behandeling van de grote veroveringen op dat diplomatie vermoedelijk een grotere rol speelde dan we uit onze bronnen kunnen afleiden. Hij kan gelijk hebben: misschien zijn de veldslagen inderdaad de gewelddadige onderbrekingen van een meestal vreedzaam proces van bekering tot een oecumenische vernieuwing. Archeologen hebben in elk geval vastgesteld dat de Byzantijns-Sassanidische Oorlog van 602-628 de oorzaak is van de enorme verwoestingen en de crisis van het stedelijk leven, die vroeger aan de opkomst van de islam werden toegeschreven. Ik kan me goed voorstellen dat de kaalslag van die oorlog de ideale voedingsbodem was voor de combinatie van egalitarisme, monotheïsme en apocalyptiek: ze moet voor de overlevenden, die woedend moeten zijn geweest op de Byzantijnse en Sassanidische elites, onweerstaanbaar aantrekkelijk zijn geweest..

Apocalyptische ideeën waren, zoals Donner meldt, nog actueel aan het einde van de zevende eeuw, en ik denk dat hij gelijk heeft als hij schrijft dat de Rotskoepel in Jeruzalem, waarvan niemand weet waarom hij is gebouwd, diende als

the locale in which [Caliph] ‘Abd al-Malik (or one of his successors), as leaders of the righteous and God-fearing empire of the Believers, would hand over to God the symbols of sovereignty at the moment the Judgment was to begin.

Het idee dat de gelovigen van oorsprong oecumenische monotheïsten waren die geloofden dat het Laatste Oordeel aanstaande was, is simpel. Misschien te simpel, maar terwijl ik dit boek las, vroeg ik me af waarom niemand dit eerder heeft bedacht. Nu Muhammad and the Believers er ligt, vind ik het moeilijk er anders over te denken. Het verklaart bijvoorbeeld waarom zoveel christelijke soldaten vochten in de Arabische legers en waarom in 800 nog een zoroastriaan kon werken als belastinginner in het noorden van Mesopotamië. Voorlopig ken ik geen beter boek dan dat van Donner.

Fred M. Donner, Muhammad and the Believers at the Origins of Islam (2010)

Een gedachte over “Het ontstaan van de islam (2)

  1. MNb

    Wat ik mis in deze recensie – wat nog niets zegt over het boek – is de verdeeldheid van het christendom, ook binnen het Byzantijnse Rijk. Grote delen van de bevolking waren niet orthodox. Dat zal wellicht bijgedragen hebben aan het aantal christelijke soldaten in de Arabische legers. Zij hadden wellicht alle reden daartoe, maar geen reden om de Arabieren te vrezen.
    Zoals u elders al hebt vastgesteld is de animositeit tussen christenen en moslims van latere datum.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s