
De laatste cartoon die Bill Watterson maakte zegt het beter dan ik ooit zou kunnen. Ik wens u een fijn nieuw jaar, met veel Deventerstraten.
nieuwjaar

De laatste cartoon die Bill Watterson maakte zegt het beter dan ik ooit zou kunnen. Ik wens u een fijn nieuw jaar, met veel Deventerstraten.

Wie nog gewend is om gedrukte kalenders of agenda’s te raadplegen, zal deze na de jaarwisseling inmiddels hebben vervangen met een exemplaar waarop het jaar 2025 prijkt. Weinigen zullen zich afvragen waarom dit altijd meteen na 1 januari plaatsvindt, maar eigenlijk is het niet zo vanzelfsprekend. In de Oud-Romeinse kalender, waar onze huidige kalender immers van is afgeleid, was januari niet de eerste maar de één-na-laatste maand.
In de kalender die tijdens de Romeinse Republiek werd gehanteerd, begon het jaar om en nabij de lentenachtevening (equinox) met de maand Martius (vernoemd naar Mars) met vervolgens Aprilis (mogelijk vernoemd naar Apru, de Etruskische naam van Aphrodite), Maius (vernoemd naar Maia), Junius (vernoemd naar Juno), Quintilis (vijfde maand, later Julius genoemd), Sextilis (zesde maand, later Augustus genoemd), September (zevende maand), October (achtste maand), November (negende maand), December (tiende maand), Ianuarius (vernoemd naar Janus) en tenslotte Februarius (vernoemd naar de Februa, waarna soms een korte schrikkelmaand (mensis intercalaris) werd ingevoegd om het jaar in de pas met de seizoenen te houden).

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.
In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Ik had bij de vragen rond de jaarwisseling een stuk beloofd over de Babylonische sterrenkunde. Dat moest er toch eens van komen. Dus waarom niet vandaag? Ik denk dat we moeten beginnen met een citaat uit de Geografie van de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Strabon, die een beschrijving geeft van de astronomen van Babylonië. Hij noemt hen Chaldeeën, wat eigenlijk, zoals Strabon ook aangeeft, de naam is van een bevolkingsgroep.
In Babylon is de verblijfplaats van de lokale filosofen. De Chaldeeën, zoals ze worden genoemd, houden zich voornamelijk bezig met astronomie, maar sommigen van hen, die door de anderen niet helemaal serieus worden genomen, beweren horoscopen te kunnen opstellen. (Er is ook een stam van de Chaldeeën, en een gebied dat door hen wordt bewoond, in de buurt van de Arabieren en van de zogeheten Perzische Golf.) Er zijn ook verschillende groepen Chaldese astronomen. Zo worden sommigen de Orcheni genoemd [die van Uruk], anderen de Borsippeni [die van Borsippa], en zo zijn er nog verschillende groepen met verschillende namen, alsof ze zijn verdeeld in verschillende sekten met verschillende dogma’s over dezelfde onderwerpen. De wiskundigen vermelden enkele namen van deze mannen, zoals Kidenas, Naburianus en Sudines.

Het was een herfstige dag, een tikje druilerig en koud, dus toen ik in een plaats kwam waar een restaurantje Da Antonio coffee to go schonk, stapte ik even af. “Maximaal drie klanten”, stond er op de ruit en omdat ik drie mensen zag staan, bleef ik buiten wachten. De man achter de bar gebaarde me echter dat ik binnen kon komen en eenmaal daar begreep ik waarom: twee van de aanwezigen waren zijn familie en stonden in een apart deel van de winkel waar de klanten niet konden komen. Ze bespraken wat familiezaken – in het Italiaans.
Op straat bedacht ik dat ik het leuk had gevonden die taal weer eens te horen en mijn gedachten dwaalden af naar de vraag waarom het Italiaans van deze mensen zo prettig was geweest om naar te luisteren, terwijl ik de klinkerrijke taal doorgaans ervaar als geschetter. Uit dat gepeins werd ik wakker toen ik me realiseerde dat de koffie verdraaid goed smaakte. Kortom, ik was even volmaakt gelukkig. Een moment om te koesteren.

Van alle kunstwerken uit Persepolis, de hoofdstad van het oude Perzische wereldrijk, zijn de reliëfs bij de trappen van de troonzaal de meest indrukwekkende. Het monument bestaat uit drie delen. Aan de rechterzijde staan Perzische hovelingen, van de linkerzijde komen vertegenwoordigers van de verschillende provincies aanlopen, en in het midden bevond zich ooit een afbeelding van koning Darius, gezeten op een troon van lapis lazuli. Dit deel is al in de Oudheid verwijderd en begraven, maar archeologen hebben het teruggevonden en even verderop opgesteld.
Het geheel stelt mogelijk de viering voor van het Iraanse nieuwjaar, Now Ruz (tegenwoordig rond 20 maart), vijfentwintig eeuwen geleden. In het centrum bevond zich, in meer dan één betekenis, de grote koning. Achter hem staan kroonprins Xerxes, een belangrijke religieuze leider, de koninklijke wapendrager Gobryas en twee schildwachten. De man die van rechts komt aanlopen is Farnakes, het hoofd van de hofhouding en de kanselarij. Hij kondigt het begin van het defilé aan.

[Een gastbijdrage van mijn goede vriendin Shirin Ramezani, die, zoals u al vermoedde, afkomstig is uit Iran. Ze woont sinds zeven maanden in Nederland.]
Gisteren ben ik bij een Iraanse supermarkt in Amsterdam geweest om de spullen te kopen voor Haft Sin. Ik heb het daar nog nooit zo druk meegemaakt. Nowruz, nieuwjaar, is voor Iraniërs een belangrijke traditie. Ik zal er iets over vertellen.
Nowruz (“nieuwe dag”) is de naam van de eerste dag van de lente en de eerste dag van de Iraanse kalender. Het is de tijd waarin alle mensen nieuwe kleding aantrekken en bij elkaar op bezoek gaan. Bij elke bezoek krijg je cadeautjes, lekkere hapjes, snoepjes en nootjes.

Over een paar dagen begint de lente. In Iran en enkele omringende landen is dat ook het begin van het nieuwe jaar. De gebruiken bij “Now Ruz” variëren van streek tot streek, maar meestal stelt men in elk geval een tafel op met zeven gelukbrengende voorwerpen waarvan de naam begint met een s, en wisselt men cadeautjes uit. Een vriendin van me zal er binnenkort op deze plaats over schrijven.
Iraniërs denken graag dat het feest al vele eeuwen oud is en dat is zeker niet uitgesloten. In elk geval werd het begin van de lente al heel lang geleden gevierd en waren antieke astronomen erop gebrand een kalender te ontwikkelen waarin de twaalf of dertien manen zó in een zonnejaar werden geplaatst dat het begin van het kalenderjaar zo dicht mogelijk bij het begin van de lente werd geplaatst. Ik blogde er al eerder over.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.