
Zomaar eens een vraag die ik binnen kreeg: waarom vluchtten Jozef en Maria, toen ze hadden vernomen dat koning Herodes kwaad in zijn zin had voor de pasgeboren Jezus (en alle andere kinderen in Bethlehem), eigenlijk naar Egypte? Als je in Bethlehem bent, zijn er toch makkelijker bereikbare plekken om je aan het koninklijk gezag te onttrekken?
Daar had ik eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan. En ik kan drie antwoorden verzinnen. Het eerste neemt het verhaal van de evangelist Matteüs zoals het is: omdat een engel verscheen aan Jozef, en omdat die engel zei “Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte”.noot Dit antwoord zal voor een moderne lezer, die niet zoveel waarde hecht aan verschijnende engelen, niet zo heel bevredigend zijn.
Antwoord twee dus maar. Waar zouden Maria en Jozef vanuit Bethlehem eigenlijk heen kunnen? Het dichtstbijzijnde buitenland was het koninkrijk van de Nabateeërs, en er zijn maar twee wegen. De noordelijke weg zou Jozef en Maria eerst naar Jeruzalem hebben gebracht, daarvandaan over de Jordaan, en dan verder richting Chesbon. Aangezien de kindermoordenaars vanuit Jeruzalem op weg waren naar Bethlehem, zouden Maria en Jozef hen dus tegemoet zijn gereisd. Geen veilige richting dus. Dat geldt ook voor uitwijken naar de Dekapolis: ook dan moest je via Jeruzalem. De zuidelijke weg leidde via Hebron, waar Herodes een garnizoen had, vervolgens onder de Dode Zee langs, en dan over de bergen. Niet echt makkelijk, en je kwam dus soldaten tegen.
Wat resteert is de weg naar het westen, richting Egypte: een Romeinse provincie. Ook niet makkelijk, want je moet door de Sinaï, maar er was weinig kans op ontmoetingen met soldaten. Bovendien woonden er Joden en was er in Leontopolis een joodse tempel. De Koptische kerk wijst in Matareya, twintig kilometer vanaf Leontopolis, een plek aan waar de heilige familie zou hebben gerust. Tot slot: er vluchtten wel vaker Joden die kant op, zoals de laatste sicariërs.
Dit tweede antwoord veronderstelt dat de Maria en Jozef, toen Herodes de kindermoord beraamde, werkelijk naar Egypte zijn gegaan. Dat valt niet helemaal uit te sluiten, maar zelf ben ik daar niet zo van overtuigd. Het punt is welbekend: Jezus kwam uit Nazaret maar de messias behoorde te komen uit Bethlehem. De evangelist Lukas lost het op door Jozef en Maria wegens een volkstelling van Nazaret naar Bethlehem te laten gaan, waar een baby wordt geboren. Dit verhaal is vreemd, want geen Romeinse magistraat heeft ooit aan zijn onderdanen gevraagd zich te registreren op een andere plek dan waar ze woonden. Bij Matteüs is het echtpaar altijd al in Bethlehem, is Jezus al een kleuter, en vestigt de familie zich na een omweg via Egypte in Nazaret.
Dit verhaal is ook vreemd, maar op een andere manier: het is een weefsel van een stuk of zeven citaten: voorspellingen die volgens Matteüs in vervulling zijn gegaan. De kindermoord moet de lezer doen denken aan Exodus 1.16: “Als het een jongen is, moet u hem doden”. Matteüs citeert Jeremia 31.15, over bitter geween dat klinkt uit Rama. En tot slot Hosea 11.1: “uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.”. Dat gaat weliswaar niet over de zoon van God, maar aan precies citeren deed men destijds nog niet. Mijn derde antwoord is dus: de vlucht naar Egypte vond plaats omdat Hosea zoiets had voorspeld, en voor Matteüs sprak het vanzelf dat zo’n voorspelling in vervulling was gegaan.
Zelfde tijdvak
Vergeten aannames: de Drususgrachtenoktober 3, 2022
Het meisje van Vulcifebruari 12, 2022
Betekenisloos mooimaart 29, 2016

“tot slot Hosea 11.1: “uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.”. Dat gaat weliswaar niet over de zoon van God,”
Hosea spreekt (het volk) Israël wel degelijk aan als ‘zoon van God’. Maar dat is inderdaad niet wat de kerk van dat beeld gemaakt heeft, nl. een vergoddelijkte mens. Wat dus niet de bedoeling geweest kan zijn.
De MIDRASJ, een Joodse wijze van leren
een artikel van drs. Kees de Vreugd gepubliceerd in het blad ‘Israël Aktueel’ van januari 2017
“Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen” (Hosea 11:1)
De evangelist Mattheüs citeert deze tekst uit de profeten om de betekenis van Jezus’ vlucht naar Egypte te duiden (Mattheüs 2:13-15). De profeet Hosea spreekt natuurlijk over het volk Israël. Hoe kan Mattheüs dit woord dan op Jezus betrekken?
Wat Mattheüs doet is een voorbeeld van hoe het Nieuwe Testament en latere Joodse uitleggers de Hebreeuwse Bijbel uitleggen en toepassen. Dat uitleggen wordt in het Hebreeuws midrasj genoemd.
Het woord midrasj komt van een werkwoord dat oorspronkelijk ‘nauwkeurig onderzoeken’ betekent. In het Oude Testament komt het woordje midrasj een paar keer voor, en daar betekent het zoiets als ‘verslag’. Later krijgt het de betekenis van ‘uitleg’, en wordt het ook de aanduiding voor een literair genre: een specifieke vorm van Bijbelcommentaar, waarbij een Bijbelboek vers voor vers wordt uitgelegd, volgens bepaalde principes van interpretatie.
Preken
De klassieke midrasj is in de praktijk ontstaan. De darsjan (de voorganger die de dienst leidde), hield in de synagoge een preek naar aanleiding van de Thoralezing die aan de orde was. Veel van dergelijke preken zijn verzameld en gerangschikt tot een doorlopend commentaar. Zo ontstonden klassieke midrasjwerken als de Midrasj Rabba (letterlijk: grote midrasj), een verzameling commentaren op de vijf boeken van Mozes en de vijf ‘feestrollen’. Er worden twee typen van midrasj onderscheiden.
1 De halachische midrasj. Deze is vooral gericht op exegetische onderbouwing van de halacha, de regels voor het Joodse leven.
2 De aggadische midrasj. Deze gaat over de aggada, de uitleg van verhalende teksten.
Zeventig betekenissen
Hoe ging zo’n darsjan (een prediker) te werk? Vaak zocht hij een aanknopingspunt in een tekst uit de Profeten of de Geschriften, die hij dan verbond met een vers uit de Thora om er zo een geestelijke of morele les uit te trekken voor zijn hoorders. De tekst wordt betrokken op personen of gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël.
De oorspronkelijke, eenvoudige betekenis van de tekst komt zo in een nieuw licht te staan, en zo ontstaat er eigenlijk een nieuwe betekenis. Elke tekst heeft volgens de midrasj zeventig betekenissen. Het ontdekken van al die betekenislagen in de tekst, dat is eigenlijk midrasj.
PaRDeS
Eigenlijk doet Matteüs dat ook. We hebben de eenvoudige, voor de hand liggende betekenis van de tekst uit Hosea. Maar Matteüs ziet wat er met Jezus gebeurt terug in de geschiedenis van Israël. En zo boort hij een nieuwe betekenislaag aan in de tekst van Hosea.
Die eenvoudige, voor de hand liggende betekenis heet in het Hebreeuws pesjat.
De nieuwe betekenislaag, waar de oude tekst in een heel andere situatie ineens nieuw en actueel blijkt te zijn, heet derasj.
Daarnaast kent de midrasj nog een derde en een vierde laag: de remez (allegorie, zinspeling op personen of gebeurtenissen, bijvoorbeeld d.m.v. getalswaarden) en de sod (de mystieke betekenis).
De eerste letters van die woorden vormen het woord pardes, dat boomgaard betekent (vgl. ons woord paradijs). Het is ontleend aan het oud-Perzische woord voor park. De Bijbeltekst is als het ware een tuin, waarin je de vruchten plukt die op dat moment rijp zijn om geplukt te worden.
Kun je dan alle kanten uit met een willekeurige tekst? Zo lijkt het soms. Maar altijd blijft de eenvoudige betekenis vooropgaan. Het verband met de eenvoudige betekenis behoedt voor willekeur.
Dat moeten we trouwens ook steeds bedenken als in het Nieuwe Testament teksten uit het Oude Testament worden geciteerd: hoe is de geactualiseerde betekenis verbonden aan de eenvoudige betekenis? Het Nieuwe Testament laat zich lezen als een levende uitleg van het Oude.
#
Verklaring drie lijkt mij de juiste. De vlucht naar Egypte en het onderzoek naar welke route of alternatief is daarmee net zo waarheidsgetrouw respectievelijk historisch zinledig als het verhaal van en onderzoek naar de ster van Bethlehem.
Literair is het niet zinledig, want ook de zaken die je verzint, moeten op zijn minst realistisch zijn in het verzonnen universum of mogelijk lijken in het bestaande universum. Dat betekent dat een verzonnen hemelteken of een vluchtweg omwille van een koninklijke dreiging aan de toehoorders plausibel moeten lijken.
Het is, denk ik, verhelderend om in te zien dat Matthëus Jezus graag duidt als ‘de nieuwe Mozes’ (dus als de nieuwe wetgever, die zijn volk naar het Beloofde Land leidt), en dat hij erg z’n best doet om die visie te illustreren. De parallellie tussen de Egyptische Farao (die kindjes liet doden) en Herodes (idem) is inderdaad evident, en ook dat zowel Mozes als Jezus wisten daaraan te ontsnappen. Mattheüs laat Jezus naar Egypte ontkomen, Mozes gaat precies de omgekeerde route. Ik laat de overige overeenkomsten voor nu wat ze zijn, maar houd het erop, dat Mattheüs’ streven Jezus als de nieuwe Mozes voor te stellen ten grondslag ligt aan het verhaal over de vlucht naar Egypte. En uiteraard vindt Mattheüs in het Oude Testament allerlei teksten waarmee hij zijn visie kan “bewijzen”.
Het derde antwoord in deze blog van JL is overbodig, bedenkend dat het hele volk uit Egypte kwam en egyptische normen en waarden met zich meenam, zoals o.a. blijkt uit het boek Genesis.
https://www.academia.edu/39963834/Context_and_Contextualization_of_Ancient_Israelite_Creation_Theology_Genesis_1_1_2_3_in_the_Light_of_Ancient_Egyptian_Creation_Myths
Het in dit artikel genoemde boek van Viktor Notter uit 1974 maakte dit reeds duidelijk.
Dat Jezus, als een tweede Mozes, dus ook uit Egypte kwam, is, met deze kennis, vanzelfsprekend.
Overigens was de weg door de Sinaï, langs de kust over de ‘Horusweg’ niet moeilijk.
In 1971 zag ik in Cairo een kerkje aan de oever van de Nijl met een handafdruk in de muur. Die hand was van de vermoeide Maria, die tegen de muur had geleund toen ze na de vlucht met de pont over Nijl was gekomen. Als dat geen bewijs is! Later heb ik nog eens naar dat kerkje gezocht, maar ik vond het niet meer. Mogelijk is het ten offer gevallen aan de bouw van een autosnelweg.
Overigens heeft volgens Koptische gelovigen de Heilige Familie een tournee door heel Egypte gemaakt. Daar zijn routebeschrijvingen van.