Een Koptische legende

Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

Lees verder “Een Koptische legende”

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus”

Het koptische alfabet

Koptische schrijfoefening (klik=groot; Ägyptisches Museum, Leipzig)

De Kopten zijn, simpel gezegd, de christenen van Egypte. Ook al is hun land sinds de zevende eeuw geïslamiseerd, ze houden vast aan de laat-Romeinse godsdienst, waaraan ze sinds het Concilie van Chalkedon (in 451) een eigen draai hebben gegeven: het zijn monofysieten. De Kopten hielden ook eeuwenlang vast aan een oude taal, die afstamde van het Egyptisch van de farao’s. Toen de Grieken ten tijde van Alexander de Grote de macht in Egypte overnamen, namen de bewoners van dat land het Griekse alfabet over, maar ze pasten het aan hun eigen taal aan. Hierboven ziet u een schrijfoefening uit de zevende eeuw na Chr., die ik vorig jaar fotografeerde in het Ägyptisches Museum van de Universiteit van Leipzig. (Dat is overigens op een boogscheut van de plek waar begin vorige maand twee doden vielen toen iemand met een auto inreed op mensen in een winkelstraat.)

Doordat het hout in de loop der eeuwen donker is geworden, is de tekst wat moeilijk leesbaar, maar als u Grieks kunt lezen, herkent u met enige moeite de karakters wel in de eerste kolommen. De laatste kolom bestaat uit tekens die het Koptische alfabet heeft ontleend aan het demotisch, een van de oud-Egyptische schriftsoorten. Deze tekens geven enkele klanken weer die in het Grieks niet bestonden en in het laat-oud-Egyptisch wel. Van boven naar beneden gaat het om de š, een soort f, de h, de j en een keiharde g.

Lees verder “Het koptische alfabet”

Cornelis de Bruijn (4) Egypte

Cornelis de Bruijn, Alexandrië

Dit is het vierde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Egypte

Kunstenaars maakten een grand tour naar Italië: dat was niet bijzonder. Kooplieden voeren weleens naar les échelles du Levant: Smyrna, Constantinopel of de havens van wat nu Libanon heet. En er waren pelgrims in het Heilige Land. Maar slechts weinig mensen uit de Lage Landen kenden Egypte.

Hoewel Cornelis de Bruijn niet de eerste Hollander was die Ottomaans Egypte bezocht, besefte hij hoe bijzonder zijn verblijf was. Vanaf dit punt wordt Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië gedetailleerder en biedt De Bruijn informatie die nieuw en nuttig was voor de geleerden van zijn tijd (en onze eigen tijd). En de geleerden hadden het geluk dat De Bruijn een professioneel tekenaar was: hoewel de gravures uit zijn boek niet de allermooiste zijn, bevatten ze veel informatie en waren ze beter dan alles wat eind zeventiende eeuw in Europa bekend was.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (4) Egypte”

Mummieportretten in Amsterdam

Mummieportret uit Luxor (Louvre, Parijs)

Henry Salt was van 1815 tot 1827 de Britse consul-generaal in Egypte. Hij is ook een vrijwel vergeten geleerde, maar niet de onbelangrijkste. Toen Champollion in 1822 het systeem van de hiërogliefen had begrepen en erover had gepubliceerd, paste Salt het ontdekte principe toe op enkele nog niet in Europa bekende inscripties. Omdat hij een betekenisvolle tekst kon reconstrueren, was er een argument dat Champollion het bij het rechte eind had. Salt deed ook een andere ontdekking: in 1826 verwierf hij in Luxor het bovenstaande mummieportret, dat sindsdien behoort tot de collectie van het Louvre. Het was een van de eerste mummieportretten in een Europese collectie – en het trok destijds niet veel aandacht.

Dat veranderde in 1887, toen de Franse arts Daniel-Marie Fouquet twee soortgelijke portretten aantrof in een (al geplunderde) grot in de Fayyum: de regio rond een groot meer ten zuidwesten van Cairo. Sindsdien noemde men deze op hout aangebrachte schilderingen “Fayyumportretten”.

Lees verder “Mummieportretten in Amsterdam”

De vogel Feniks

Een feniks uit Dafne bij Antiochië (Louvre, Parijs)

Er is een apothekenketen die zich Benu noemt, naar een vogel uit de Egyptische mythologie: de blauwe reiger ofwel bennu. Het schijnt dat deze vogel, in de tijd voordat de bouw van de Aswandam een einde maakte aan de jaarlijkse overstroming van de Nijl, weleens uitrustte op hoge plekken en dat het dan leek alsof de zon zweefde over het gewassen water. Daarom associeerden de oude Egyptenaren deze vogel met de zonnegod Ra: de bennu zou de ziel zijn van de godheid. Het dier werd vooral vereerd in Heliopolis (“zonnestad”), iets ten noorden van het huidige Caïro.

Volgens de Heliopolitaanse mythe was de bennu ontstaan uit een vuur dat brandde op de heilige isjed-boom bij de Ra-tempel. Het dier rustte vervolgens op de zuil die bekendstond als de benben-steen en gold als de heiligste plek op aarde. Een andere mythe bracht de beroemde vogel in verband met Osiris, die ooit zichzelf had vernieuwd. De bennu zou volgens deze lezing zijn voortgekomen uit het hart van de god.

Lees verder “De vogel Feniks”

De Kopten (2)

Het witte klooster in Sohag

Vandaag ga ik verder met mijn verhaal over de Kopten; het eerste deel was hier. Ik heb het vooral over de christenen van laatantiek en vroegmiddeleeuws Egypte, maar er zijn natuurlijk nog altijd Kopten.

Christendom

Het christendom is vrij vroeg aangekomen in Egypte, maar hoe dat is gebeurd, is een van de grootste raadsels uit de oudheidkunde. We hebben geen idee. Dat de evangelist Marcus de eerste bisschop van Alexandrië zou zijn geweest, is een verzinsel. (Het roept wel de vraag op wie er begraven ligt in de San Marco in Venetië.)

Lees verder “De Kopten (2)”

De Kopten (1)

Reliëf uit Oxyrhynchos, vijfde eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Hé, heb ik nog nooit geblogd over de Kopten? Heb ik echt nog nooit geschreven over die fascinerende laatantieke beschaving? Daar moet rap verandering in komen. Eerst maar eens een woord over de wijze waarop ze in West-Europa in beeld zijn gekomen. Helaas niet om wie ze zelf waren, maar om iets dat voor Europeanen interessant was (zoals ook ik vooral over ze schrijf omdat ze relevant zijn voor mijn blog). Daarna hebben we het over zaken als hun taal en literatuur. Morgen behandel ik dan het christendom, de kunst en de wijze waarop ze zijn gemarginaliseerd.

Ontdekking

De Kopten zijn natuurlijk altijd bekend geweest. Het zijn de christenen van het gebied langs de Nijl. In de vijfde eeuw scheidden hun wegen van die van de aanhangers van de Romeinse staatskerk en sindsdien beschouwden Europeanen de Kopten als afgedwaalden. Dat ze Arabisch gingen spreken, zal weinig hebben bijgedragen aan het begrip, want met die taal leken de Kopten op moslims. Hun liturgische taal, die we Koptisch noemen, was echter een voortzetting van het oud-Egyptisch. En dat maakte de Kopten vanaf de achttiende eeuw ineens interessant. Jean-François Champollion zou rond 1822 het Koptisch gebruiken als sleutel bij de ontcijfering van de hiërogliefen en het Egyptisch van de farao’s.

Lees verder “De Kopten (1)”

Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus

Een christelijke vrouw op een vierde-eeuwse Koptische grafsteen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Na de dood van Jezus beriepen diverse groepen zich op zijn leer. Ze legden verschillende accenten. Eén groep concentreerde zich op Jezus’ uitleg van de Wet van Mozes. In deze joods gebleven groep christenen lijkt de tekst ontstaan die bekendstaat als de Didache; hier circuleerden ook eigen evangeliën, waarvan wat zinnetjes over zijn. Deze groep lijkt Jakobus de Rechtvaardige in ere te hebben gehouden, Jezus’ in 62 geëxecuteerde broer. Zijn executie leidde tot een storm van protest onder de joodse leiders en de afzetting van de hogepriester. Dat bewijst dat Jakobus en zijn volgelingen golden als gewone joden.

Er waren meer groepen. Paulus haalde niet-joden bij het Verbondsvolk. Hier lag het accent op aanvaarding van Jezus als verlosser. De groep rond “de leerling die Jezus lief had” lijkt een vrij traumatische breuk te hebben gehad met andere joodse groepen. Hier was het accent gelegd op een platoonse uitleg van de relatie tussen hemel en aarde. We lezen over een Apollos, die ook aanhangers had. Weer iemand anders (we weten niet wie) vond leerlingen in Egypte, waar al snel een wonderlijke rijkdom aan nieuwe ideeën ontstond. Al deze groepen communiceerden met elkaar – om niet te zeggen dat ze ruzieden. Petrus zou op een of andere manier erkend zijn geweest als leider, maar ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat de brieven Paulus ruzie met Petrus documenteren.

Lees verder “Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus”

Nilometer

Koptisch textiel met nilometer (Louvre, Parijs)

Egypte kende rustiger, minder bewogen tijden dan de vroege zevende eeuw na Chr. Er waren religieuze twisten over de naturen van Christus, waarover u het boek van Hulspas maar moet lezen; er waren echo-epidemieën van de grote Pest van een halve eeuw daarvoor; de Perzen veroverden het gebied; de Byzantijnen heroverden het; de Byzantijnse overheid probeerde haar uitleg van de christelijke tweenaturenleer op te leggen aan de Koptische bevolking; en toen de Arabieren kwamen met hun variant op het monotheïsme, onthaalden de Egyptenaren hen als bevrijders. En te midden van deze verwarring maakte iemand uit het stadje Antinoë het hierboven afgebeelde textiel. Volkomen traditioneel.

Bovenaan rechts ziet u de riviergod Nijl. Zoals alle riviergoden heeft hij een ontbloot bovenlijf, een baard en een cornucopia (hoorn des overvloeds). Hij heeft een gemalin, Euthenia, de personificatie van de overvloed, linksboven. In zekere zin het spiegelbeeld van de godheid zelf. Het oogt heel Grieks-Romeins, wat dit plaatst in een traditie van een slordig millennium, maar daar mag je in Egypte nog een millennium of twee toevoegen, want de Nijl werd vanouds dubbel en in spiegelbeeld afgebeeld. In het type afbeelding dat bekendstaat als sema tawy leggen twee Nijlgoden een knoop in een papyrusplant en verenigen zo de beide Egyptes. In Egypte waren dingen eigenlijk pas af als ze in tweevoud waren.

Lees verder “Nilometer”