
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Nederlandssprekende provincies.]
Ezinge
Laten we er geen doekjes om winden: bovenstaande voorwerpjes zijn visueel niet heel aantrekkelijk. Het zijn weefgewichtjes, die in een weefgetouw onderaan de scheringen hingen. Archeologen moeten er tienduizenden hebben opgegraven, want het maken van textiel is natuurlijk iets van alle oude beschavingen. Ik heb eens ergens gelezen dat mensen al in het Paleolithicum plantenstengels vlochten, dat men in het Neolithicum draden leerde spinnen en dat de eerste weefgetouwen zo rond 5000 v.Chr. zijn gebouwd. Of dat klopt, laat ik in het midden; waar het om gaat is dat de weefgewichtjes uit Ezinge volkomen normaal waren.
Je zou dat echter niet hebben verwacht als je de antieke bronnen leest. Ik heb wel vaker verwezen naar de beschrijving die de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere geeft van het leven op de terpen en wierden. De man had die woonheuvels gezien en wist waar hij het over had, maar hij meende dat de bewoners maar een primitief leven leidden: een “armzalig en meelijwekkend volk”, zoals hij ze typeerde. Ze leefden van visserij en zouden geen vee hebben gehouden. Van akkerbouw zou helemaal geen sprake zijn geweest.
Maar zo primitief, armzalig of meelijwekkend waren deze mensen niet. Dat bewijzen de weefgewichten: de bewoners van de terpen en wierden kenden vlas om linnen van te maken en hielden schapen voor de wol. Het waren echt geen in dierenhuiden gehulde, besnorde woestelingen die hun vrouwen verdobbelden.
En zo bezien zijn die onooglijke weefgewichtjes interessant. Archeologische vondsten als deze helpen ons de informatie uit onze bronnen corrigeren. Je kunt geschreven teksten uit de Oudheid nou eenmaal niet begrijpen als je niet iets weet van archeologie, zoals archeologische interpretatie gedoemd is te mislukken zolang je onvoldoende weet van tekstuitleg. Ik constateer wel vaker dat alleen allrounders zinvolle bijdragen kunnen leveren aan onze kennis van de oude wereld, en ik herhaal die constatering nog maar eens. Het is de jubileumdag van deze blog, dus u zult het me niet euvel duiden dat ik iets herhaal dat ik heel, heel erg belangrijk vind.
[Dit was het 536e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]
Zelfde tijdvak
De dwaas van Gerasaapril 3, 2014
Wie schreef de Brief van Jakobus?oktober 26, 2025
Messias (1)november 29, 2020

“u zult het me niet euvel duiden”
Je kunt dit niet vaak genoeg herhalen. Het is alweer een tijdje geleden, dus daar ga ik weer. Oudheidkundigen, archeologen en classici die van elkaar niet weten wat ze doen zijn net theoretisch en experimenteel natuurkundigen die elkaars onderzoek negeren. Zulke natuurkundigen bestaan niet of nauwelijks.