
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Nederlandssprekende provincies.]
Tolsum
Dat had ik niet verwacht: dat ik nog nooit heb geblogd over het Schrijfplankje van Tolsum, hoewel dat toch een van de bekendste voorwerpen is uit de archeologie van de Romeinse Lage Landen. Simpel samengevat: het is zo’n wastafeltje, waarop de Romeinen met een stilus (zeg maar een satéstokje) dingen noteerden. Als iemand hard drukte, raakte hij het hout onder het laagje was en die krassen zijn nog leesbaar.
De eerste oudheidkundige die er naar keek was Wilhelm Vollgraff (de man die Utrecht zijn Romeinse verleden teruggaf); in 1917 meende hij dat het ging om het pachtcontract voor een koe. De technieken zijn sindsdien verbeterd en in 2009 haalde de Nederlandse papyroloog Klaas Worp er een team uit Oxford bij, en de huidige interpretatie (meer; €) is dat het gaat om een op 23 februari 29 n.Chr. overeengekomen afspraak over de aflossing van een lening, te voldoen aan de slaaf Carus.
Dit zou kunnen betekenen dat een slaaf óf persoonlijke bezittingen had waarover hij zelfstandig kan beslissen óf het vertrouwen van zijn meester zo volledig had dat hij zelfstandig een lening kon verstrekken. In dat laatste geval biedt de parabel van de “onrechtvaardige rentmeester”,noot die eveneens beschikte over andermans geld, een interessante en tot op het jaar nauwkeurige parallel uit een totaal andere hoek in de Romeinse wereld.
Er zijn nog twee observaties te doen. Eén: dit voorwerpje is gevonden in Tolsum (halverwege Franeker en Bolsward). Het is zeker niet uitgesloten dat volgens het Romeins Recht opgestelde contracten ook daar geldig waren, maar het kan natuurlijk ook zijn dat schrijfplankje daar bij toeval is beland en dat Carus, woonachtig in pakweg Maastricht, zich wekenlang heeft afgevraagd waar die schuldbekentenis toch kon zijn gebleven.
Twee: volgens de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus kwamen in 28 na Chr. de Friezen in opstand. Aannemend
- dat die datering klopt (en dat is maar de vraag, want boek 4 van Tacitus’ Annalen is gecomponeerd rond Romeinse terugtochten),
- dat het plankje inderdaad betrekking heeft op Tolsum (wat, zoals gezegd, maar de vraag is)
- dat de Friezen inderdaad in Friesland woonden (en de alternatieve theorie dat Velsen = Flevum is inmiddels echt onhoudbaar)
… was in het hoge noorden het Romeins Recht binnen een jaar weer hersteld. Dit voorbeeld illustreert hoeveel aannames er eigenlijk zitten in oudheidkundige informatie.
[Dit was het 537e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]

Voorouders
Judas Iskariot
Hoezo limes? (2)
Als je op de link “onhoudbaar” klikt, zie je een plaatje. Precies in het midden, aan de overkant van een kanaal, zie je een langwerpig gebouw met een rookpluim. Staat precies op de plek waar nu het gymnasium Felisenum staat! Daarmee is dus bewezen dat Velsen naar het gymnasium is genoemd en niet omgekeerd!
“een stilus (zeg maar een satéstokje)”
Sjonge.
In een tijd waar de stilus een heuse revival heeft meegemaakt (in de mobiele telefoon) gaan we dit voorwerp van metaal vergelijken met een… satéstokje?
dat ‘de’ Friezen niet alle personen van Zwin tot Weser betrof, maar een deel van ons kustgebied. En dat Tolsum daar buiten lag.