Antwerpen: Hoogstraten

Depositie uit Hoogstraten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Hoogstraten

Een van de (althans voor mij) wonderlijke aspecten van de Bronstijd is wat archeologen een depositie noemen. Simpel gezegd: mensen laten ergens met opzet kostbaarheden achter. Waarom? We kunnen het ze niet langer vragen, en het antwoord “het zal wel religieus zijn” is vanzelfsprekend een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie. Al heb ik geen idee wat het anders kan zijn geweest.

Maar goed: hierboven ziet u acht zogeheten kokerbijlen die uitmaakten van een twintigtal dat is gevonden bij Hoogstraten, ten noordoosten van Antwerpen, vlakbij de grens met Nederland, recht onder Breda. Kokerbijlen waren populair in de Late Bronstijd en vermoedelijk dateert deze depositie uit het Laat Brons of het begin van de IJzertijd. Het is beslist niet het enige voorbeeld van een opzettelijk achtergelaten verzameling kostbare bronzen voorwerpen.

Ik gaf zojuist aam dat “het zal wel religieus zijn” een wat te makkelijke interpretatie  lijkt. Het kan heel goed zijn dat iemand ze heeft begraven omdat er een vijand in de buurt was. Van de andere kant: in de Lage Landen zijn nogal wat depositievondsten gedaan op wat een “thin place” kan zijn geweest, d.w.z. plekken waar mensen mogelijkerwijs het gevoel gehad kunnen hebben contact te maken met een andere wereld. Je zou je kunnen voorstellen dat vroege boeren een zekere religieuze betekenis toekenden aan de rand van het ontgonnen land, waar de woeste gronden begonnen. Om kwade geesten op afstand te houden, offerde je dan wat zeldzame voorwerpen.

Maar er zijn natuurlijk meer mogelijkheden. Antropologen zijn vanouds gefascineerd door het verschijnsel potlatch. Het uitgangspunt is dat de gastheer van een groots feest alle aanwezigen een geschenk meegeeft – en wel zó dat de gasten niet alleen mee-eten maar ook moeten erkennen dat de gastheer een zekere rijkdom heeft. Dit is natuurlijk niet ongebruikelijk, maar het kan bij een potlatch zelfs zo zijn dat de gastheer zijn rijkdom etaleert door de geschenken te vernietigen. Het is allerminst uit te sluiten dat iemand in Hoogstraten feestelijk twintig bronzen bijlen heeft begraven om te demonstreren dat hij de rijkste en de beste was.

Nog een mogelijke functie: door metaal uit circulatie te nemen, houd je de waarde van het wel circulerende metaal hoog. Ik ervaar dit als contra-intuïtief, maar misschien is het niet heel anders dan de goudvoorraden die onze nationale banken aanhouden. Ik rond af met de constatering dat deze laatste functie en de potlatchfunctie een religieuze betekenis niet uitsluiten, en ga snel verder naar het volgende blogje in deze reeks, hop.

[Dit was het 535e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]

Deel dit:

6 gedachtes over “Antwerpen: Hoogstraten

    1. Dirk Zwysen

      Ik volg en ga één keer reageren, hoewel ik ze allemaal lees. Proficiat en bedankt voor het dagelijkse plezier dat de MB verschaft, voor de inzichten en de aangename, beschaafde plek om over de oudheid van gedachten te wisselen!

  1. Hoe meer ik er over nadenk hoe minder ik overtuigd ben van de “religeuze” verklaring. Als iemand opzettelijk kapitaal vernietigt door het openbaar te begraven dan gaat dat natuurlijk rond. Er zijn er altijd wel die het gevaar van de mogelijke toorn van een geesten voor lief nemen en het dan toch op gaan graven. Zo’n priester beseft dat ook wel. Daadwerkelijke vernietiging zou dan dus meer voor de hand hebben gelegen. Aan de andere kant worden offers in religieuze gebruiken juist vaak nuttig gebruikt. Denk aan het bekende offerfeest van de Islam: het geofferde vlees wordt verdeeld onder de armen. Dit is een vorm van geinstitutionaliseerde generositeit die volgens velen juist de kern is van het feest.

    Ook is de begraving van spullen op religieus gezien belangrijke plaatsen nog geen bewijs voor het motief. Het kan zo zijn dat een eigenaar in gevaar is, moet vluchten, zijn bezit niet mee kan nemen, en het dan juist begraaft op een plek waar de geesten ook aan de bescherming van zijn goed zullen bijdragen, natuurlijk in de hoop het later weer te kunnen opgraven – wat in sommige gevallen dan helaas niet gelukt is (of gelukkig voor de archeologie).

  2. Dirk Zwysen

    Misschien was het toch gewoon een spaarpotje, maar werd zoiets begraven op thin places omdat men geloofde dat het daar door geesten beschermd was.

  3. Ik houd het op geweld – de bijlen werden nooit meer door de eigenaar, die ze uit angst verborg, opgegraven. Al dat mooie getheoretiseer over religie, feesten en economie negeert dat er in de Bronstijd geweld gebruikt werd. Heel. Veel. Geweld.

Reacties zijn gesloten.