Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak hier blauw is en golf als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Lees verder “Sint-Joris en de draak (2)”

Sint-Joris en de draak (1)

Draak te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”

Koepelbouw in Tripoli

Tripoli, Hammam Ezzedine
Tripoli, Ezzedine-hammam

Ik heb weleens een stukje geschreven over de manier waarop men in de Oudheid en Middeleeuwen koepels bouwde. U vindt het hier. Het architectonisch probleem is hoe je een ronde koepel plaatst op een vierkante onderbouw: hoe plaats je een iglo op een kubus? Het gewicht van de koepel rust dan namelijk op precies vier plaatsen, namelijk op de punten waar de onderrand van de koepel rust op de verticale muren. De koepel kan nooit te groot zijn, omdat de kubus dan bezwijkt onder het gewicht van de onvoldoende gesteunde koepel.

De bouwers van het Pantheon in Rome losten het op door een rond gebouw onder de koepel te zetten, maar de gebruikelijke oplossing was een andere. Op de vierkante ruimte werd een achthoek geplaatst, daarop vaak een zestienhoek en daarop soms nog een tweeëndertighoek. De bovenstaande foto, die ik nam in het Ottomaanse Ezzedine-badhuis in de Libanese havenstad Tripoli, toont het mooi: een vierkante rand met daarboven de achthoek. De donkerroze vlakken zijn de trompen, waar de vierhoek overgaat in de achthoek. Zo komen de neerwaartse krachten van de koepel niet alleen op vier punten halverwege de bovenrand van de vier muren, maar ook op de vier hoeken.

Lees verder “Koepelbouw in Tripoli”

Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Lees verder “Libanon en tabouleh”

Beit Beiroet

Beit Beirut

Ik heb al vaker over de Libanese burgeroorlogen geblogd. Je merkt er in Libanon eigenlijk elke dag wel iets van, niet zozeer doordat de mensen elkaar nog naar het leven staan maar doordat de gevolgen zo blijvend zijn. Vaak gaat het om heel triviale dingen. Ik noemde al eens het feit dat Beiroetis hun straten nooit aanduiden met de officiële namen, maar ik zou ook hebben kunnen schrijven over het grote aantal auto’s, want het openbaar vervoer heeft de burgeroorlogen niet overleefd.

Vandaag kwam ik in Beit Beirut, een ooit elegant Ottomaans huis aan de Rue de Damas ofwel de beruchte Groene Lijn die ooit het christelijke Oost-Beiroet scheidde van het islamitische West-Beiroet. Het huis werd de vaste basis van christelijke sluipschutters, want het had grote ramen, waardoor een wijd schootsveld viel te bestrijken. Het werd dus ook zelf onder vuur genomen en de kogelgaten zijn nog altijd zichtbaar. Het resultaat ziet u hierboven. In 2008 werd een begin gemaakt met de restauratie, die voor een groot deel is gefinancierd door de stad Parijs.

Lees verder “Beit Beiroet”

MoM | Mooie migranten: verhalen

Brandaan en de vis-die-op-een-eiland-lijkt

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Ik heb het er weleens eerder over gehad: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

En om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Lees verder “MoM | Mooie migranten: verhalen”

Van heinde en verre

Mozaïek van een karavaan uit Bosra in Syrië (in het plaatselijke museum, hopelijk nog steeds). In de Romeinse tijd kwamen dromedarissen ook voor in de Lage Landen. (in het plaatselijke musea, hopelijk nog steeds)

Van heinde en verre: de Week van de Klassieken is gewijd aan migratie. Dat onderwerp kwam ook aan bod bij de Nationale Archeologiedagen, terwijl vorig jaar mobiliteit het thema was van de Romeinenweek. Dat is natuurlijk geen toeval.  Het is een van de meest opvallende trekken van de menselijke soort dat ze beweeglijk is. Tienduizenden jaren geleden heeft de soort zijn oorspronkelijke habitat in Afrika verlaten en sindsdien is hij via het Arabische Schiereiland uitgewaaierd naar de rest van de wereld, naar de maan en binnenkort naar Mars. Als we ooit besluiten dat we als homo niet zo sapiens zijn, dan kunnen we altijd nog besluiten dat we homo migrans zijn.

In de Oudheid was het niet anders en dan bedoel ik niet – of niet alleen – dat grote groepen vanuit Griekenland en Italië uitzwermden om zich te vestigen in nieuwe steden en in Romeinse volksplantingen rond de Middellandse Zee. Ook hier in de Lage Landen waren de bewoners mobiel. U weet wel, de Bataven kwamen de Rijn afzakken. De dichter Claudianus vermeldt Belgische boeren die hun kuddes lieten verweiden in het Overrijnse. Ik heb weleens geblogd over aardewerk dat bij Kontich, ten zuiden van Antwerpen, is opgegraven en dat bleek te zijn gemaakt van klei uit Drente. Eén van de beroemdste verhalen over de Friezen, dat van Verritus en Malorix, begint met een volksverhuizinkje. Dat alles was allemaal allang bekend, maar mobiliteit is de laatste tijd nogal in de mode. En dat komt uiteraard door de DNA-revolutie.

Lees verder “Van heinde en verre”