Het Nabu-museum

Het Nabu-museum in Batroun

De Libanese bevolking varieert van stervensarm, zoals de Syrische bedelaars, tot stinkend rijk, zoals de drie families die besloten in het stadje Batroun het Nabu-museum te bouwen. Batroun is overigens leuk voor een bezoekje, met een mooie kerk aan zee en een wonderlijke Fenicische muur in de branding. En nu is er dus ook een museum, langs de weg naar Tripoli, vernoemd naar de Babylonische god van de wijsheid.

Het museum is gebouwd in precies acht maanden, werd eerder dit jaar geopend en dient om de kunstcollecties van die drie families met de wereld te delen. Ik kies met opzet voor die formulering, want dat is precies wat de opzet is: de oprichters willen niet als enigen genieten van wat ze aan moois bezitten. Het museum en de catalogus van de lopende expositie zijn dus gratis en ook door middel van drietalige uitleg probeert men een zo breed mogelijk publiek te bereiken. De ambitie is overigens niet alleen het tonen van de eigen collecties, maar ook het organiseren van nieuwe tentoonstellingen, waarbij samenwerking wordt gezocht met andere musea, zoals het Sursock, het museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, het Nationaal Museum, het museum in Damascus en het Bardomuseum.

Lees verder “Het Nabu-museum”

Armenië in Libanon

Musa Dağ, de Mozesberg, verrijst even ten noordwesten van Antiochië. Hier lagen ooit zes Armeense dorpen, al bewoond door Armeniërs sinds de Middeleeuwen en misschien nog wel langer. In juli 1915 kregen de bewoners van de Ottomaanse autoriteiten opdracht zich klaar te maken voor verhuizing – en de dorpelingen wisten dat dit neerkwam op deportatie. De Armeense genocide was in april van dat jaar al begonnen met een moordpartij in Constantinopel.

De vierduizend bewoners van de zes dorpen trokken zich terug op de berg zelf, legden loopgraven aan, oefenden zich in het schieten en wachtten op de onvermijdelijke aanval. Die volgde inderdaad, maar de belegerden wisten de soldaten af te slaan, waarop de Ottomaanse troepen besloten de dorpelingen uit te hongeren. Een paar van hen wisten naar Iskenderun – dat toen nog Alexandretta heette – te komen, deels lopend langs de kust, deels zwemmend, in de hoop dat daar schepen zouden liggen van de Entente, maar vergeefs.

Lees verder “Armenië in Libanon”

Geistige Kräfte (1)

Monument voor Friedrich Wilhelm III (Keulen)

Het hotel in Keulen waar ik eerder deze week sliep, stond niet ver van een beeldengroep, gewijd aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III (r.1797-1840). Er zat sowieso een blogstukje in die beeldengroep, maar het beeld heeft ook alles te maken met wat ik hoop voor de Nederlandse wetenschap. Daarover morgen. Nu eerst: wat doet een standbeeld van de koning van Pruisen, dat toch ligt in het oosten, in de westelijke stad Keulen?

Van Jena via Berlijn naar Keulen

Keulen, een onafhankelijke rijksstad, was in 1794 veroverd door de Fransen, die de Rijn als oostgrens wilden. Daarna was Napoleon aan de macht gekomen en vervolgens ook weer verslagen. Het Congres van Wenen, dat in 1815 de landkaart opnieuw tekende, koos ervoor de Keulse onafhankelijkheid niet te herstellen maar de stad toe te kennen aan Pruisen, dat zo in een soort geografische spagaat kwam te staan: Pools in het oosten, Rijnlands in het westen. (Het ontstaan van Neutraal Moresnet, waarover ik eerder schreef, valt eveneens in deze tijd.) Deze spagaat viel alleen te overbruggen door de Duitse eenwording, die vanaf 1815 in feite onvermijdelijk was.

Lees verder “Geistige Kräfte (1)”

De romaanse kerken van Keulen (2)

Maria speelt met Jezus (Museum in de St. Cäcilien)

Ik heb een machtig leuke tijd doorgebracht in Keulen en laat u even delen in het plezier. Gisteren behandelde ik één Dom en vier romaanse kerken en beloofde ik u nog een vijfde romaanse kerk, nu neem ik eerst nog wat romaanse kerken onder handen. Uiteraard zijn de kerken zélf romaans, maar is er van alles toegevoegd, uit de gotische tijd en uit later tijdvakken.

6. St. Maria in Lyskirchen

Vlakbij de Rijn, in de richting van de Romeinse vlootbasis van Keulen, vlakbij de middeleeuwse haven ligt het kerkje van St. Maria in Lyskirchen, waar de plafondschilderingen nog zijn te zien. Ik vond ze erg moeilijk leesbaar maar het kerkje was het best bewaarde en gaf ook het beste idee van een kerk uit de Volle Middeleeuwen. Het orgel werd gestemd terwijl ik keek naar een prachtig modern gebrandschilderd raam van Sint-Nikolaas, de patroon van de zeevarenden. Vondel is op een boogscheut afstand geboren.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (2)”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

De ironie van De Volkskrant

Wie zich ergert aan de zelfbewieroking van de humaniora, de geesteswetenschappen, de culturele sector, alfa’s of hoe u het ook wil noemen, heeft niet helemáál ongelijk.

Mijn blogje van gisteren over het gebruik van het woord “pretstudies” in een kop in De Volkskrant leverde nogal wat reacties op. Soms instemmend, soms ook met de strekking “Waar maak je je druk over? De ironie blijkt toch uit de aanhalingstekens?”

Misschien heb ik zulke reacties in de hand gewerkt door in mijn stukje een onhandig voorbeeld te geven, namelijk “De azijnbode” als synoniem voor een gewaardeerd ochtendblad. Als iemand die term gebruikt, wordt de ironie meteen herkend omdat iedereen weet dat het gaat om De Volkskrant. Dat ligt anders bij “pretstudies”. Het publiek kan immers nauwelijks ontdekken waar het feitelijk om gaat. Dat de officiële naam – voor zover die bestaat – valt weer te geven als “humaniora”, als “geesteswetenschappen”, als capaciteitsgroepen in de “Humanities Cluster”, als “alfa-wetenschappen”, als “culturele wetenschappen”, als “letteren” en Joost mag weten wat nog meer, is illustratief voor deze onduidelijkheid.

Lees verder “De ironie van De Volkskrant”

Eén eeuw Drs.P.

Samovaar (Kerkstraat 282 Amsterdam)

Dat in Nederland alle dingen vijftig jaar later gebeuren, veronderstel ik bekend, en dat is vermoedelijk de reden waarom er in de Amsterdamse Dodedichterbuurt, die officieel bekendstaat als de Kinkerbuurt, nog altijd geen Drs.P.-allee is. Ik heb de gemeente er overigens een brief over geschreven en ik weet dat die in welwillende overweging is genomen, want ik ben erover gebeld toen ik in België was . Ik heb de gelegenheid nog niet gehad de gemeente terug te bellen.

Maar goed. Die Drs.P.-allee is er dus niet en dat gaat me aan het hart. Ik heb eerder over een persoonlijke herinnering geblogd en ben nog eens op zoek geweest naar het Sneker Café. Toen ik een paar maanden geleden van Assen naar Groningen fietste en verdwaald wat oostelijker uitkwam dan ik had gewild, dacht ik onmiddellijk aan strokarton en ik heb – zoals bijna al mijn vrienden – voor menige situatie een citaat bij de hand. Een vriendin stuur ik foto’s van elke veerpont waarmee ik oversteek. Zie ik een samovaar op een gevelsteen, dan heb ik nog urenlang de striemende coupletten in het hoofd van de Dodenrit. Nog afgelopen donderdag zag ik in het Teseum in Tongeren onderstaand reliëf en ik dacht “met een Slavisch handgebaar”.

Lees verder “Eén eeuw Drs.P.”