Cornucopia

Een vrouw uit Gandara met een cornucopia (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Onlangs zag ik in de supermarkt hoeveel soorten olijfolie leverbaar waren, en toen dacht ik aan overvloed en aan de “hoorn des overvloeds”: de cornucopia. Dit oude mythologische symbool is vanaf de Renaissance gedegradeerd tot decoratie, maar het bezit een diepere betekenis. Maar eerst de mythe.

Geitenhoorn

Over het ontstaan van de “hoorn des overvloeds” is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias, de “hoorn van Amaltheia”. Dat was de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Tyche, de menselijke fortuin. Naast het roer (als richtinggever van het menselijk bestaan) en het “rad van fortuin” is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Vrouwe Fortuna.

Lees verder “Cornucopia”

De Kastalische Bron

De Kastalische Bron

De Kastalische bron in Delfi bevindt zich niet in het eigenlijke heiligdom van Apollo zelf, maar een eindje vóór de hoofdingang tot het tempelcomplex. Volgens Euripides’ toneelstuk Ion gingen de bezoekers van het orakel eerst naar deze bron om zich ritueel te reinigen. Het wassen van het haar was daarbij voldoende. Alleen moordenaars moesten zich van top tot teen wassen.

Het bronwater diende ook om de tempel van Apollo te besprenkelen. Het kwam van de twee rotsen die bekend stonden als de Faidriades en stortte zich als een beekje naar beneden, om zich onder Delfi te voegen bij de rivier de Pleistos. Volgens de Griekse schrijver Pausanias was het water heerlijk van smaak.

Lees verder “De Kastalische Bron”

Oudheidkundige prietpraat

De riviergod Acheloös; bronsje uit Tarquinia dat verder niet zoveel met dit stukje heeft te maken maar wel uit de juiste stad komt. Nu te zien in de Villa Giulia, Rome.

Twee jaar geleden werd in Tarquinia in Italië een mooi Etruskisch graf gevonden. Het had alles om een goed verhaal te vertellen, zoals een nog bewaard grafmaal (zie foto). Mooi, zou je denken, maar nee, het was nog niet spectaculair genoeg. De opgravers identificeerden het graf meteen als dat van een prins van koninklijke bloede en een familielid, misschien wel een broer, van de vijfde koning van Rome, Tarquinius Priscus.

In Italië wordt namelijk alles wat wordt opgegraven toegeschreven aan een uit de bronnen bekend persoon. Klaarblijkelijk zijn de aannames van de Italiaanse archeologie dat alle personen die ooit hebben bestaan, in onze bronnen staan vermeld, en dat archeologie geen bewijs kan leveren dat onafhankelijk is van geschreven bronnen. Als classici en oudhistorici het potentieel van de archeologie zo slecht begrijpen, lach je erom, maar in Italië zijn het de archeologen zelf en dat is om te huilen.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat”