Hemelvaart

De hemelvaart van keizer Titus (Ereboog van Titus, Rome)

Later deze week is het Hemelvaartsdag, de dag waarop volgens de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de apostelen de opgestane Jezus in de hemel werd opgenomen. De auteur – we zullen hem Lukas noemen – vertelt het twee keer. De eerste keer is aan het einde van het evangelie.

Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. En terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. (Lukas 24.50-51; NBV21)

De tweede keer is aan het begin van de Handelingen. De gebeurtenis is dus de scharnier tussen de delen van het tweeluik.

Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.” Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. (Handelingen 1.9-12)

Lees verder “Hemelvaart”

De uitvinding van Romulus

Romulus en Remus in gevecht (Basilica Aemilia, Rome)

In de derde eeuw v.Chr. kregen de Romeinen behoefte aan een Romulus. Nu ze Italië hadden verenigd, kregen ze via de Griekse steden in het zuiden meer contact met de prestigieuze hellenistische wereld. De Romeinen wilden zich presenteren zoals men daar van hen verwachtte. Hun stad had dus een stichter nodig, zoals Athene een Theseus had en Thebe een Kadmos.

De steden in Italië kenden al verhalen over Griekse en Trojaanse kolonisten die naar het westen waren gekomen. Er waren ook lokale sagen. De Romeinen schoven die in de late vierde eeuw ineen: eerst was Aeneas naar Italië gekomen, Romulus was zijn zoon. Begin derde eeuw maakte een van de geleerden in Alexandrië, Eratosthenes, Romulus tot een kleinzoon van Aeneas. Een paar traditionele sprookjesmotieven gaven de stadstichter wat kleur: verwekking door een godheid (à la Perseus), het biezen mandje op de rivier (à la Sargon en Mozes), het conflict met een tweelingbroer (à la Zeven tegen Thebe) en een apotheose (à la Herakles).

Lees verder “De uitvinding van Romulus”

Domitianus (30): Apotheose

De apotheose van Julia (Fitzwilliam Museum, Cambridge)

Het gebruik staat bekend als apotheose, vergoddelijking. Een Romeinse keizer met een natuurlijke opvolger – lees: een (geadopteerde) zoon – kreeg na zijn dood goddelijke eerbewijzen. Dit gebruik was na de dood van Caesar ontstaan en een Romeinse aanpassing van de hellenistische heersercultus. En die was op zijn beurt een aanpassing van de Egyptische verering van de koning, de god die de mensheid representeerde vis-à-vis de andere goden. Niet voor elke keizer was een apotheose weggelegd. Als een keizer moest wijken na een staatsgreep – lees: vermoord was – zou de Senaat de nagedachtenis officieel vervloeken. Dat heette een damnatio memoriae en zou het lot zijn van de in Leiden met een tentoonstelling herdachte keizer Domitianus (r.81-96).

Keizerinnen, prinsen en prinsessen konden ook weleens een vergoddelijking tegemoet zien. Het gebeurde met Flavia Julia. Nadat ze in de Tempel van de Familie Flavius (de familienaam van de dynastie) was bijgezet, kreeg ze eerbewijzen als Diva Julia Augusta. De munt hierboven voegt aan die titel toe dat ze de dochter was van de Divus Titus. Normaalgesproken ligt deze sestertius in het Fitzwilliam-museum in Cambridge, maar nu is hij op de Leidse expositie.

Lees verder “Domitianus (30): Apotheose”

De apotheose van Homeros

Apotheose van Homeros (British Museum)
Apotheose van Homeros (British Museum, Londen)

Mooi. Dat van Stonehenge, dat is er uit. Kan ik nu (dinsdagavond) gaan schrijven wat ik eigenlijk had willen schrijven.

Het bovenstaande reliëf is te zien in het British Museum en het staat bekend als de apotheose van Homeros. Dat is een vergoddelijking en misschien had het beter kunnen worden aangeduid als een eerbewijs, maar het is duidelijk wat er aan de hand is. De dichter zit, zoals u op dit plaatje ziet, linksonder op een troon en wordt gekroond en – vermoedelijk – bewierookt door twee mensen achter hem. Dat zijn de Ptolemaische vorsten Ptolemaios IV Filopator en zijn vrouw Arsinoe III, die de kroon en vleugels hebben die hen doen lijken op Oikoumene (“bewoonde wereld”) en Chronos (“tijd”). Het meisje met het zwaard voor Homeros’ troon representeert Homeros’ Ilias. De Odyssee zit, nauwelijks zichtbaar, achter de dichter.

Lees verder “De apotheose van Homeros”