Kwakgeschiedenis: de Titusboog

De triomfboog van Titus (rechts), vele jaren geleden. Foto William P. Thayer.
De triomfboog van Titus (rechts), vele jaren geleden. Foto William P. Thayer.

Wie wel eens in Rome is geweest, herkent het plaatje hierboven: u kijkt naar de oostelijk bocht van het Circus Maximus. Deze is op het plaatje hieronder rechts is te zien. Op deze plaats, “waar het circus waar de heuvels Palatijn en Caelius raakt” (Tacitus), brak op 18 juli 64 een brand uit die grote delen van Rome in de as legde, waarna keizer Nero de schuld gaf aan de christenen. Weinig gebeurtenissen uit de Oudheid zijn beroemder, weinig plekken in Rome zijn beladener.

Maquette van het Circus Maximus (Kon. Musea voor Kunst en Geschiedenis; triomfboog van Titus rechts)
Maquette van het Circus Maximus (Kon. Musea voor Kunst en Geschiedenis; triomfboog van Titus rechts)

De bovenste foto kon niet van dichterbij worden genomen doordat het gebied is afgezet, maar u ziet rechts dat de rondlopende tribune wordt doorbroken door een poort. Elke gymnasiumleraar die het zout in de pap waard is, zal zijn leerlingen hierop wijzen en vertellen dat dit de plaats is waar de triomfboog stond van de Romeinse generaal Titus, die in het jaar 70 Jeruzalem had verwoest. Misschien citeert hij wel uit de inscriptie, die we toevallig kennen omdat een achtste-eeuwse pelgrim deze heeft overgeschreven:

Senaat en Volk van Rome aan hun vorst, Imperator Titus Caesar Vespasianus Augustus, zoon van de vergoddelijkte Vespasianus, opperpriester, in het tiende jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, zeventienmaal tot Imperator uitgeroepen, achtmaal consul, vader des vaderlands, omdat hij op bevel van zijn vader, met diens adviezen en onder diens auspiciën, het Joodse volk onderwierp en de stad Jeruzalem verwoestte, wat alle leiders, koningen en volken voor hem óf vergeefs hadden geprobeerd óf geheel onbeproefd hadden gelaten.

We zien op de foto een deel van de fundamenten en onderbouw, maar we weten redelijk goed hoe de bovenbouw eruit heeft gezien: met standbeelden van paarden. De triomfboog staat namelijk – zij het wat schetsmatig – afgebeeld op de ereboog die keizer Domitianus wijdde aan zijn overleden broer: de beroemde Titusboog die zich verheft tussen het Forum Romanum en het Colosseum. Grote kans dat onze gymnasiumleraar nog geen uur voordat hij zijn klasje langs het Circus Maximus leidde, de triomfboog aanwees op het reliëf op de ereboog.

De triomfboog van Titus, afgebeeld op diens ereboog
De triomfboog van Titus, afgebeeld op diens ereboog

Zoals ik al aangaf: iedere leraar vertelt dit op het traditionele gymnasiumreisje naar Rome. Het is redelijk algemeen bekend. Dus waarom haal ik deze oude koeien uit de sloot?

De aanleiding is het bericht op de NU.nl dat een tweede triomfboog van Titus zou zijn geweest. Elke rechtgeaarde oudheidkundige veert dan op, want twee triomfbogen voor één commandant, dat zou iets nieuws zijn. Wie het bericht leest, ziet al snel dat de redactie (of de auteur van het onderliggende persbericht) het verschil tussen een triomfboog en een ereboog niet heeft begrepen, hoewel het verschil vrij groot is tussen een boog die verrees voor een triomftocht en een boog die bij een andere gelegenheid werd opgericht. Ook het papieren Parool en de Volkskrant namen het bericht ongecontroleerd over.

Archeologen zouden de resten van een marmeren sokkel hebben gevonden. Ik geloof het onmiddellijk. Veel nieuwswaarde heeft het niet. Het gaat immers om een onderzoek van een bouwwerk dat al ruwweg vrijgelegd was. Het is zoiets als “vanaf de aarde zien we dat Saturnus ringen heeft en met een sonde hebben wetenschappers nu vastgesteld dat Saturnus inderdaad ringen heeft”. Het is gewoon de zoveelste keer dat archeologen wat flauwekul de wereld insturen, in de hoop dat er nog iemand naar hun onderzoek omkijkt.

Helaas zal dat vermoedelijk ook gebeuren en dan ziet elke gymnasiast dat de Romeinse archeologen niets te melden hebben. En dat is triest. De reputatie van de humaniora als serieus te nemen intellectuele activiteit lijdt er immers toch al zo vaak onder dat menigeen herkent dat de geesteswetenschappers (niet alleen archeologen), steeds als ze in het nieuws komen, de burger praatjes op de mouw spelden.

Ik beweer niet dat ik alles wél goed weet, want ook ik zit opgezadeld met informatie die ronduit naatje is. Dit stukje schrijf ik in de, ongetwijfeld ijdele, hoop te verhinderen dat de kletskoek over de tweede triomfboog van Titus verder gaat rondzingen. IJdel is waarschijnlijk ook mijn hoop de dag mee te maken waarop de humaniora niet alleen inzichten opdoen, maar die ook delen op een wijze die althans enige professionaliteit doet vermoeden.

Om niet negatief te eindigen nog een laatste plaatje: een mooie marmeren kop, afkomstig van de triomfboog van Titus en te zien in de Capitolijnse Musea. Niks bijzonders, maar wel de 102e aflevering in mijn reeks museumstukken.

Hoofd van een soldaat, afkomstig van de Triomfboog van Titus (Capitolijnse Musea)
Hoofd van een soldaat, afkomstig van de Triomfboog van Titus (Capitolijnse Musea)

5 gedachtes over “Kwakgeschiedenis: de Titusboog

  1. Manfred

    Een onwetendheidje van een persbureau maakt nog geen kwak, het schept hooguit verwarring. Jouw stukje had ook iets duidelijker gekund: de ereboog bestaat nog en van de verwoestte triomfboog weten we waar die stond en dus is het niet zo gek dat van die triomfboog nog resten worden gevonden.

      1. Verhaal.

        Overigens, is het geen heropgraving? Was dit niet al door Mussolini opgegraven en, net als de Keizerfora, herbegraven? Wanneer is die marmeren kop gevonden?

Reacties zijn gesloten.