De “Herkulanerinnen”

De Herkulanerinnen (Zwinger, Dresden)

De Duitser die rond het midden van de achttiende eeuw meer wilde weten over klassieke kunst, maar de middelen niet had om naar Rome te reizen, kon naar Dresden gaan, waar de keurvorst van Saksen een prachtige collectie had staan. Antiquarisme, dus het verzamelen van oudheden, behoorde destijds nu eenmaal tot de taken van een heerser. Friedrich August I de Sterke breidde in 1728 de Dresdense verzameling uit door de privécollecties van twee Italiaanse kardinalen te kopen – samen 164 stukken. Het materiaal stond opgesteld in de Groβe Garten ten oosten van de stad, waar de koning van Pruisen er danig van onder de indruk was. En dat was natuurlijk altijd de bedoeling geweest.

Winckelmann

Johann Joachim Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis die van 1748 tot 1755 in Dresden verbleef, oordeelde echter dat de collectie, mooi als ze was, niet goed stond opgesteld. Ze stonden “als haringen in een ton”. Dat weerhield hem er niet van zo’n beetje in katzwijm te vallen bij de bovenstaande drie beelden: de Herkulanerinnen. Ik overdrijf een beetje, maar met deze beelden begint de kunstgeschiedenis.

Lees verder “De “Herkulanerinnen””

Dooie stenen

Taxila-Sirkap: Boeddhistische stupa met korinthische pilasters.
Taxila-Sirkap: Boeddhistische stupa met korinthische pilasters.

Als deze blogpost geautomatiseerd online gaat, ben ik in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Vermoedelijk ben ik gebroken van een nachtvlucht met een overstap in Istanbul, heb ik allerlei douaneformaliteiten achter de rug en probeer ik, als u dit leest, nog wat slaap in te halen in mijn hotelkamer. Ik ben wel eens makkelijker op reis geweest. Waarom doe ik dit? Waarom heb ik mijn (uitstekende) agent het leven zuur gemaakt met verzoeken om onmogelijke vergunningen? Waarom heb ik de afgelopen weken geprobeerd vat te krijgen op de complexe geschiedenis van een land waarmee ik weinig aanknopingspunten heb? Waarom, als ik ook gewoon thuis kan zitten met een boek en een biertje erbij? Of, zoals een bevriende classicus gekscherend zei: “Waarom waag je je leven voor een paar dooie stenen? Dat zal ik wel nooit begrijpen.”

“Because it’s there,” citeerde ik, maar dat is natuurlijk geen echt antwoord. De echte reden is echter heel serieus: omdat ik de klassieken beter wil begrijpen.

Lees verder “Dooie stenen”

Op zoek naar schoonheid

Een van de leukste aspecten van de oudheidkunde is haar geschiedenis. Ik wil andere vakgebieden in dezen niet tekort doen, maar het aantal prettig gestoorde mafketels in de oudheidkundige vakgebieden is opvallend hoog.

In de achttiende eeuw meende men dat de oude Grieken hadden ontdekt wat echte schoonheid was. Helaas was niemand het erover eens wat deze nu precies inhield. De Duitse geleerde J.J. Winckelmann (1717-1768) legde daarom lijsten aan van wat mooi was en wat niet. Het lichaam van een man was mooier dan dat van een vrouw, oordeelde hij. Een mens kon maar het beste zonder versiering (lees: kleren) worden afgebeeld. Sommige criteria zijn bepaald opmerkelijk: de rechter teelbal diende groter te worden afgebeeld dan de linker, aangezien men met het rechteroog ook scherper ziet.

Lees verder “Op zoek naar schoonheid”