De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

De Europese canon (21-25)

Het verdrag dat de Tachtigjarige Oorlog beëindigde (“Yo, el Rey”; Nationaal Archief, Den Haag)

Dit is het zesde blogje in de reeks over de Europese historische canon. We zijn aanbeland in de zeventiende eeuw.

Vrede van Westfalen

Periode: 1648

Alternatief: Vrede van Utrecht

Europa is nooit een religieuze eenheid geweest, en er zijn regelmatig conflicten geweest waarbij godsdienst een rol speelde. Maar nooit was het zo erg als in de eeuw na de Reformatie, een tijd die we weleens aanduiden als die van de godsdienstoorlogen. De Tachtigjarige Oorlog en de Dertigjarige Oorlog gingen echter niet alleen over religie. In dat laatste conflict intervenieerde bijvoorbeeld het katholieke Frankrijk aan de protestantse zijde. (Al eerder had de koning van Frankrijk, die zich omsingeld voelde door de Habsburgers, zich verbonden met het Ottomaanse Rijk.) De Tachtigjarige en de Dertigjarige Oorlog werden beëindigd met de Vrede van Westfalen in 1648.

Lees verder “De Europese canon (21-25)”

De Europese canon (6-10)

Priester Hendrik, een van degenen die de rechten van de Hollandse boeren hielp overbrengen naar oostelijk Europa

Voilà: de derde aflevering van de reeks over de Europese canon. Nu we de Late Oudheid en de verantwoording hebben gehad, kunnen we beginnen met de Volle Middeleeuwen.

Democratisch bestuur

Periode: vanaf ca. 1000

Alternatieven: Althing, Magna Carta, Staten-Generaal, Defensor Pacis.

Het principe was simpel, daar in de landen langs de Noordzee: wie water deert, die water keert. Dat gaf iedereen een verantwoordelijkheid in de landverdediging en dus een stem. Nu was dat wat bewerkelijk en daarom kwamen er waterschappen en hoogheemraadschappen. Het was het begin van de representatieve democratie. Later namen de bewoners van de Lage Landen hun rechten mee naar het oosten, toen ze voorbij de Elbe nieuwe gronden ontgonnen.

Lees verder “De Europese canon (6-10)”

De Verdediger van de Vrede

Lodewijk IV

In 1314 kozen de Duitse rijksgroten hertog Lodewijk van Beieren tot koning. Het was destijds gebruikelijk dat de koningen van het Heilige Roomse Rijk – zoals Duitsland destijds heette – probeerden zich daarna tot keizer te laten kronen, waarvoor men dan naar Italië trok om zich in Rome te vervoegen bij de paus. Ook Lodewijk trok naar Rome, hoewel op dat moment, 1327/1328, de paus verbleef in Avignon. Daarom verzocht de Duitse koning een vertegenwoordiger van het Romeinse volk hem te kronen. En zo geschiedde.

Dit was niet alleen omdat de paus er niet was. Er lag een ideologische keuze aan ten grondslag die te maken had met een omstreden boek dat in 1324 was gepubliceerd, de Verdediger van de vrede (Defensor pacis) van de Parijse geleerde Marsiglio dei Mainardini of, zoals zijn wetenschappelijke artiestennaam luidde, Marsilius van Padua. In het boek verbond hij enkele radicale consequenties aan het denken van de Arabische filosoof Ibn Rushd (Averroës), die erop had gewezen dat het religieuze en het wetenschappelijke kennen berustten op twee verschillende methoden, en de Brabantse denker Siger, die had gesproken van een dubbele waarheid. Dei Mainardini verbond hieraan de conclusie dat de kerk een ander soort waarheid bezat dan de staat en dat de twee zich zo min mogelijk met elkaar moesten bemoeien.

Lees verder “De Verdediger van de Vrede”