De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)
[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]
Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.
Vaasschilderkunst en hellenisme
De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.
Herakles en Hippolyte (Musée de Mariemont, Morlanwelz)
[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]
Hellenistische mythografie
Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.
In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Hydra: 4.1393. Zwijn: 1.122. Gordel: 2.774. Appels: 4.1393. Vogels: 2.1074. Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.
[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
Archaïsche poëzie
Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Iliasnoch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.
In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”nootIlias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst nootIlias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:
Herakles en de Leeuw van Nemea (Rijkmuseum van Oudheden, Leiden)
Dankzij een niet nader genoemd oudheidkundige ben ik de voorbije jaren steeds meer geïnteresseerd geraakt in hoe we weten wat we weten. Wat zijn de bronnen voor onze huidige kennis? Hoe betrouwbaar zijn die bronnen? Hoe verhouden bronnen zich tot elkaar, zowel literaire als andere? Hoe transformeert kennis, of het narratief eromheen doorheen de tijd?
De andere invalshoek van dit artikel is mijn quiz-hobby, waarvoor ik regelmatig studeer. Griekse mythologie is een populair thema in de quizwereld, waarop ik niet bijster goed scoor. Dus leer ik nu “de Twaalf Werken van Herakles”. Ze afdreunen is één (of eigenlijk twaalf), begrijpen hoe die vroeger en vandaag worden verteld en begrepen, is twee.
Dit als inleiding op “Hoe weten we wat we weten over de Twaalf Werken van Herakles”? Het is een kleine tang op een varken, want er is natuurlijk zeer weinig écht gebeurd, te beginnen bij het bestaan van Herakles zelf. Dit is dus eerder een mythografische analyse dan een historische, met uitbreiding van de niet-literaire bronnen, zoals de iconografie.
De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)
In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.
De Kretenzische stier
Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.
Ik heb voor volgende week een stukje klaar waarin ik vertel dat we oude mythen beter niet kunnen navertellen, dus het is alleen maar logisch dat ik vandaag eens de verhalen navertel over Herakles. Eerst maar eens een woord over zijn jeugd.
Herakles – of Hercules, zoals de Romeinen hem noemden – gold als de zoon van een sterfelijke vrouw, Alkmene, en de oppergod Zeus. Zeus’ wettige echtgenote Hera haatte het buitenechtelijke kind en stuurde daarom twee slangen om het te wurgen. De baby wist de ondieren echter te doden. Herakles werd een sterke krijger, maar Hera sloeg hem met waanzin, en het was in een vlaag van waanzin dat hij zijn eigen kinderen doodsloeg.
Nee, helaas, het bovenstaande reliëf. dat momenteel te zien is op de Paestum-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is nep. Het is een afgietsel van een reliëf dat ooit deel uitmaakte van een tempel, gewijd aan de Griekse godin Hera, te vinden bij de monding van de rivier de Sele. (Voor de liefhebbers: het is een metope, een onderdeel van het fries op de dwarsbalk van in Dorische stijl gebouwde tempel.) Het reliëf stelt Herakles voor, die de twee Kerkopen meeneemt.
Wie zijn dat nou weer?
In de klassieke traditie verrichtte de halfgod Herakles twaalf min of meer canonieke werken, maar er waren destijds veel meer verhalen in omloop. Eén van de oudste betrof twee kobolden, broertjes, die allerlei kattenkwaad uithaalden. Er was weinig waar ze bang voor waren, al had hun moeder hen gewaarschuwd voor een zekere Melampygos. Toen Herakles op een dag lag te slapen in de schaduw van een boom, probeerden ze zijn wapens te stelen, maar de mannetjesputter werd wakker en hing ze ondersteboven aan een juk over zijn schouders. Zie boven. Terwijl hij ze zo wegvoerde, herkenden ze zijn donkere billen (Grieks: melampygos), waarover ze allerlei grapjes maakten. Daar moest Herakles zo om lachen, dat hij ze maar liet gaan. Sindsdien heet een mannetjesputter in het Grieks een zwartbilman.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.