
[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]
Hellenistische mythografie
Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.
In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.
Romeinse (her)interpretatie
De eerste mythografie die de werken als een volledige twaalfdelige cyclus presenteert vinden we bij Diodoros van Sicilië (eerste eeuw v.Chr.). In zijn Bibliotheek van de wereldgeschiedenis beschrijft hij de geboorte en opvoeding van Herakles, zijn dienstbaarheid aan Eurystheus en de werken.noot De volgorde verschilt een beetje, maar de interpretatie verschilt wezenlijk van wat we (hieronder) zullen vinden in de pseudo-Apollodoros: Diodoros zet de monsters om in rovers, tirannen en wilde volkeren. Hij behandelt daarmee Herakles als een historische figuur en een echte menselijke held.
Diodoros heeft wellicht nogal wat van zijn mosterd gehaald bij een euhemerist uit de tweede-eeuw v.Chr., Dionysios Skytobrachion. Diens Herakleia zijn echter verloren gegaan.
De eerste-eeuwse Romeinse dichters Seneca en Ovidius hebben eerder esthetische en morele motieven. De eerste legt in zijn Hercules Furens de focus op waanzin en schuld. Hij houdt daarbij de tragische volgorde van Euripides aan. Ovidius haalt Herakles in de Metamorfosen aan als cliché, in de van hem gekende ironiserende toon: “je weet wel, zoals Herakles”.
Een ander werk is de Fabulae, toegeschreven aan de Spaanse auteur Hyginus. (Er is discussie of het over Gaius Julius Hyginus gaat, die leefde in de eerste eeuw v.Chr. Er zijn aanwijzingen om de tekst eerder in de eerste eeuw na Chr. te dateren.) De vertaling toont een summiere opsomming,noot met een andere volgorde dan in de pseudo-Apollodoros en Diodoros. Hier geen narratief van boetedoening of interactie met een onmachtige Eurystheus. Wel krijgt Herakles hulp van Jupiter. Verder wordt Herakles vermeld bij “Mannen die hun vrouwen doodden”, met Megara als slachtoffer. Hyginus volgt hier dus de in het vorige blogje genoemde traditie van de Griekse tragicus Euripides.

Canonisatie
De twaalf werken van Herakles, zoals wij die vandaag kennen, zijn gecanoniseerd in de Bibliotheek uit de eerste of tweede eeuw na Chr. Dit alomvattende werk over de Griekse geschiedenis en mythologie werd eerst toegeschreven aan Apollodoros, maar sinds die identificatie is ontkracht, noemt men de auteur Pseudo-Apollodoros. Hier vinden we de twaalf werken terug als systematische lijstnoot en chronologisch levensverhaal. Alle facetten die we vandaag kennen, zoals beschreven hierboven, zijn van de partij.
Het is interessant, vind ik, dat het rationaliserende werk van Diodoros het niet heeft gehaald in de overlevering naar onze moderne tijd. Het is de Bibliotheek van Pseudo-Apollodorus die geldt als standaardreferentie voor alle latere weergaven, Byzantijnse scholia, middeleeuwse mythografieën, handboeken uit de Renaissance en latere bloemlezingen.
De Grieks-Romeinse auteurs Ploutarchos (schrijvend aan het begin van de tweede eeuw na Chr.) en Pausanias (rond het midden van dezelfde eeuw) bevinden zich al voorbij de canonisatie en spreken over “de werken van Herakles” met enkele voorbeelden als opsomming. Curieus is dat Pausanias de tempel van Zeus beschrijft en opmerkt dat “de meeste werken van Herakles” er afgebeeld zijn, terwijl we zullen zien dat ze er alle twaalf figureren.
In de Wikipedia-artikels wordt als bron occasioneel verwezen naar Filippos van Thessaloniki. Hij was een belangrijke verzamelaar van epigrammen, die is opgenomen in de Griekse Anthologie. De gedichtjes dateren uit het kleine millennium tussen de derde eeuw v.Chr. en de zesde eeuw na Chr., maar voegen eigenlijk niets toe aan wat we al weten. Het omkaderende verhaal lag vast en aan de individuele werken werd niet meer gemorreld. Ze worden er zelden expliciet opgesomd, en meestal gereduceerd tot één attribuut, zoals de leeuwenhuid of de hoorns van de stier.noot Dat een kleine verwijzing volstaat, toont wellicht dat iedereen des stof intussen hoort kende.
Tot slot vermeld ik de belangrijke mythograaf Athenaios, die een van de voornaamste “secundaire” bronnen is geweest om sommige genoemde personen überhaupt te kennen. Zijn Geleerden aan tafel verscheen in de tweede eeuw n.Chr. Hierin dialogeren “tafelgeleerden” over de Oudheid, waarbij ze citaten geven uit oudere Griekse literaire teksten die nergens anders zijn overgeleverd. Zo komen nog twee dichters naar boven, die een werk zouden gemaakt hebben dat Herakles of Herakleia heet. De tafelgeleerden hebben het overigens één keer over de appels der Hesperidennoot en verder over “de volbrachte werken”.
[Deze gastblog van Dieter Verhofstadt wordt morgen vervolgd. Dank je wel Dieter!]
Zelfde tijdvak
Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnenjuli 8, 2021
Klassieke literatuur (1c): epiekjuni 18, 2016
Skepsis (1): Wat is waar?mei 4, 2023

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.