De werken van Herakles (2)

Herakles (Musée du Bardo, Tunis)

[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]

Archaïsche poëzie

Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Ilias noch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.

In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”noot Ilias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst noot Ilias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:

Zeus herinnert zich niet dat ik vaak zijn zoon heb gered toen hij de opdrachten van Eurystheus niet leek te kunnen vervullen, … zoals toen Eurystheus hem naar Erebos stuurde om de hond van de verfoeide Hades te halen.

In de Odysseenoot Odyssee 11.620-626 (de Nekyia, het bezoek aan de Onderwereld). verschijnt Herakles als schim aan Odysseus en zegt dat hij tijdens zijn leven “andere, nog ergere werken” moest volbrengen. Opnieuw vermeldt hij enkel specifiek dat Eurystheus hem dwong om Kerberos uit de Onderwereld te halen — “de ergste taak” die hij ooit kreeg. Verder in dezelfde scènenoot Odyssee 11.601-604. wordt Herakles beschreven als iemand die na zijn dood half onder de goden leeft, met zijn schim nog in de Hades — een mogelijke verwijzing naar zijn laatste werk.

Hesiodos (ca 700 v.Chr.) geeft Herakles in zijn Theogonie een genealogie. Hij verwijst naar drie werken: de strijd tegen de Hydra,noot Theogonie 306. de Nemeïsche leeuwnoot Theogonie 306. en de kudde van Geryon.noot Theogonie 270 en 979. Dit zijn “exempla” maar ze vormen nog steeds geen vaste reeks. Hesiodos introduceert wel een motivatie: Herakles’ strijd tegen monsters als deel van een groter goddelijk plan. Van kindermoord is er nog geen sprake. Het is Zeus die hem zijn zinnen beneemt en in dienst doet treden van Eurystheus.

Herakles en de Amazones (Antikensammlung, München)

Peisandros

In de zesde eeuw v.Chr. maakt Peisandros van Kameiros – vermoedelijk – een volgende stap. Hij is de vroegst bekende auteur die de werken groepeert en kadert in dienst van Eurystheus. Peisandros zou ook de eerste zijn die Herakles zich laat tooien met leeuwenhuid en knots. We weten niet of de werken een boetedoening zijn voor de moord op zijn kinderen. Zijn epos Herakleia is verloren gegaan. We hebben enkel scholia (bij Pindaros bijvoorbeeld) en mythografieën die het werk met naam vermelden. Het besloeg “twee boeken”, wat suggereert dat het flink uitgewerkt is geweest.

De Griekse geograaf Strabon van Amaseia (eerste eeuw v.Chr.) merkt bij de constatering dat Alexander de Grote zich tooide naar Herakles, het volgende op: “of Peisandros de Herakleia nu heeft geschreven of iemand anders”. Een interessante zijsprong is de kritiek van de christelijke auteur Clemens van Alexandrië dat Peisandros plagiaat pleegde, waarover in het laatste blogje meer.

De stap die we aan Peisandros toeschrijven heeft mogelijk volgende culturele betekenis: Herakles is niet langer een lokale held die af en toe opduikt, maar een panhelleense held, naar wie Alexander zich inderdaad zou modelleren. We kunnen die evolutie kaderen in de zesde-eeuwse context van aristocratische zelflegitimatie. Herakles is hierin een “beschaver” die de wereld verlost van kwellingen en monsters.

Canonieke dichters

In de zesde en vijfde eeuw v.Chr. vinden we Herakles terug bij drie dichters. De eerste is Stesichoros (630-555 v.Chr.). Zijn werken zijn grotendeels verloren en slechts bekend via papyrusfragmenten, scholia en latere auteurs als Athenaios en Pausanias. Het Byzantijnse woordenboek Souda vermeldt Stesichoros als de auteur van zesentwintig boeken. Eén daarvan heet Geryones en vertelt hoe de held de kudde steelt van Geryon, een driekoppig monster met een mensengezicht. Het is fragmentair bewaard in een papyrus uit Oxyrhynchos.noot Papyrus Oxyrhynchus 32.2617. Uit dezelfde opgraving komt een andere, hier onder afgebeelde anonieme papyrus over de Nemeïsche leeuw.noot Papyrus Oxyrhynchus 22.2331. Weer andere fragmenten vinden we bij de latere mythograaf Athenaios.noot Athenaios, Geleerden aan tafel 11.16.

Herakles en de Nemeïsche Leeuw (POxy 22.2331)

De tweede dichter is Pindaros (ca. 518-438 v.Chr.), de auteur van overwinningsliederen voor de winnaars van de Nemeïsche, Olympische, Isthmische en Pythische Spelen. Bij hem lezen we dat Herakles “wacht op zijn loon voor het reinigen van de stallen”.noot Olympische Ode 1.25. Bij Pindaros ligt de focus op Herakles als stichter van de Olympische Spelen en als moreel voorbeeld voor de toenmalige Griekse aristocraten.

De derde is Bakchylides (518-451 v.Chr.) die een landschap beschrijft als

de bloeiende vlakte van Nemeïsche Zeus, waar de witarmige Hera de schapenslachtende leeuw opvoedde, het eerste van de vermaarde werken van Herakles.”noot Epinikische Ode 9.1.

Tragedie

De grote man van de Griekse tragedie is Euripides. Hij schrijft rond 416 v.Chr. zijn Herakles. Hij is de eerste die het expliciet over de kindermoord heeft. Eerder schreven de dichters over “vreselijke daden” en “waanzin door Hera”. Een belangrijk verschil met de latere canonisatie is dat de Herakles van Euripides zijn kinderen vermoordt ná de werken, en zijn vrouw op de koop toe. Buiten de theatrale traditie is van de moord op Megara geen sprake. De held faalt na zijn heldendaden (leeuw, Hydra, gordel, appels, Kerberosnoot Leeuw: 348, 553. Hydra: 138, 394, 553 1271. Gordel: 394. Appels: 394. Kerberos 1362.), wat hem een tragischer karakter geeft. De katharsis komt ditmaal niet uit het verrichten van heldendaden, maar uit de steun van andere mensen. Daarnaast werkt Euripides het motief van de gepersonificeerde waanzin, gestuurd door Hera, verder uit, waarmee hij de goddelijke rechtvaardigheid extra in vraag stelt.

In de Vrouwen van Trachis van Sofokles  (ca 440 v.Chr.) ligt de focus helemaal op het destructieve karakter van de held, gekaderd in zijn huwelijk met Deianeiria. De twaalf werken zijn nu slechts een verre achtergrond, waarbij hij enkel aan de Hydra alludeert.noot Vrouwen van Trachis 583-586.

[Deze gastblog van Dieter Verhofstadt wordt morgen vervolgd. Dank je wel Dieter!]

Deel dit:

3 gedachtes over “De werken van Herakles (2)

  1. Timotheos Frangias

    Wat een geweldige blog is dit! Leuk, zo leuk! In de onderbouw behandel ik de twaalf werken van Herakles (met de methode Pallas) met de leerlingen maar dit is erg verdiepend, omdat je bondig de behandeling van ‘Herakles’ in de Griekse literatuur de revue laat passeren. Smullen voor mij als classicus dus!

    1. Bedankt. Altijd leuk als (gast)auteur. Zoals je later zal zien is er flink wat vorswerk in gekropen. De “noot”-en verwijzen naar de passages in de werken, en de gebruikte bronnen komen aan het einde van de blog. Als je iets ziet dat niet lijkt te kloppen, zeker melden, want ik ben geen classicus.

  2. Herakles is naar mijn idee een schim van een historische persoon van wie de echte details reeds lang verloren zijn gegaan. Dat mythen altijd interessant blijven zien we aan de persoon Mopsos, ooit een mythisch randfiguur, nu door een legertje experts gezien als een historische persoonlijkheid die na de val van de Myceense beschaving vanuit Griekenland naar ZO-Anatolië trok en daar als koning (‘Muksus’) een rijkje stichtte (Hiyawa).

Reacties zijn gesloten.