Verhalende geschiedschrijving

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert te verklaren, dat wil zeggen dat je verbanden legt met andere gebeurtenissen. Daarvoor kennen historici verschillende verklaringsmethoden. Zo kun je proberen wetmatige verbanden te leggen. Als de bevolking in omvang toeneemt, stijgt – als andere zaken hetzelfde blijven – de graanprijs. Een andere vorm van verklaren is de hermeneuse: je verklaart iets door je in mensen uit het verleden in te leven. De moeite die Justinianus zich getroostte om met voormalig prostituee Theodora te trouwen, kan alleen betekenen dat hij echt van haar hield.

Een derde benadering staat bekend als vergelijkend-oorzakelijk of comparativistisch en wil zeggen dat je verbanden opspoort door middel van vergelijking. Als de romanisering en de arabisering van het Iberische Schiereiland identieke processen waren, alleen verschillend doordat de Romeinse belastingdruk hoger was, is dat de sleutelfactor waardoor de grondig geromaniseerde bevolking de Visigoten assimileerde en de aan minder dwang onderworpen en minder gearabiseerde bevolking de reconquistadores niet kon assimileren. Over de vierde verklaringswijze, het modelleren met computers, valt een boom op te zetten en dat laat ik nu rusten.

Al deze benaderingen hebben de aanname met elkaar gemeen dat het verleden nog kenbaar is. Dat is niet de aanname van het de vijfde verklaringswijze: narrativisme ofwel verhalende geschiedschrijving.

Lees verder “Verhalende geschiedschrijving”

Oudheidkunde en oudheidkundes

Niet dat dit theatermasker uit het museum in Thessaloniki iets wezenlijks over oudheidkunde overdraagt, maar ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De classici

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De archeologen

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “Oudheidkunde en oudheidkundes”