Circumcelliones

Timgad, Donatistisch complex

Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

Lees verder “Circumcelliones”

De ketter van Carthago (2)

De vorig jaar verschenen historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas gaat niet en wel over Augustinus, de bisschop van Hippo over wie ik gisteren blogde. De hoofdpersoon heet Spes en wordt aangetrokken, afgestoten, opnieuw aangetrokken, weer afgestoten en tot slot weer aangetrokken door de bisschop, die dus wel centraal staat in het boek. In feite is het samen te vatten als “hoe Spes bleef kijken naar Augustinus”.

Zoals zoveel historische romans moet je het boek niet lezen omdat het allemaal precies klopt. Nog voor de eerste zin gaat het al fout als er een datering anno Domini wordt gebruikt. Er waren in de Oudheid verschillende dateringssystemen, maar deze is pas in de zesde eeuw gemeengoed geworden. Augustinus dateerde bijvoorbeeld gebeurtenissen regelmatig aan de hand van de Romeinse consuls: zo lezen we in De stad van God dat Christus is gestorven toen Lucius Rubellius Geminus en Gaius Fufius Geminus het consulaat bekleedden. Er zijn in De ketter van Carthago wel meer dingen waar ik als historicus door afgeleid raakte, maar ik vind het niet helemaal eerlijk het boek daarop af te rekenen. Een roman die het verleden toont zoals het werkelijk was, zou zo saai zijn als het menselijk leven nu eenmaal is.

Lees verder “De ketter van Carthago (2)”