De Grieks-Romeinse natuurwetenschappen

Bij wijze van samenvatting van de antieke natuurwetenschappen: de sfaira van Archimedes, een reconstructie van de kosmos (Liebieghaus, Frankfurt)

Het optreden van Karneades, waarover we het twee maanden geleden hadden, toont dat er in Rome weerstand kon zijn tegen de Griekse filosofie. Tegelijk adopteerden de Romeinen uit de Griekse filosofie wat hun van pas kwam. Als het bijvoorbeeld ging om de natuurwetenschappen stonden de Romeinen open voor Griekse ideeën. In de tweede eeuw v.Chr. ontstond een breed gedragen consensus over de wijze waarop de natuur in elkaar stak.

Empedokles

De eerste Griekse filosofen hadden verklaringen gezocht voor tal van natuurverschijnselen. In de hellenistische tijd meenden de meeste wetenschappers dat ze er wel zo ongeveer uit waren. Zoals zoveel filosofen in de voorgaande eeuwen aanvaardden ze de atoomtheorie en de vier elementen van Empedokles: aarde, lucht, water en vuur.

Aarde had volgens de denkers in de Oudheid de neiging zich richting het middelpunt van het universum te bewegen, om daar de wereld te vormen. Het water was minder zwaar, en dreef daarom op de aarde. Zo werden de zeeën gevormd. Lucht en vuur waren lichter en stegen dus op. Zo ontstond de dampkring.

Lees verder “De Grieks-Romeinse natuurwetenschappen”

De ontdekking van het Higgsboson

Dat ik de late jaren zeventig heb overleefd, moet zijn geweest doordat ik een abonnement had op Kijk. Je was drie dagen bezig om het allemaal te lezen maar dan had je ook iets geleerd over het sterrenschip Daedalus, over dinosaurussen, over het Oera Linda-boek, over gewasveredeling of de unificatie van de natuurkrachten. Dat laatste artikel, met de constatering dat het niet wilde vlotten omdat de zwaartekracht een buitenbeentje bleef, moet in het nummer van maart 1979 hebben gestaan, gewijd aan de honderdste geboortedag van Albert Einstein.

Kijk maakte wetenschap leuk en maakte natuurkunde spannend. Dat bleef het – tot ik het vak kreeg op de middelbare school. Mijn leraren konden er ook niets aan doen: terwijl mijn vrienden en ik alles wilden weten over relativiteit en elementaire deeltjes, moesten zij les geven over saaie puntmassa’s die met saaie eenparig versnelde bewegingen saai naar beneden vielen. Tegenover de verbazing om het allerfundamenteelste stond de realiteit van het onderwijs.

Lees verder “De ontdekking van het Higgsboson”

Oorzakelijkheid

Van egalitaire boerensamenleving naar stadstaat

De voornaamste reden om je met het verleden bezig te houden is dat interessant is. Of mooi. Of op een andere manier aangenaam. Ik geloof niet dat daarmee iets verkeerd is, net zoals er niets verkeerd is als iemand zou genieten van een wandeling in de Haarlemmerhout, het eten van een plak cake, het lezen van een roman of het zien van een film. Het wordt iets anders als je gemeenschapsgeld aanneemt voor zulk genot, want dan eist de gemeenschap een wederdienst. Daarom hebben wetenschappers allerlei redenen geformuleerd waarom ze gefinancierd moeten worden. Je zou van het verleden bijvoorbeeld kunnen leren.

Gelogen is het niet. Problematisch is het wel en dan bedoel ik niet dat de inzichten doorgaans achter betaalmuren verdwijnen en niet worden overgedragen. Gebeurtenissen zijn uniek en vergelijkingen tussen toen en nu zijn daardoor lastig. Je kunt niet zomaar de crisisrespons van de oude Atheners op de tyfusepidemie vergelijken met onze reactie op corona: om te beginnen omdat je alleen kunt herkennen wat je uit je eigen tijd kent (een kentheoretisch obstakel), maar ook omdat de realiteiten destijds te anders waren om zomaar te vergelijken (een ontologisch obstakel). Men wist destijds immers minder, had minder mogelijkheden en had andere aannames over de waarde van een mensenleven. Vandaar dat je moet weten wat je vergelijken kunt en wat niet. Ik heb al eens verwezen naar de vergelijkingstheorie. Wie die negeert is gedoemd tot onwetenschappelijkheid, wat overigens niet verboden is. Zo’n vergelijking kan nog altijd zin geven aan de complexe werkelijkheid van vandaag en daarom didactisch nut hebben.

Lees verder “Oorzakelijkheid”