Even wat boos geblog

Even wat boos geblog. U hoeft niet verder te lezen hè. Maar ik moet even wat kwijt over de mail die ik zoal krijg. Ik krijg heel veel mail – daarom kan ik er niet altijd zo snel op antwoorden als ik zou willen – en het meeste is leuk. Ik word er blij van als we samen iets kunnen oplossen. Maar er is ook een niet verwaarloosbaar deel bij mijn correspondentie dat ik liever niet ontvang omdat het me alleen in een negatieve stemming brengt. Hier zijn wat categorieën.

Een. De vandaal die iets wil weten over een van zijn vondsten. De fascinerende huisregels van deze blog maken, volgens mij, duidelijk dat ik niets te maken wil hebben met de plundering van opgravingen en de handel in illegaal opgegraven voorwerpen. Ik weet niet welk deel van de huisregels onvoldoende duidelijk is, maar ik blijf ermee lastig gevallen worden.

Voor wie me nog eens hierover schrijft: ga je schamen.

Lees verder “Even wat boos geblog”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

Domitianus en de Fiscus Judaicus

Domitianus, die met de harde toepassing van de Fiscus Judaicus het scheiden der wegen van joden en christenen bewerkstelligde (Capitolijnse Musea, Rome)

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament en ik was blijven steken bij de Bergrede. Ineens realiseerde ik me dat in mijn reeks iets ontbreekt. Ik neem steeds aan dat u weet dat de evangeliën zijn geschreven tussen pakweg 65 en 95 na Chr. Over de datering van het Marcusevangelie is overigens wat discussie. Volgens Europese geleerden kort voor de verwoesting van de tempel in 70, volgens Amerikaanse geleerden kort daarna. De evangeliën van Matteüs, Lukas en Johannes ontstonden ergens in de jaren tachtig of negentig. Ze zijn geschreven tegen de achtergrond van de regering van keizer Domitianus, die in 81 onverwacht aan de macht kwam en vijftien jaar later werd vermoord.

Zijn regering markeert het scheiden der wegen (the parting of ways) van christendom en rabbijns jodendom. Een misleidende naam overigens, aangezien er ook veel is geweest dat de twee bleef verbinden. Het valt echter niet te ontkennen dat eind eerste eeuw het Joodse volk transformeerde in twee gescheiden religies. Enerzijds waren er Joden die het leiderschap aanvaardden van in Yavne opgeleide rabbijnen, die (onder meer) de farizese traditie voorzetten; anderzijds waren er volgers van een christelijk leiderschap, waarvan het karakter niet helemaal duidelijk is. Over de Twaalf horen we niets meer en de apostelen waren zo niet dood dan toch oud en der dagen zat.

Lees verder “Domitianus en de Fiscus Judaicus”